treffen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtrɛfə(n)]
Vervoegingen:  trof (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getroffen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) raken
Voorbeelden:  `dodelijk getroffen door een kogel`,
`doel treffen`
mij treft geen blaam  (het is niet mijn schuld)
Met die tekening heb je hem goed getroffen.  (je hebt hem getekend precies zoals hij is)

2) ontroeren
Voorbeeld:  `Zijn troostende woorden troffen mij diep.`

3) ontmoeten
Voorbeeld:  `niemand thuis treffen`
Synoniemen:  tegenkomen, aantreffen

4) regelen
Voorbeelden:  `voorzieningen treffen`,
`maatregelen treffen`

5) goed uitkomen
Voorbeeld:  `Dat treft, ik heb die dag ook vrij.`
Je treft het niet met het weer.  (je hebt pech met het weer)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangaan aangrijpen aantreffen afspreken beïnvloeden beroeren bijeenkomst boffen botsing elkaar ontmoeten elkaar zien maken mazzhebben ontmoeten ontmoeting ontroeren overkomen raken samenkomen tegenkomen terechtkomen uitbeelden

Taaladvies
Sanctioneren /straffen / een sanctie treffen / een sanctie opleggen: Kan men sanctioneren ook gebruiken in de betekenis 'straffen'?

8 definities op Encyclo
  1. hem een klap, schot of stoot toebrengen vb: de soldaat werd door een kogel getroffen dat treft! [dat komt goed uit] het gedicht trof mij [het ontroerde mij]
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik trof, heb getroffen), raken, beroeren; bereiken
  3. Treffen is een Duitse jongensnaam. Het betekent `ontmoet`.
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Treffen``] Gevecht of ontmoeting
  5. •raken •ontmoeten •goed uitkomen. "dat treft, dat komt goed uit".
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met treffen:
treffend

Deze woorden eindigen op treffen:
aantreffenbetreffenvoortreffenovertreffen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
treffen (raken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `treffen` kennen.