Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nergens`

  1. dan zijn we nergens (=dan is er geen oplossing)
  2. zoals het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  3. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)

21 betekenissen bevatten `nergens`

  1. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  2. zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis)
  3. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  4. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  5. het is knudde met een rietje (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  6. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  7. dat mag Joost weten (=iets nergens kunnen vinden)
  8. mijn naam is haas (=ik weet nergens van en wil er niks mee te maken hebben!)
  9. op poten staan (=in een brief nergens omheen praten)
  10. Snotterige veulens worden de gladste paarden. (=Kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  11. Op de galg schijten (=nergens bang voor zijn)
  12. geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
  13. weten van kikken noch mikken (=nergens van weten)
  14. van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  15. twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
  16. ergens heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  17. iets over z'n kant laten gaan (=zich nergens iets van aantrekken)
  18. maling aan iets of iemand hebben (=zich nergens iets van aantrekken)
  19. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  20. ijskoud zijn gang gaan (=zich nergens van aantrekken)
  21. Zijn gat aan de poort vegen (=Zich nergens zorgen om maken)

Het dialectenwoordenboek kent 55 spreekwoorden met `nergens`

  1. Westerkwartiers: 't liekt naarg'ns noar (=het lijkt nergens op)
  2. Overpelts: dé trekt op ginnen urgel (=dat trekt nergens op)
  3. Hoogstraats: dat is van keskeschiet (=dat trekt nergens op)
  4. Westerkwartiers: dat liekt naarg'ns woar op (=dat lijkt nergens naar)
  5. Oudenbosch: da trek nergus op (=dat lijkt nergens naar)
  6. Hulsters (NL): da trekt op niks (=dat lijkt nergens op)
  7. Eibergs: mooi dikke en neet bang (=nergens bang voor)
  8. Oudenbosch: da staolt nerges op (=dat slaat nergens op)
  9. Mestreechs: dat trek op niks (=dat lijkt nergens op)
  10. Mestreechs: dat trek nörgens op (=dat lijkt nergens op)
  11. Weerts: det staaltj nêrreges op! (=dat lijkt nergens op!)
  12. Veurns: op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken)
  13. Westlands: Wa zit je nou te lulle joh (=Slaat nergens op)
  14. Bilzers: dat doog vér niks (=dat is nergens goed voor)
  15. Mestreechs: dat liekent nörreges op (=dat lijkt nergens op)
  16. Oudenbosch: ijis nergus bekwaom vor (=hij deugt nergens voor)
  17. Veurns: en is gin pupe tubak weird (=hij deugt nergens voor)
  18. Mestreechs: vaan tute nog blooze aof wete (=nergens van weten)
  19. Westerkwartiers: 't is naarg'ns beder as tuus (='t is nergens beter dan thuis)
  20. Genneps: Da's zè.jk óp enne rie.k (=Dat is niet steekhoudend, slaat nergens op)
  21. Twents: Ik kom ut Losser en ik weet van niets (=Ik weet nergens van)
  22. Sint-Niklaas: mè geen ogen te zien (=nergens te zien zijn)
  23. Venloos: De kins niks as groeëte bótteramme klein make (=Je deugt nergens voor)
  24. Flakkees: Da keije naarugus meer kriege (=Dat kan je nergens kopen)
  25. Budels: dea staelt nog ne op zeult (=dat lijkt nergens op)
  26. Liwwadders: dat liekt as un flag op un strontpraam (=dat staalt nergens naar)
  27. Bilzers: dae és mét geen oog te bespiëre (=die is nergens te bespeuren)
  28. Mols: gaai goa nievrans henne ! (=gij gaat nergens naar toe !)
  29. Westerkwartiers: 't is naarg'ns beder as tuus (=het is nergens beter dan thuis)
  30. Munsterbilzen - Minsters: dae zieste mèt geen ooge (=hij is nergens te bespeuren)
  31. Waregems: 't un trekt nievurs ip, dat 'n trekt ip niet(s), da gelijk(t) nievers an (=het gelijkt nergens op)
  32. Oudenbosch: ij veegt overal z n koont aon af (=hij trekt zich nergens iets van aan)
  33. Texels: Zoas 't klokkie tuus luud, luud 't nerregus (=Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens)
  34. Epers: Äj zo nauwe kiek, kuj in Gòttel nog niet wonen (=Als je zo precies kijkt, kun je nergens wonen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: wae et tinnes nie kan keire, zallet ook nërges leire (=wie met zijn thuis geen vrede vindt, vindt die nergens)
  36. Tilburgs: hè-s as un duuveltje in un duske, zôo zie d-um èn zôo zie d-um nie. (=hij is overal en nergens, je weet nooit waar hij is.)
  37. Westerkwartiers: een die at op berre leit moedem stilhollneen een, dien (=is mag zich ner is mag zich nergens mee bemoeiengens mee bemoeieniemand die ziek)
  38. Heldens: Ut vogoltju zingt thuis eegluk mooi, daar es ut thuis. (=Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.)
  39. Waregems: 't un trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op)
  40. Ossendrechts: da trekt nerges oep (=Dat slaat nergens op)
  41. Bilzers: Dat trèk op geenen élger (=Dat lijkt nergens naar)
  42. Antwerps: da trekt oepniks (=dat lijkt nergens op)
  43. Gents: ten trekt op nieks (=het lijkt nergens op)
  44. Bilzers: das e menneke van soekker (=hij kan nergens tegen)
  45. Brugs: van toeten noch bloazen weten (=nergens van af weten)
  46. Zeeuws: uut zn neuze bloen (=nergens van af weten)
  47. Graauws: van toeten noch blaozen weten (=nergens vanaf weten)
  48. Munsterbilzen - Minsters: van geen kante (=van nergens)
  49. Maas en waals: 't lek op gin botter of breij (=het lijkt nergens op)
  50. Budels: die géft nergus gén bôl um ! (=hij geeft nergens niks om)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen