beslissen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈslɪsə(n)]
Vervoegingen:  besliste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beslist (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bepalen wat je moet doen
Voorbeelden:  `beslissen over het lot van anderen`,
`De scheidsrechter beslist.`,
`De meerderheid beslist.`,
`Ze kunnen maar niet beslissen.`
Synoniemen:  besluiten, uitmaken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedisselen besluiten decisief

Taaladvies
  1. Beslissen / besluiten: Mag je beslissen en besluiten door elkaar gebruiken in een zin als: We moeten over die netelige kwestie morgenavond toch eindelijk iets beslissen/besluiten?
  2. Beslissen te / besluiten te: Is de zin Ze besliste de pillen toch maar niet te nemen correct, of kan het alleen maar Ze besloot de pillen toch maar niet te nemen zijn?


5 definities op Encyclo
  1. besluiten Jaar van herkomst: 1550 (WNT )
  2. Het beëindigen van een geschil door middel van een informeel proces. Categorie: Functionele activiteiten > analytische functies.
  3. zeggen hoe het is of wat er gebeurt vb: de directie beslist wie de baan krijgt Synoniemen: bepalen besluiten uitmaken vaststellen
  4. •vaststellen wat er gaat gebeuren. •het verschil uitmaken.
  5. 1) Afdoen 2) Afspreken 3) Bedisselen 4) Bepalen 5) Beschikken 6) Beslechten 7) Besluit nemen 8) Besluiten 9) Decideren 10) De knoop doorhakken 11) Een besluit nemen 12) E...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met beslissen:
beslissend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
beslissen (besluiten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `beslissen` kennen.