Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zakken`

  1. het laatste hemd heeft geen zakken. (=je kunt niets meenemen als je dood gaat (laatste hemd = doodshemd))
  2. In iemands zakken zitten (=iemand plagen)
  3. kunnen zakken en verkopen (=in handigheid ver overtreffen)
  4. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd.)

Eén betekenis bevat `zakken`

  1. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `zakken`

  1. Munsterbilzen - Minsters: de erm lotten hange (=demoedlaten zakken)
  2. Neerpelts: mè door (=laat de moed niet zakken)
  3. West-Vlaams: Mien koesen slokeren (=Mijn kousen zakken af)
  4. Munsterbilzen - Minsters: bèste ze sjiethaajf ont têlle (=handen uit je zakken !)
  5. Westerkwartiers: de moed zakt heur ien 'e schoen'n (=zij laat de moed zakken)
  6. Amsterdams: ik hep de son in de see sien sakke (=ik heb de zon in de zee zien zakken)
  7. Brakels: wilt iene moale steeken (=steek het in uw zakken)
  8. Ostêns: j'is lege zakken ant verzetten (=hij is lui)
  9. Bilzers: op nen aandre zene kap(maoël) laeve (=op iemands zakken leven)
  10. Drents: 't Zölfde gaoren op een aander klossie. (=Oude wijn in nieuwe zakken)
  11. Oudenbosch: bendoe knikkers aonut telle ? (=doe je handen uit je zakken)
  12. Oudenbosch: at zowijtis kunde gij niks meeneme (=een doodshemd heeft geen zakken)
  13. Munsterbilzen - Minsters: waaj vër nog joenk worre moeste vër èn de bës on de deense waajers ganse zek foenkelhoot, sjots en denneknüp gon raope (=in onze jeugdjaren moesten we van onze ouders heel wat zakken kleinhout, boomschors en dennenappels gaan rapen)
  14. Bosch: schàt nie, vur da ge oewen boks het laten zakken (=eerst luisteren, dan tegenspreken)
  15. Roermonds: Haol dich diej jatte ins oet de bóksetesse (=Doe je handen eens uit de zakken)
  16. Twents: aske ie wilt flitsen mot ie de boks, bokse loat`n zakken.* (=als je wilt flitsen dan moet je de broek laten zakkken.)
  17. Eekloos: In Eéklu bakn ze spekn die rekn in aon de zakn blijvn polakn (=In Eeklo bakken ze karamels die uitrekken en aan de zakken blijven plakken)
  18. Graauws: laot den aoker nog us zakken (=nog een pilsje a u b)
  19. Ransts: aave leste frak is er ene zonder zakken (=bij uw overlijden krijg je geen goederen mee)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen