Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `loopt`

  1. als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  2. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  3. dat loopt op zijn einde (=het is bijna afgelopen)
  4. de gal loopt over (=boos worden)
  5. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  6. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  7. De zeug loopt met de tap weg (=Nalatigheid is hier troef)
  8. dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder controle)
  9. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beetje gek)
  10. er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
  11. het hoofd loopt me om (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
  12. het loopt in't honderd (=het gaat helemaal mis)
  13. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
  14. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  15. het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
  16. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (=Hij loopt heel hard)
  17. hij loopt met hoorntjes (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar)
  18. hij loopt te haaien en te draaien (=doelloos ronddwalen)
  19. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
  20. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)

11 betekenissen bevatten `loopt`

  1. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=Als de vrijster achter haar geliefde aanloopt, wil zij te graag trouwen)
  2. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  3. opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  4. eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  5. iets in goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  6. achterom is kermis (=gezegd bij biljart als 'n bal rakelings achter een andere door loopt)
  7. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  8. het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
  9. Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft (=Hij loopt heel hard)
  10. het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
  11. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)

Het dialectenwoordenboek kent 93 spreekwoorden met `loopt`

  1. Dordts: Die loopt voor schobberdebonk (=Hij loopt er slordig (gekleed) bij)
  2. Drents Kanoals: die lopt staal achterover (=die loopt zeer statig)
  3. Roeselaars: jee ne slag in sien leenget (=loopt krom)
  4. Westerkwartiers: hij is altied hoandje de veurste (=hij loopt altijd vooraan)
  5. Avelgems: Ie luupt in zinne vlieënde vlendel... (=Hij loopt poedelnaakt)
  6. Zeeuws: vuulte voe dn bezem (=iemand die voorop loopt)
  7. Munsterbilzen - Minsters: tlüp op rollekes (=het loopt gesmeerd)
  8. Grobbendonks: tluipt in tondert (=het loopt verkeerd)
  9. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb gee klaoge (=alles loopt gesmeerd)
  10. Antwerps: 't Is kakkamiemieshit ! (=Het loopt niet los)
  11. Westerkwartiers: hij lopt as 'n stoterse hoan (=hij loopt nogal trots)
  12. Westerkwartiers: hij lopt te moal'n (=hij loopt te prakkizeren)
  13. Munsterbilzen - Minsters: zen zaok drèd vlot (=zijn winkel loopt goed)
  14. Weerts: Det luîptj wi-j 'nne kernêl (=Dat loopt op rolletjes)
  15. Ouddorps: Hie laopt zôô krom as 'n zekel (=Hij loopt erg krom)
  16. Westerkwartiers: hij lopt ien 't blode bezroen (=hij loopt in een overhemd)
  17. Arendonks: hai drijt zenneh zak (=hij loopt naar de tegenpartij over)
  18. Bilzers: hae és zoe kroemp assen ziëkel (=hij loopt zwaar voorover gebukt)
  19. Lummens: Kiekt moe da der loept en loept moe da der kiekt (=Zie waar ge loopt en loopt waar ge ziet)
  20. Volendams: je moeder et taartjes (=als je in de weg loopt)
  21. Weerts: Det luîptj wi-j un tiet (=Dat loopt op rolletjes)
  22. Waregems: me zijnder goe mee in doeninge (=ons contact met hen loopt vlot)
  23. Sint-Niklaas: ès zoe krom as een zichel (=hij loopt helemaal krom)
  24. eindhovens: hij naait er uit (=hij rent weg/loopt stiekum weg)
  25. Munsterbilzen - Minsters: dae hèt viël zjaer bij (=hij loopt te pronken)
  26. Hendrik-Ido-Ambachts: die vent mot naer Steines (=die man loopt mank)
  27. kortemarks: je lopt roend lik e kieken die moe leggn (=hij loopt nerveus rond)
  28. Munsterbilzen - Minsters: da lëp makkemêntëg (=dat loopt niet van een leien dak)
  29. Westerkwartiers: hij is ien 'e boon'n om aart'n te plukk'n (=het loopt hem helemaal door)
  30. Lokers: Z'is op heuren drevel (=Van een vrouw die voortdurend heen en weer loopt)
  31. Vechtdals: din löp zich 't kruus uut de bokse. (=hij loopt zich het kruis uit de broek.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: wa kosset dich vër zoe goeje koop aut te zien (=je loopt er maar slordig bij)
  33. Tilburgs: hij stao krom van de rimmetiek. (=hij loopt kreupel door de reuma.)
  34. Drents: Hij mot op de zwörm passen. (=Iemand wiens vrouw 'op alledag' loopt)
  35. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt bang datse get verlies (=ze loopt met haar knieën tegen mekaar)
  36. Steins: dát is ein trámpelgauws (=iemand die besluiteloos heen en weer loopt)
  37. Rotterdams: Ik loopt peentjes te zwete (=ik ben zenuwachtig)
  38. Heusdens: ichkan er nie euver zwe`ge (=waar het hart van vol is,loopt de mond van over)
  39. Munsterbilzen - Minsters: blind zin és erg, mér ziende blind nog mei (=je loopt beter tegen een gesloten deur dan voorbij een open)
  40. Texels: Hee lóópt os een mál skéép (=Iemand die doelloos heen en weer loopt)
  41. Zaans: loopt dominee met de bul (stier) (=Als de nood aan de man komt..........)
  42. Heusdens: de iene boer vroagt an den nare boer , hoe giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt , en hoe lupt oer pjerd oh het giet (=de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer antwoord mijn paard gaat niet , dat loopt , en hoe loopt Uw paard oh het gaat)
  43. Rekem: as twie hun vechte um e bien, dan lup de 3de dermee hien (=als 2 honden vechten om een been, loopt de 3de er mee heen)
  44. Twents: Better één dee nöast oe geet, as twee dee achter oe an loopt. (=Een goede buurman is beter dan een verre vriend.)
  45. Sint-Niklaas: ei loopt soe recht as een kjeis (=hij loopt mooi rechtop)
  46. Westerkwartiers: dat lopt spoak (=dat loopt vast)
  47. Westerkwartiers: hij lopt op eier (=hij loopt zeer behoedzaam)
  48. Westerkwartiers: dat lopt spoak (=spaak - dat loopt spaak)
  49. Evergems: hazeun snottekisse da doar hangt (=zijn neus loopt)
  50. Budels: dé luptj wi-j un tiet (=dat loopt op rolletjes)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen