Spreekwoorden met `slap`

Zoek

18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `slap`

  1. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  2. de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  3. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  4. een slap jantje zijn (=een sukkel zijn)
  5. er een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  6. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  7. goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
  8. in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
  9. maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
  10. maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  11. met de kuikens gaan slapen. (=vroeg naar bed gaan)
  12. op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico`s nemen)
  13. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  14. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  15. slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
  16. staan te slapen (=niet opletten)
  17. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  18. wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)

11 betekenissen bevatten `slap`

  1. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  2. de nacht is een goede raadsman. (=een nachtje slapen is goed bij het nemen van beslissingen)
  3. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  4. de nacht brengt raad. (=ergens een nachtje over slapen leidt tot betere beslissingen of oplossingen)
  5. onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  6. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  7. ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
  8. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  9. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  10. wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
  11. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)

31 dialectgezegden bevatten `slap`

  1. 'k ben zoa slap of 'n wisse (=Ik voel me maar flauwtjes) (Hansbeeks)
  2. 'k zeun zwo slap of een wisse (=ik voel me flauw) (Maldegems)
  3. 't es zjus en sjèttelvod (=hij is zo slap) (Bilzers)
  4. da mèr ë slap beiske (=dat is maar een kleine verdienste) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. daddistereen van aoverstrooi (=dat is een slap iemand) (Oudenbosch)
  6. das de zaaik van boere mie (=als koffie te slap is) (Antwerps)
  7. das mér e slap beiske (=dat is niet veel (loon-werk) ) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. De ketting is slok. (=De ketting is slap gespannen.) (Aaltens)
  9. de kons wir van viëraof aon beginne (=alcohol maakt weer slap wat viagra overeind kreeg) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. Ge kunt der de kerk van Droesaat dee zien (=De koffie is te slap) (Opwijks)
  11. ge kunt er au mitje en pitje ne nievvejoar dur wens'n (=het is helemaal versleten (m.n. textiel) / die koffie is te slap) (Wichels)
  12. ge kunt er de gazet deur leze (=als koffie te slap is) (Antwerps)
  13. ge kunter ô gazet deur lezen (=als de koffie te slap is zegt men...) (Sint-Niklaas)
  14. Ge ziet er Brussel en Parouësch dee (=de koffie is te slap) (Ninoofs)
  15. hae hoeng zoe slap assen sjèttelvod (=de kracht was er uit) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. ie is bie un rot stroeatje te trokn (=slap figuur) (Zeeuws)
  17. Innet tempo van 'n neeslagshaai bai 'n slap hallefwerrekie. (=Héél langzaam.) (Zaans)
  18. je volt deur zn bièènn van flowte (=hij voelt zich slap) (Kortemarks)
  19. Oewe fiets stùt slap (=Je fietsband is lek) (Helenaveens)
  20. slap kan ouch sjoeën zeen (=slap kan ook knap zijn) (Kinroois)
  21. spiëlerke van men K. (=slap voetballerke) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. Tes een vodde (=Een karakterloos of slap iemand) (Liedekerks)
  23. tis deurelik, ge kunt er je gazette deure leezn (=de koffie is slap) (Kortemarks)
  24. Wij lachten ons de buse uut. (=Wij lachten ons slap) (Hoogeveens)
  25. zo slap as een vodde (=zo slap als ...) (Vels)
  26. zoe slap as een schëttelvod (=doodsziek) (Bilzers)
  27. zoe slap as een vod (=zo slap als een vaatdoek) (Bilzers)
  28. zoe slap as ën sjèttelvod (=ziekelijk doorhangen) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. zoe slap assen sjèttelvod (=uitgeblust) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. zoe slap assen sjëttelvod (=afgemat) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. zoe slap assen vod (=uitgeput, uitgeblust, afgemolken zijn) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen