Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


41 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zond`

  1. als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
  2. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  3. bitter in de mond maakt het hart gezond (=ook wat minder aangenaam is, kan gezond of goed zijn)
  4. dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  5. de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
  6. de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
  7. Een hark zonder steel (=Iets waardeloos)
  8. een hartje zonder zorg (=een zorgeloos iemand)
  9. Een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=In het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  10. een ridder zonder vrees of blaam (=een moedig mens)
  11. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  12. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  13. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  14. een zondagskind (=iemand die steeds geluk heeft)
  15. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  16. er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geluk is er ook verdriet)
  17. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
  18. eten uit de korf zonder zorg (=geen zorgen meer hebben over zijn levensonderhoud)
  19. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  20. geen koren zonder kaf (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  21. geen licht zonder schaduw (=tussen al het goeie zit altijd ook wel iets minder goeds)
  22. geen rook zonder vuur (=er wordt niet over gepraat of er is wel iets van waar)
  23. geen vlees zonder been (=niets zonder gebreken)
  24. Het is gezond om in het vuur te pissen (=Het is goed om hevigheid te kalmeren)
  25. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn)
  26. kip zonder eieren (=politieman)
  27. leven uit de korf zonder zorg (=onbekommerd leven)
  28. meisjes die bloemen dragen, mag je kussen zonder te vragen (=een aanmoediging om meisjes met bloemen te kussen)
  29. men kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  30. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  31. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  32. op het zondaarsbankje zitten (=schuld bekennen)
  33. redeneren als een kip zonder kop (=erg dom redeneren)
  34. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
  35. zo gezond als een vis (=heel gezond)
  36. zonder aanzien des persoons (=zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat)
  37. zonder blikken of blozen (=onbeschaamd, zonder zich iets van anderen aan te trekken)
  38. zonder complimenten (=zonder meer, zonder er verder nog woorden aan vuil te maken)
  39. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  40. zonder slag of stoot (=zonder het minste probleem)
  41. zonder strijd, geen overwinning (=na grote inspanning wordt succes pas bereikt)

166 betekenissen bevatten `zond`

  1. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder tegenstand)
  2. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  3. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  4. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  5. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  6. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  7. in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd worden)
  8. nijdig als een spin (=bijzonder nijdig)
  9. zo stijf als een bonenstaak (=bijzonder stijf)
  10. zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)
  11. van luie Kees (=bijzonder traag)
  12. van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
  13. zo zwart zien als een moor (=bijzonder zwart zien)
  14. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  15. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  16. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  17. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  18. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  19. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  20. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  21. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  22. op de man af (=direct, zonder omwegen)
  23. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  24. over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal)
  25. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  26. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  27. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  28. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  29. ergens met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  30. een mooi span voor een bokkenwagen (=een zonderling koppel)
  31. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  32. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  33. er is meer dan de molen in het woud omgegaan (=er is iets bijzonders gebeurd)
  34. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  35. om over naar huis te schrijven (=erg bijzonder)
  36. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  37. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  38. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  39. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apotheker bezoek je als je ziek bent.)
  40. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  41. leven als een oester (=geheel van de wereld afgezonderd leven)
  42. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  43. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  44. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  45. Wat goed eet, schijt goed. (=Gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
  46. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  47. tranen met tuiten huilen/schreien (=heel erg huilen zonder dat het echt erg is)
  48. zo gezond als een vis (=heel gezond)
  49. op zijn dooie gemak (=heel rustig, zonder zich te haasten)
  50. geen vin verroeren (=heel stil zonder beweging zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 208 spreekwoorden met `zond`

