stranden

werkw.
Uitspraak:  [ˈstrɑndə(n)]
Vervoegingen:  strandde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gestrand (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van schepen) onbedoeld op land terechtkomen en vastzitten
Voorbeeld:  `Het schip is door de storm van zijn ankers geslagen en bij Den Helder gestrand.`

2) (van reizigers) onbedoeld niet verder kunnen en ergens moeten blijven
Voorbeeld:  `Door de sneeuw reden er geen treinen meer en zijn duizenden reizigers gestrand.`

3) mislukken
Voorbeelden:  `De eerste poging om het paard te bevrijden is gestrand.`,
`Ons huwelijk is gestrand.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandrijven aanspoelen afgaan falen floppen misgaan mislopen mislukken verkeerd lopen

7 definities op Encyclo
  1. op het strand verdagen. Aangezien er op het binnenwater nauwelijks stranden te vinden zijn, komt dit zelden voor.
  2. vastlopen op het strand vb: het schip is door het woeste weer gestrand niet verder kunnen, vastlopen vb: hun huwelijk is uiteindelijk toch gestrand
  3. Als de oever van de zee uit zand of grind bestaat, spreekt men van een strand. Door de invloed van de zee verandert de begrenzing van het strand voortdurend. Per definiti...
  4. Stranden Als de oever van de zee uit zand of grind bestaat, spreekt men van een strand. Door de invloed van de zee verandert de begrenzing van het strand voortdurend. Per...
  5. Def.: vastlopen op het strand.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op stranden:
naaktstrandenzandstrandenzeestranden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stranden

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `stranden` kennen.