de avegaar

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  avegaars
Verbuigingen:  avegaartje

boor voor gebruik in een booromslag, het boorsel wordt afgevoerd volgens het principe van de schroef van Archimedes, ook als grondboor


Bron: WikiWoordenboek.

10 definities op Encyclo
  • Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 groote schroefboor.
  • Def.: meestal een holle as waaromheen over de volle lengte een schroefblad is gelast
  • (m) - grote boor
  • •een boor voor gebruik in een booromslag, het boorsel wordt afgevoerd volgens het principe van de schroef van Archimedes, ook als grondboor. (+audio)
  • bouwkundige termen In de loop der tijd is de betekenis van een avegaar veranderd. vroeger Oorspronkelijk werd met een avegaar de handboor bedoeld, die gebruikt werd vo...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met avegaar:
    avegaars

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    avegaar (grote boor)