Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `streng`

  1. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen. (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag.)
  2. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  3. strenge heren regeren niet lang. (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)

16 betekenissen bevatten `streng`

  1. de teugels laten vieren. (=een minder streng beleid voeren.)
  2. de teugels strakker aanhalen. (=een strengere discipline invoeren.)
  3. het touw wat vieren (=het iets minder streng aanpakken)
  4. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  5. de teugel aantrekken (=minder gaan uitgeven , strenger worden)
  6. de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  7. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  8. iemand aan de tand voelen (=op strenge manier ondervragen)
  9. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  10. iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
  11. op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
  12. strak houden (=streng opvolgen - weinig toelaten)
  13. de lijn wat aanhalen (=strenger worden)
  14. zijn tanden laten zien. (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn.)
  15. zachte winters vette kerkhoven (=zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters)
  16. zo fijn als gemalen poppenstront. (=zeer streng rechtzinnig)

Het dialectenwoordenboek kent 13 spreekwoorden met `streng`

  1. Oudenbosch: ut vroor dattut kraokte (=het vroor erg streng)
  2. Overmeers: 'n stringe goaren (=een streng garen)
  3. Alblasserdams: fijn als gemalen poppestront (=streng gerefofmeerd)
  4. Bilzers: z'ne plang trèkke (=zijn streng trekken)
  5. Achterhoeks: Slok reep'n. Repen=strengen van het paardentuig. (=Weinig inspanning leveren.)
  6. Westerkwartiers: 'n harteg woordje met één proat'n (=iemand streng toespreken)
  7. Westerkwartiers: hoe haarder as 't reeg'nt, hoe gauwer is 't over (=al te strenge heren blijven niet lang aan de macht)
  8. Munsterbilzen - Minsters: zene streng trèkke (=zijn plan trekken)
  9. Oudenbosch: as de daoge lenge gaon ze strenge (=in de winter gaat het vriezen)
  10. Drents: Holdt de bomen de bladen lang, ben dan veur een strenge winter bang (=weerspreuk)
  11. Sint-Niklaas: zènne streng ( zè plang) trekken (=zijn werk goed doen)
  12. Sint-Niklaas: ei trekt goe zènne streng (=hij kan goed zijn plan trekken)
  13. Bilzers: as de doëch lenge geet de wênter strenge (=als de dagen lengen wordt het kouder)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen