de bok

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɔk]
Verbuigingen:  bok|ken (meerv.)

1) mannelijke geit
Voorbeeld:  `stinken als een bok`

2) rechthoekig toestel waar je op en overheen springt
Voorbeeld:  `dubbele salto op de bok`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blunder mannetjesgeit sater takel

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
• van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) krijgen)
• hij zit erop als de bok op de haverkist (=hij is er bijzonder happig op)
• erop zitten als de bok op de haverkist (=er bijzonder happig op zijn)
• een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje. (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje.)
Toon alle 7 spreekwoorden die bok bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met bok een ander begrip versterken?
geil als een bok; stinken als een bok; als een bok op de haverkist zitten;

25 definities op Encyclo
  1. mannetjesgeit vb: vroeger spanden ze de bok voor de bokkenwagen de bokken van de schapen scheiden [de mannen van de vrouwen scheiden] een oude bok lust wel een groen blaa...
  2. zie stormram
  3. Zie stormram.
  4. Klein houten platbodem vrachtvaartuig voor de binnenwateren met zware vallende voor- en achtersteven. De bok heeft een kleine voor- en achterplecht en meet gemiddeld rui...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-ken), mannetje der geit; zitbank van den koetsier; ezel, schraag; [figuurlijk] lomperd; hij is een regte -, onbeleefde; een
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bok:
bokaalbokitoproofbokkenbokkenorchisbokkenpootbokkenpootjebokkenpruikbokkigbokkigheidbokkineesbokkingbokkingenBokmålboksboks opboksbaardboksbalboksbeugelboksenbokser
Toon alle woorden die beginnen met bok

Deze woorden eindigen op bok:
duikerboklombokgemsbokgeitenbokzetbokzaagbokgaffelbokspringboksteenbokzondebok
Toon alle woorden die eindigen op bok

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. bok ( SN berisping)
  2. bok ( SN indiaan)
  3. bok ( SN Javaanse vrouw)
  4. bok (mannetje van de geit; werktuig e.d.)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bok`.