falen

werkw.
Uitspraak:  [ˈfalə(n)]
Vervoegingen:  faalde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefaald (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

je doel niet bereiken
Voorbeeld:  `Hij faalde in zijn poging de kampioenstitel te behalen.`
Antoniem:  slagen
Synoniem:  tekortschieten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgaan feilen floppen misgaan mislopen mislukken ontbreken stranden tekortschieten verkeerd lopen slagen (antoniem)

Intensiveringen
Uitdrukkingen die falen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de bal misslaan; de plank misslaan; zakken als een baksteen;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik faalde, heb gefaald), feilen, dwalen; dat kan niet -, (missen). *...LING, v. het falen.
  2. niet het verwachte resultaat opleveren vb: bij deze opdracht heeft hij gefaald Synoniemen: mislukken floppen Tegenstellingen: lukken slagen
  3. Def.: het onverwacht eindigen van het juist functioneren of het niet (meer) voldoen aan vastgestelde criteria van het systeem of een gedeelte daarvan Toelichting: Het sys...
  4. •het doel dat men zich stellen
  5. 1) Afgaan 2) Dwalen 3) Feilen 4) Floppen 5) Fouten begaan 6) Haperen 7) Het gewilde niet behalen 8) In gebreke blijven 9) In gebreken blijven 10) Mankeren 11) Misgaan 12)...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op falen:
marktfalen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
falen (tekortschieten, mislukken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `falen` kennen.