lichten

werkw.
Uitspraak:  ['lɪxtə(n)]
Vervoegingen:  lichtte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gelicht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iets) ergens uit halen, meestal van beneden naar boven
Voorbeeld:  `een document uit een dossier lichten`
het anker lichten  ((van een schip) vertrekken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbreken afnemen afzonderen bijlichten bliksemen buslichten ecarteren flitsen halen heffen licht worden naar boven trekken omhoog brengen omhoog trekken omhoogheffen opheffen oplichten optillen tillen verplaatsen vervreemden verwijderen weerlichten wegbrengen wegdoen weghalen wegnemen wegwerken

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit het zadel lichten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
• iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
• iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
• iemand uit bed lichten (=iemand 's nachts doen opstaan)
• iemand een beentje lichten (=iemand onderkruipen)
Toon alle 12 spreekwoorden die lichten bevatten

10 definities op Encyclo
  1. Het fysiek uit open bewaring halen van effecten bij een bewaarinstelling. ( > Beleggen > effecten > aandelen)
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik lichtte, heb gelicht), met eene brandende kaars of lamp enz. voorlichten. ~, ow. licht van ...
  3. (Bargoens, 1914) stelen
  4. de haas lichtte zich, d.w.z. richtte zich even, slechts ten halve op, veelal om de omgeving te verkennen
  5. omhoog brengen vb: Nadia lichtte het deksel van de pan het anker lichten [van de bodem omhoog halen] de brievenbus lichten [er de brieven uithalen om te versturen]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op lichten:
achterlichtenbelichtenbovenlichtendimlichtendoorlichtenheklichtenhemellichteninlichtenknipperlichtenkruislichtenkustlichtenmistlichtenonderbelichtenoplichtenparkeerlichtenweerlichtenplichtenremlichtenstoplichtentoelichten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. lichten (licht worden, licht geven)
  2. lichten (optillen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `lichten`.