  1. Hoekschewaards: Sunt (=zonde)
  2. Westerkwartiers: niet wiez'n, doar stijt de doodstraf op (=niet wijzen naar een zondaar)
  3. Westerkwartiers: hij is 'n buut'nbeendje (=hij is een zonderling)
  4. Overpelts: 't is sun (=het is zonde)
  5. Arnhems: Kie deur , een kip met peurdeher. (=kijk wat een vreemde/zonderlinge verschijning)
  6. Neerpelts: dès noch zun (=het is zonde)
  7. Westfries: huisie zonders meubels (=mooie vrouw met weing inhoud)
  8. Haags: kakkuh zondah dâwée (=Als iets makkelijk is)
  9. Liedekerks: IJ's op zijn zondous (=Hij heeft zijn mooiste kleren aan.)
  10. Geels: tis zeunt (=het is zonde/ wat jammer)
  11. Oudenbosch: das wel un mis weert (=dat is de zonde waard)
  12. Tilburgs: kwaansele zò sund zèèn (=knoeien zou zonde zijn)
  13. Zeeuws: beuter an je had strieken en drohen broe-ad eten (=wat is zonde)
  14. Mestreechs: zun (dat vin iech - ) (=zonde (dat vind ik - ))
  15. Munsterbilzen - Minsters: iemed autmaoke vër al wot lëlëk ès (=iemand overladen met alle zonden ter wereld)
  16. Zeeuws: zonde,[jammer] weet wa ta zonde is (=jammer)
  17. Bilzers: de kons geen eer bakke zonderze te braeke (=waar gehakt wordt, vallen spaanders)
  18. Lichtervelds: tis geld int woatre gesmeetn (=het is zonde van het geld)
  19. Hulshouts: e zondag acht doog (=volgende week zondag)
  20. Waregems: 'k ee 't zondre ottie... (=ik vraag me af of hij...)
  21. Twents: Hee kik oet 't melkkenneke. (=Op zijn zondags gekleed. Met wit overhemd.)
  22. Westerkwartiers: noa ons de zondvloed (=de gevolgen interesseren ons niet)
  23. Zeeuws: beuter an je had strieken en droog broead eten (=weet je wat zonde is)
  24. Giethoorns: Zunde is,Botter an 't gat smeren en 't brood dreuge opeten (=Wat is zonde van..)
  25. Waregems: ge zoe t'n ons Hieëre geevn zondr biecht'n (=je zou hem blindelings vertrouwen)
  26. Antwerps: ne faarme gast ,diën is wel een zondeke weird (=gezegde bij een knappe man)
  27. Gronings: dat begroot mie tou tonen oet (=dat vind ik vreselijk zonde)
  28. Tilburgs: ik drink èègelek nôot, mar zo meejèndan meude wèl es van oe gelêûf valle. (=ik drink eigenlijk nooit alcohol, maar zo nu en dan mag je wel eens zondigen.)
  29. Munsterbilzen - Minsters: zonder mauwsjiëre (=zonder schade)
  30. Tilburgs: meschient komt z-oomaa un zondag (=misschien komt oma a.s. zondag)
  31. Bilzers: zonder ophaage; aoneenhaagetig (=zonder ophouden)
  32. Horster: enne zóndig zoonder schòn hemd (='n doordeweekse zondag)
  33. Bilzers: sondes en swêrdes (=zondag en werkdag)
  34. Tilburgs: op zondag ut lòf raande (=op zondag het lof overslaan)
  35. Vechtdals: zundagsgewin zit gien zeengn in. (=werk op zondag wordt niet gezegend)
  36. Giesbaargs: op a kinne kloppen (=zonder moeten)
  37. Zeeuws: [jammer] weet je wat a zonde is:beuter an je had en drohen broe-ad eten (=spijtig)
  38. Oudenbosch: mee Bosse kermis (=de eerste zondag na tweede woensdag in augustus)
  39. Bocholtz: rink (=fietswiel zonder band)
  40. Giethoorns: gien spek zonder zwaore (=Gien roosie zonder doornen)
  41. Tilburgs: hij hò un pòtverdommeke laote staon èn sondags droeg ie un nondejuuke. (=hij had een klein sikje laten groeien en 's zondags droeg hij een vlinderdasje.)
  42. Sint-Niklaas: altitoan, gedurig (=zonder ophouden)
  43. Epers: gien spek zonder zwoare (=geen spek zonder zwoerd)
  44. Zeeuws: weet je wat a zonde is :beuter an je had strieken en doog broe-ad eten (=jammer)
  45. Tilburgs: zis dik vant sund (=ze is dik omdat ze het zonde vindt iets eetbaars weg te gooien.)
  46. Liessents: Bessem hebbe (=Alleen thuis zijn zonder ouders)
  47. Munsterbilzen - Minsters: autte losse hand (=zonder veel voorbereiding)
  48. Bilzers: kotte mette maoke (=zonder dralen of compassie)
  49. Munsterbilzen - Minsters: op dreig zoëd zitte (=zonder geld geraakt)
  50. Oudenbosch: de zon kom binne (=zonder te groeten binnenkomen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen