Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

23 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `werp`

  1. de eerste steen werpen (=de eerste zijn met beschuldigingen)
  2. de handschoen toewerpen (=uitdagen)
  3. de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
  4. de kolf naar de bal werpen (=het opgeven)
  5. de lont in het kruit steken/werpen (=een uitbarsting veroorzaken)
  6. de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
  7. de steel naar de bijl werpen (=de zaak opgeven)
  8. een bliekje werpen om een snoek te vangen (=met iets onbeduidends iets belangrijks proberen te krijgen)
  9. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  10. het juk afschudden/afwerpen (=zich vrijmaken)
  11. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
  12. iemand iets voor de voeten werpen (=iemand beschuldigen van iets)
  13. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, iemand in verlegenheid brengen)
  14. in de schoot werpen (=zonder enige moeite geven)
  15. men moet geen oude schoenen wegwerpen voordat men nieuwe heeft. (=je moet niet iets al afdanken zonder dat er een vervanger voor is)
  16. men moet niet de eerste steen werpen (=men moet niet als eerste verwijten formuleren)
  17. op de markt werpen (=overal aanbieden)
  18. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
  19. over boord werpen (=niet langer gebruiken, ervan afzien)
  20. parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  21. voor de schenen/voeten werpen (=ermee confronteren)
  22. zijn schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)
  23. zijn volle gewicht in de schaal werpen. (=zich er volledig voor inzetten.)

30 betekenissen bevatten `werp`

  1. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan beslissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  2. je moet geen slapende honden wakker maken. (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / je moet aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  3. in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
  4. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  5. een zaak aankaarten (=een onderwerp in de aandacht brengen)
  6. het sop is de kool niet waard. (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  7. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  8. een kwestie aankaarten (=een onderwerp ter discussie brengen)
  9. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  10. een balletje over iets opgooien (=een onderwerp voorzichtig noemen met de hoop dat anderen er ook over gan praten)
  11. over de tong gaan. (=het onderwerp van gesprek zijn.)
  12. corpus delicti (=het voorwerp van de misdaad)
  13. iemand uit zijn tent lokken (=iemand uitlokken zodat hij over een bepaald onderwerp spreekt)
  14. als een tang op een varken slaan (=iets heeft totaal niets met een besproken onderwerp te maken)
  15. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  16. een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
  17. onder het juk brengen (=onderwerpen)
  18. iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
  19. iemand in zijn zwak tasten (=over onderwerpen praten waar iemand het eigenlijk niet over wil hebben)
  20. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  21. op hetzelfde aambeeld hameren (=steeds over hetzelfde onderwerp praten)
  22. van de os op de ezel springen (=steeds van onderwerp veranderen)
  23. altijd op hetzelfde aambeeld hameren/slaan. (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen.)
  24. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
  25. een vreemdeling in kanaan zijn (=weinig weten over het besproken onderwerp)
  26. onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)
  27. naar Canossa gaan (=zich aan een ander onderwerpen)
  28. zijn hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
  29. opzitten en pootjes geven (=zich onderwerpen)
  30. in iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)

Het dialectenwoordenboek kent 3 spreekwoorden met `werp`

  1. Walshoutems: de zoeg moet kudderen (=De zeug moet werpen)
  2. Sint-Niklaas: omoog roûn (=in de hoogte werpen)
  3. Huizers: Spek in 't hongdenest gooien (=Paarlen voor de zwijnen werpen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen