54 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `tjes`
- aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
- alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
- als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- de bloemetjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
- de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
- de engeltjes schudden hun bed op / kussens uit (=het sneeuwt)
- de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
- de kantjes er van aflopen (=zijn best niet doen)
- de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
- de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
- de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
- de scherpe kantjes er van afhalen. (=iets verzachten of minder extreem maken)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
- een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
- gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
- geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
- het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
- het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
- in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
- katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
- kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
- kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
- lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
- met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
- met hoorntjes lopen (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar)
- met molentjes lopen (=in de war zijn, niet goed bij het verstand zijn)
- moet je nog peultjes (=wat zeg je daarvan!)
- ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
- op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
- op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in)
- op je boerenfluitjes (=slordig)
- op je pootjes terecht komen (=het komt vanzelf wel voor elkaar)
- opzitten en pootjes geven (=zich onderwerpen aan een verplicht gesprek)
- over koetjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
- praatjes vullen geen gaatjes (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
- strelende katjes halen het vlees uit de pot. (=kijk uit voor overdreven vleierij)
- tot in de puntjes (=tot in het kleinste detail)
- tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
- van twee walletjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
26 betekenissen bevatten `tjes`
- alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
- een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
- brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt)
- elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes bezorgen)
- de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
- met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
- `m piepen (=er stilletjes vandoor gaan)
- op en top (=helemaal, tot in de puntjes)
- iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
- iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
- om door een ringetje te halen (=keurig netjes)
- een snor aan hebben (=lichtjes dronken zijn)
- kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
- een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
- halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- op kousenvoeten (=stilletjes, ongemerkt)
- klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
- het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
- alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
- het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
- in het oor fluisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
- iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
- ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen