Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `slap`

  1. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  2. de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  3. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  4. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  5. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  6. goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
  7. hij stond te slapen (=hij lette niet op)
  8. in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
  9. men moet geen slapende honden wakker maken (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
  10. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  11. op het slappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico's nemen)
  12. op twee oren slapen (=je mag gerust zijn)
  13. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  14. slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
  15. Wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=Blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  16. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)

10 betekenissen bevatten `slap`

  1. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  2. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  3. onder zeil gaan (=gaan rusten of slapen, vertrekken of weggaan)
  4. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)
  5. ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
  6. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
  7. in Morpheus' armen liggen (=slapen)
  8. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  9. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
  10. bij nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)

Het dialectenwoordenboek kent 95 spreekwoorden met `slap`

  1. Munsterbilzen - Minsters: de slappen (slappeling) authange (=deernis opwekken)
  2. Lichtervelds: mn êrte slapt (=ik ben slaperig)
  3. Zwevegems: in z'n bedde kreup'n (=slapengaan)
  4. Lichtervelds: je volt deur ze bièènn van flowte (=hij voelt zich maar slapjes)
  5. Zelzaats: Winkel en Mendonk (=slappe koffie)
  6. Bilzers: zoe slap as een vod (=zo slap als een vaatdoek)
  7. Zottegems: ( zéér oud woord ) slaphangere (=geroosterde ( zoete) haring)
  8. Zwevegems: een piepke en 'n kreuske (=een zoentje en een kruisje voor het slapengaan)
  9. Munsterbilzen - Minsters: baeter ne kleene plezante dan ne graute ambetante (=klein maar dapper, hoe groter hoe slapper)
  10. Genneps: De ogen vör de kop hèbbe hange (=Erg vermoeid en slaperig zijn)
  11. Koersels: in deij koffie zieder scherpenheuvel ooch (=slappe koffie drinken)
  12. Bilzers: doeë zieste de bojem der (=slappe koffie)
  13. Liedekerks: Tes een vodde (=Een karakterloos of slap iemand)
  14. Munsterbilzen - Minsters: spiëlerke van men K. (=slap voetballerke)
  15. Bilzers: 't es zjus en sjèttelvod (=hij is zo slap)
  16. Zeeuws: ie is bie un rot stroeatje te trokn (=slap figuur)
  17. Oudenbosch: daddistereen van aoverstrooi (=dat is een slap iemand)
  18. Kortrijks: ge zieter tweis deure (=slappe koffie)
  19. Giesbaargs: slappekes vuulen (=zich niet goed voelen)
  20. Waregems: 'n seenewoarietsje, 'n tseentewoareke (=kruisje op het voorhoofd voor het slapengaan)
  21. Bilzers: wie klinder wie dapper, wie grütter wie slapper (=klein maar dapper !)
  22. Tilburgs: kupke sloot woater (=kopje slappe thee)
  23. Roeselaars: ge ziet er heel roeselare deure (=slappe koffie)
  24. Munsterbilzen - Minsters: slappe kos (=matige vertoning)
  25. kortemarks: tis deurelik, ge kunt er je gazette deure leezn (=het is slappe koffie)
  26. Lichtervelds: ge kunt er je gazette deure leezn (=het is slappe koffie)
  27. turnhouts: das zaaiek van boeremie (=slappe koffie)
  28. Bilzers: zoe slap as een schëttelvod (=doodsziek)
  29. Opwijks: Ge kunt der de kerk van Droesaat deur zien (=De koffie is te slap)
  30. Zaans: Één loodje koffie in de Zaan, en een lekker bàkkie! (=slappe koffie zetten)
  31. Antwerps: das de zeik van boere mie (=als koffie te slap is)
  32. Lichtervelds: je slapt e gat in dn dag (=hij slaapt heel lang)
  33. Lichtervelds: je slapt dat gès in ze gerre groeit (=hij slaapt heel lang)
  34. Heemskerks: je paadje inkorten (=slapen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: zoe slap assen sjëttelvod (=afgemat)
  36. Munsterbilzen - Minsters: zoe slap assen sjèttelvod (=uitgeblust)
  37. Westerkwartiers: sloap'n as 'n roos (=heerlijk slapen)
  38. Bosch: Dieje loerie madde eiges houwe (=Die slappe koffie mag je zelf hebben)
  39. Sint-Niklaas: ge kunter ô gazet deur lezen (=als de koffie te slap is zegt men...)
  40. Moes: goan dooken doen (=gaan slapen)
  41. Arendonks: in ewwe peulder krooipeh (=gaan slapen)
  42. Oudenbosch: das ne slappe gezoutene (=dat is een zwak iemand)
  43. Moorsel: in aa'n nest kroëpen (=gaan slapen)
  44. Zeeuws: ie is de wind kwiet (=hij ligt te slapen)
  45. Budels: slaopen as unne res (=goed en diep slapen)
  46. Mechels (BE): 'k geun onderd meiter platligge (=ik ga slapen)
  47. Lichtervelds: kgoa noa betleejem (=ik ga slapen)
  48. Geels: ik goan sloape, ik kroawep in mijne nest (=ik ga slapen)
  49. Bilzers: e koet énne daog sloëpe (=Lang slapen)
  50. Amsterdams: Bankwerken (=Op een bank slapen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen