Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `west`

  1. brandende kwestie (=een dringende, actuele zaak)
  2. buiten westen (=bewusteloos)
  3. een kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
  4. oost west, thuis best (=waar je ook bent, thuis voel je beter op je gemak)

3 betekenissen bevatten `west`

  1. dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten)
  2. Wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=Je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
  3. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=Oost west thuis best)

Het dialectenwoordenboek kent 2412 spreekwoorden met `west`

  1. West-Vlaams: Bachtn de kupe (=Achter de IJzer (westhoek))
  2. Gronings: n overdaipse (=hij komt uit het westerkwartier)
  3. Munsterbilzen - Minsters: verdeisselt (=buiten westen)
  4. Westerkwartiers: ze laag veur Pampus (=ze was buiten westen)
  5. Zichems: van zenne sus zaien (=buiten westen zijn)
  6. West-Vlaams: west-vloandern (=west-vlaanderen)
  7. kemzekes: opklaring uit het westen( Stekene ligt ten westen van Kemzeke) (=stekese garrel)
  8. Munsterbilzen - Minsters: Vae hûbben de herlauges, zij den tijd (=Wij westerlingen leven op het ritme van de klok, vele volkeren leven op het ritme van het leven)
  9. Liwwadders: de ranstad expres (=trein van 8.13 uur naar het westen)
  10. westlands: in het sis (=opgedirkt)
  11. Westerkwartiers: 't is naarg'ns beder as thuus (=oost west thuis best)
  12. Westels: voaze schelle (=bier drinken)
  13. Westels: rond de kerktoren (=klein rondje)
  14. Westels: een frutje steken (=frieten eten)
  15. Westlands: an de maht (=dik)
  16. Westlands: zakkie (=zakje)
  17. Westlands: an je endje weze (=moe zijn)
  18. Westlands: un pleuresje oplope (=verkouden worden)
  19. Westlands: ballen rezuh (=tomaten plukken)
  20. Westels: een fritteke steken (=frieten eten)
  21. Westerkwartiers: 't is mooi west veur vandoag (='t is genoeg voor vandaag)
  22. Westlands: Zwinkelen (=Inhalig zijn)
  23. Westlands: Bijaat joh! (=Toe maar!)
  24. Westels: ge zaa nen tist (=jij bent zot)
  25. Westfries: te bot (=jammer)
  26. Westlands: van zain (=van hem)
  27. Westfries: poppie koiken (=Kraamvisite)
  28. Westels: veutters nog iet (=anders nog iets)
  29. Westels: aare of joeng (=het een of het ander)
  30. Westels: et reigert aa waaven (=het regent pijpenstelen)
  31. Westels: draa raa aare (=drie rauwe eieren)
  32. Westels: Wa nie wét, da ni lét (=iets verzwijgen)
  33. Westels: ik hem een valling (=ik ben verkouden)
  34. Westerkwartiers: 't is mooi west (='t is mooi geweest)
  35. Haags: Hij begon in het wilde westen te schieten (=Hij begon in het wilde rond te schieten.)
  36. West-vlaams: Kloshjaar (=Bedelaar)
  37. Westlands: moggie wouwen (=dat mocht je willen)
  38. Westlands: knal voor je harses (=klap voor je hoofd)
  39. westlands: voordewind (=met de wind in de rug)
  40. Westlands: Ken me reet roeste (=Kan me niet schelen)
  41. westlands: effe ut lucht dicht gooien (=ramen dicht doen)
  42. Westlands: Wa zit je nou te lulle joh (=Slaat nergens op)
  43. Westlands: voor de wind hebbe (=windje mee hebben)
  44. Westlands: waar zit je te wonen? (=waar woon je?)
  45. Westlands: wie benne hunnie daaro? (=wie zijn dat daar?)
  46. Westlands: die heb de bonescheep (=zwanger zijn)
  47. Westels: haa sloagt da ni goa (=hij draagt er geen zorg voor)
  48. Westels: et reigert klaan gaaten (kleine geiten) (=het regent pijpenstelen)
  49. Westels: ik zen motteg (=ik ben misselijk)
  50. Westels: het hangt niet aan uw been (=het zit niet in de weg)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen