Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `loop`

  1. als het getij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  2. als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandigheden aanpassen)
  3. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  4. dat loopt de spuigaten uit (=dat is al te gek)
  5. dat loopt op zijn einde (=het is bijna afgelopen)
  6. de gal loopt over (=boos worden)
  7. de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
  8. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee. (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens.)
  9. dit loopt uit de hand. (=dit is niet meer onder controle)
  10. een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
  11. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beetje gek)
  12. er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich voor het minste op)
  13. het hoofd loopt me om. (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
  14. het loopt in't honderd (=het gaat helemaal mis)
  15. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  16. het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in.)
  17. hij loopt met hoorntjes. (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar.)
  18. hij loopt te haaien en te draaien (=doelloos ronddwalen)
  19. iets op zijn beloop laten. (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt.)
  20. loop heen (=ga weg!)
  21. loop naar de duivel/maan/pomp (=ga weg!)
  22. loop naar je grootje (=ga weg!)
  23. op zijn beloop laten (=laten gebeuren zonder in te grijpen)
  24. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over. (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten.)
  25. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)

24 betekenissen bevatten `loop`

  1. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. . (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  2. van uitstel komt afstel. (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt.)
  3. gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  4. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  5. eind goed, al goed. (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  6. tijd heelt alle wonden. (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  7. tijd slijt. (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  8. iets in goede banen leiden. (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt.)
  9. achterom is kermis (=gezegd bij biljart als 'n bal rakelings achter een andere door loopt)
  10. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  11. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  12. de vis begint te stinken bij de kop. (=het loopt het eerst mis bij de leiding.)
  13. het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
  14. het gaat aan zijn neus voorbij. (=hij loopt iets mis.)
  15. hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een overwacht verloop kan kennen)
  16. Ga patatten planten (=loop naar de maan)
  17. leugens hebben korte benen. (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten)
  18. je zus (=mij niet gezien! loop heen!)
  19. de tijd zal het leren. (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)
  20. de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
  21. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
  22. Tussen de soep en de aardappels (=Terloops)
  23. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent. (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan.)
  24. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd. (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis.)

Het dialectenwoordenboek kent 188 spreekwoorden met `loop`

  1. Westerkwartiers: ien 'e loop weg (=loopjesweg (en passant))
  2. Westerkwartiers: da's loopjes waark (=dat gaat in de loop weg mee)
  3. Waregems: iemand over de kouter voer'n (=een loopje nemen met iemand)
  4. Westerkwartiers: ien 'e tredmeul'n loop'n (=de normale weg gaan)
  5. Westerkwartiers: hij is teeg'n de laamp loop'n (=men heeft hem betrapt)
  6. Oudenbosch: daor gaode gij nie mee kuiere (=die laat geen loopje met zich nemen)
  7. Amsterdams: Loterijman (=Iemand die niets serieus neemt, Met alles een loopje neemt, Een gokker)
  8. Munsterbilzen - Minsters: lengs zen sjoen loope (=overdreven verwaand zijn)
  9. Westerkwartiers: ien 'e paas loop'n (=normaal met de groep meedoen)
  10. Westerkwartiers: 'n loopn'de hond vangt altied wel 'n bot (=iemand die veel reist krijgt vaak wel wat)
  11. Twents: loop 's 'n luk an (=loop eens wat vlugger)
  12. Amsterdams: loop naar de ratsmodee (=loop naar de bliksem)
  13. Munsterbilzen - Minsters: tès ènnet honderd ont loope (=het gaat de mist in)
  14. Munsterbilzen - Minsters: op zen leste been loope (=niet lang meer leven)
  15. Zeeuws: kzouwe we wihg wiln loopn a kme wisse ni wie-er (=beu)
  16. Bilzers: op zen tibbe loope (=op je tenen lopen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: loop toch noë de kloete, mene man (=loop naar de pomp !)
  18. West-Vlaams: de zwiens loop'n me stroaj in under muule. (=slechte weersvoorspellingen.)
  19. Veurns: op è latste loop'n (=de dood nabij zijn)
  20. Veurns: de pooët'n van je gat loop'n (=zich reppen)
  21. Liwwadders: gaan toch fut, juh! (=loop naar de pomp!)
  22. Sint-Niklaas: kust min kloûten (=loop naar de vaantjes)
  23. Munsterbilzen - Minsters: moeste nog hoje gon (=loop niet zo snel)
  24. Munsterbilzen - Minsters: kis mene naere (=loop naar de maan)
  25. Bilzers: de zos baeter ént gereel loope (=je moet beter in het gelid lopen)
  26. turnhouts: 't is koek en aai (=Alles loopt goed)
  27. Westerkwartiers: hij lopt met meul'ntjes (=hij loopt met molentjes)
  28. Ninoofs: a angd'op zan zoemerzou (=hij loopt scheef)
  29. Twents: hee löp te nöaln (=hij loopt te zeuren)
  30. Tilburgs: ut lòpt vanèèges (=het loopt vanzelf)
  31. Venloos: Dich löps geitepoeët. (=Jij loopt geitepoot.)
  32. Westerkwartiers: dat gijt as 'n loop'nd vuurke (=dat gaat als een lopend vuurtje)
  33. Westerkwartiers: de kiener woon'n op loopoafstand (=de kinderen wonen lekker dichtbij)
  34. Twents: ne grote loopsküte (=iemand die graag en veel op pad is)
  35. Twents: A'j n vearkn veuroet wilt loatn loopn dan mö'j um an n stert trekn. (=Aktie is reaktie)
  36. Westerkwartiers: te haard van stoabel loop'n (=overhaast aan het werk gaan)
  37. Sint-Niklaas: ei loopt rond gullèk e kieken dad een ei moet gô leigen (=hij loopt onrustig rond)
  38. Munsterbilzen - Minsters: loop mich defteg noë de kloete (=loop naar de maan)
  39. Westlands: loop niet zo te zievere (=loop niet zo te zeuren)
  40. Lichtervelds: kloîpe têrt uut me lyf (=ik loop zo vlug ik kan)
  41. Bilzers: de groeten én de wénd vanaater (=loop naar de bliksem)
  42. Munsterbilzen - Minsters: de kons mich gestoeële wieëne (=loop naar de duivel !)
  43. Opglabbeeks: hè leipterbiej wiej eine bing (=hij loopt er onverzorgd bij)
  44. Sint-Niklaas: ei loûpt soe krom as ne zichel (=hij loopt helemaal krom)
  45. Tilburgs: hè lopt as unnen òssestaawer (=hij loopt wel erg moeilijk)
  46. Westerkwartiers: 't lopt de spuigoat'n uut (=het loopt de spuigaten uit)
  47. Brugs: een scheete in nen netzak (=het loopt op een sisser uit)
  48. Westerkwartiers: die lopt as 'n piek zunner kop (=die loopt doldriest rond)
  49. Bilzers: doeë koeëme kweddele van (=dat loopt niet goed af)
  50. Waregems: die bolt goed (=deze loopt soepel (fiets,kar,kruiwagen))


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen