16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `up`
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
- een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
- een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
- een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
- het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst (=het valt hem zwaar tegen)
- het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf) (Latijn)
- je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
- kreupel of koning. (=alles of niets.)
- kreupel wil altijd voordansen (=de zwaksten willen het hoge woord hebben)
- lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
- onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
- op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
- uit de heup schieten (=een discussie ingaan met een ongenuanceerde argumentatie)
- van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
3 betekenissen bevatten `up`
- voor het zingen de kerk uit (=coïtus interruptus)
- het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
50 dialectgezegden bevatten `up`
- 'kom up mien tyd. (=geïrriteerd worden) (Poperings)
- 's avens loote en up de noen en de luzegoords 't ol te doen (=luiaards zijn altijd gehaast) (Brugs)
- 't sloeg up men oosem (=ik was stomverbaasd) (Brugs)
- achtr uus trekkn ze de lèèr up (=we moeten profiteren van het leven) (Kortemarks)
- achtr uus trekkn ze de lêir up (=geniet van het leven want het duurt maar even) (kortemarks)
- aoj je gat verbrand moej up de blaozn zittn (=als je iets verkeerd doet moet je er de gevolgen van dragen) (Kortemarks)
- aotend in zne kop eet, eetnd nie in ze gat, tis èèn med aor up zn tandn (=hij heeft een sterk karakter) (Kortemarks)
- Byt up u tan’n! (=Geef niet op!) (West-Vlaams)
- das gelek hores up a verken (=dat past niet bij elkaar) (Loksbergs)
- de deugnietrie staot up zn aonzichte te leezn (=het is een deugniet) (Kortemarks)
- de duuvejoengn zittn up dn boîrd van tnest (=haar borsten steken uit haar beha) (Lichtervelds)
- de duuvejoengn zittn up dn boîrd vant nest (=ze heeft een grote decolleté) (Kortemarks)
- de katte zit up d'horloge (=Er is ruzie (in het huishouden - kleine familiale twist)) (Izegems)
- de Russen zijn in Paris / tante Marie is up bezoek / de roo vlagge angt uut (=de maandstonden hebben) (West-Vlaams)
- der is beternisse up komste (=er is beterschap te verwachten) (Kortemarks)
- é net up zu zwienkel gescheetn (=van een man die slecht gezind is) (Langemarks)
- eej nog up zukke karre gezeetn (=heb je dat ooit meegemaakt) (kortemarks)
- eentwie tmes up de keele zettn (=iemand dwingen) (Kortemarks)
- eentwie up ze strooj leggn (=iemand een nederlaag toedienen) (kortemarks)
- eft jn dooz up (=sta recht) (Lichtervelds)
- eft jn dooz up (=sta even recht) (Kortemarks)
- etwien up flaschn trekkn (=iemand voor de gek houden) (Kortemarks)
- ge kunt er gièèn staot up maokn (=hij is niet betrouwbaar) (kortemarks)
- ge moet ekièèr up zukke karre zittn (=je moet maar eens meemaken) (kortemarks)
- ge moet er je boîntjes nie up te wièèke leggn (=je moet er niet op rekenen) (Kortemarks)
- ge moet ier oîgn up je gat één (=je moet hier alles in het oog houden) (Lichtervelds)
- ge moet oîgn up je gat één (=je moet goed opletten) (Kortemarks)
- ge moet oîgn up je gat en (=ge moet alles in het oog houden) (Kortemarks)
- ge moet up je tandn biettn en je gat toenieppn (=je moet even goed doorbijten) (Lichtervelds)
- ge moet up zukke karre zittn (=kom dat tegen) (Kortemarks)
- ge zie zeekre up je ne kop gevoln, ge zie gie zeekre zot (=ben je gek) (Kortemarks)
- geet e ferme knotse up je ne kop (=je hebt een grote buil op je hoofd) (kortemarks)
- gie zie laat' up droai! (=u bent laat op stap!) (Ostêns)
- griezd aor groejt up gièèn domkoppn, d'eezels zyn der mee geboorn (=Kortemarks gezegde) (Kortemarks)
- heft moa je gat up (=maak maar dat je weg komt) (Eernegems)
- Hij ies up en truug noar du'n bakker vur ne zak brooikes (=Hij is even op en neer naar de bakker voor een zak broodjes) (Kaatsheuvels)
- j'a beetr up de stoove geschootn (=zijn kinderen deugen niet) (Brugs)
- j'eet ogen up zin gat (=hij merkt alles op) (Brugs)
- je fret ze zelvn up (=hij kan zijn verdriet niet verwerken) (Kortemarks)
- je kan dichten zoender ze gat up te lichten (=hij maakt karamellenverzen) (Lichtervelds)
- je kan dichtn zoender ze gat up te lichtn (=hij gebruikt karamellenverzen) (Lichtervelds)
- je kan dichtn zoendre zn gat up te lichtn (=hij maakt karamellenverzen) (Kortemarks)
- je ken et up zn duumptje (=hij kent het van buiten) (Kortemarks)
- je kiekt lik nen oend up e zieke koe (=hij kijkt verbaasd) (Kortemarks)
- je klapt lik één zoendre vel up zne buuk (=hij spreekt zonder ervaring) (Kortemarks)
- je komt terug up ze plooîje (=hij herstelt van een ziekte) (Kortemarks)
- je kriegt veel slaogn up ze verdomnesse (=hij krijgt veel slaag) (Kortemarks)
- je liep e blowtj up (=hij werd afgewezen) (Kortemarks)
- je lopt e blowtj up (=hij wordt afgewezen) (Lichtervelds)
- je lopt met e lange lippe, zn lippe angt toet up de groend (=hij is niet welgezind) (Kortemarks)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen