aanschouwen

werkw.
Uitspraak:  [an'sxɑuwə(n)]
Vervoegingen:  aanschouwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aanschouwd (volt.deelw.)

bekijken formeel
Voorbeeld:  `Ik had het genoegen uw activiteiten wat nader te aanschouwen.`
ten aanschouwen van  (in aanwezigheid van) `ten aanschouwen van alle aanwezigen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aankijken bekijken beschouwen bezichtigen bezien gewaarworden in de ogen kijken inzien kijken observeren onderscheiden ontwaren opmerken staren turen zag zie zien

Taaladvies
Wat is juist: `Een kwart van de toeschouwers die bij de voorstelling was/waren, verliet/verlieten de zaal`? Zie Een kwart van de toeschouwers verlieten / verliet de zaal

3 definities op Encyclo
  • •zien, gadeslaan. •ten aanschouwen van: in tegenwoordigheid van.
  • het met je ogen waarnemen vb: toen konden we de bruid aanschouwen het levenslicht aanschouwen [geboren worden]
  • 1) Aanblikken 2) Aankijken 3) Aanstaren 4) Aanzien 5) Bekijken 6) Beschouwen 7) Bezichtigen 8) Bezien 9) Gewaarworden 10) Inzien 11) Kijken 12) Met de ogen waarnemen 13) ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    aanschouwen (zien, waarnemen)