isoleren

werkw.
Uitspraak:  [izoˈlerə(n)]
Vervoegingen:  isoleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïsoleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) materiaal zo aanbrengen dat kou, warmte of geluid minder goed naar binnen of naar buiten kunnen
Voorbeeld:  `je huis isoleren om energie te besparen`

2) zorgen dat (iets of iemand) geen of heel weinig contact heeft met anderen
Voorbeeld:  `een patiënt isoleren omdat hij een gevaarlijke besmettelijke ziekte heeft`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afscheiden afschermen afsluiten afsplitsen afzijdig stellen afzonderen apart zetten gevangen zetten interneren koudebestendig maken opsluiten

11 definities op Encyclo
  1. Engels:Isolate afsluiten
  2. Inrichtingsprincipe gericht op het realiseren van een goede waterkwaliteit met als karakteristiek dat gebieden met een bijzondere (positieve of negatieve) waterkwaliteit ...
  3. iemand of iets apart houden vb: dat eiland is erg geïsoleerd Synoniem: afzonderen het bedekken zodat er geen warmte, kou, geluid etc. door kan vb: zijn de muren van dit ...
  4. afsluiten
  5. Def.: inrichtingsprincipe gericht op het realiseren van een goede waterkwaliteit met als karakteristiek dat gebieden met een bijzondere (positieve of negatieve) waterkwal...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
isoleren (afzonderen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `isoleren`.