Spreekwoorden met `zek`

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zek`

  1. in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis))
  2. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  3. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  4. zo zeker als tweemaal twee vier is (=absoluut zeker)

32 betekenissen bevatten `zek`

  1. zo zeker als tweemaal twee vier is (=absoluut zeker)
  2. op jaren komen (=al een zekere leeftijd bereiken)
  3. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  4. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  5. daar kun je donder op zeggen (=daar mag je zeker van zijn)
  6. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  7. dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)
  8. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  9. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  10. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  11. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  12. feestelijk danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  13. ik mag de tering krijgen (=er zeker van zijn)
  14. vast in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
  15. stevig in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
  16. iemand iets op een briefje geven (=ergens heel zeker van zijn)
  17. er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  18. het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
  19. iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
  20. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  21. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  22. iemand van zijn stuk brengen (=iemand onzeker maken)
  23. een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  24. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
  25. iets op losse schroeven zetten (=iets wankel en onzeker maken)
  26. in het ongewisse (=in onzekerheid)
  27. daar kan je gif op innemen (=je mag er zeker van zijn dat het gaat gebeuren)
  28. beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
  29. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  30. op het hellend vlak (=onzeker)
  31. van zijn stuk raken (=onzeker worden en niet meer weten wat te zeggen)
  32. vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)

28 dialectgezegden bevatten `zek`

  1. 's Mérges zèk de boer : de hoes nie te joëge of te drijve, ve zulle gemêkkelek gedoën krijge.s' Oëves zekter dan : Ver hoeve nimei te jöëge of te drijve, ve zulle toch nimei gedoën krijge (=nooit laten opjutten!) (Bilzers)
  2. da zek nie (=hieromtrent kunnen wij geen enkele zekerheid geven) (Bredaas)
  3. Das zèk (zeik) op de rik (=Dat is onzin / gezeur) (Geldermalsens)
  4. Dat zek ie vertelle (=Dat zal ik je zeggen) (Rijsoords)
  5. dat zèk mich geen véddër (=dat zegt me helemaal niets) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dat zit nog ien wiej zek (=dat is nog niet zeker) (Wells)
  7. Dé zék oe (=Ik zeg het je) (Kerkdriels)
  8. Det hingtj nog in wie zek (=Dat duurt nog wel even) (Hunsels)
  9. Det zit nog in wiej zek (=Dat is nog niet zeker) (Venloos)
  10. doë zèk ich vergif op (=daar kan ik echt boos om zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. gin paap zèk wèt (=niks waard zijn) (Rous (Sint-Genesius-Rode))
  12. hae ès nog te loemp vër liëg zêk raech te zètte (=de meest eenvoudige zaken kan hij nog niet aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. Hae trék op zene aaë, mér den dektaur zék dattet miëglek nog goed kûmp mettem (=Als dat maar goed komt) (Bilzers)
  14. Hedde gillie thuus zek vúr de duur (=Hebben jullie thuis geen deuren) (Wells)
  15. ich zeen neet wat ich zèk (=pikdonker) (Neerharens)
  16. ich zek mer zoe, ut kint neet altied denhoale zien (heuvellands) (=ik zeg maar zo, het kan niet altijd denhalen zijn) (Eesjdens)
  17. ich zék zau : ich zék mér niks (=eerste plicht, mondje dicht) (Bilzers)
  18. kiek, hae zèk ook ins get! (=spuit nummer 11 geeft ook water!) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. waaj vër nog joenk worre moeste vër èn de bës on de deense waajers ganse zek foenkelhoot, sjots en denneknüp gon raope (=in onze jeugdjaren moesten we van onze ouders heel wat zakken kleinhout, boomschors en dennenappels gaan rapen) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. wè zèk er toch mee genaaid (=daar ben ik mooi klaar mee) (Tilburgs)
  21. wè zèk toch nen öl (=wat ben ik toch dom) (Tilburgs)
  22. weendj deut muuëles drejje, mer völtj gein zek (=je zult er iets voor moeten doen) (Weerts)
  23. wo zek dje mich noo (=wat zeg je me nu) (St Huibrechts-Herns)
  24. ze zèk zjus waaj 't èn 't stèk steet (=zij draait niet rond de pot) (Bilzers)
  25. zèk ët mich, dan zèg ich ët tich (=als jij het niet weet, hoe zou ik het dan kunnen weten) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. zèk mich besjèet (=laat het me weten) (Gulpens)
  27. zék op unne riek (=wat een onzin) (Geffes)
  28. zoe lang den ieëzel de zêk drig, zoe lang hèt de boer him gieën (=een ezel is geliefd zolang hij goed werkt) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen