Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `leng`

  1. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  2. het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitgespaard worden)
  3. in lengte van tijd (=voor eeuwig)
  4. op dezelfde golflengte zitten (=het grotendeels eens zijn)
  5. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `leng`

  1. Bilzers: as de doëch lenge geet de wênter strenge (=als de dagen lengen wordt het kouder)
  2. Munsterbilzen - Minsters: lengs zen naos voert (=terloops)
  3. Oudenbosch: as de daoge lenge gaon ze strenge (=in de winter gaat het vriezen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: lengs zen sjoen loope (=overdreven verwaand zijn)
  5. Waregems: van einsenteins (=over de gehele lengte)
  6. Munsterbilzen - Minsters: lengs et pëtsje pisse (=vreemd gaan)
  7. Munsterbilzen - Minsters: den heilege gees ès lengs gewès (=ze is onverwacht zwanger)
  8. Brakels: ij got nie lenge ne mir trek'n (=zijn einde is in zicht)
  9. Munsterbilzen - Minsters: baeter sjeef trèn as raech ter lengs dür (=beter iets dan niets)
  10. Waregems: zjuust verpasse (=de juiste maat, lengte, warmte, kruiding enz.)
  11. Bilzers: tés geen daudzin métten sjaun vroo te sloëpe, waol dërter wakker lengs te blijve ligge (=gemiste kansen nemen geen keer)
  12. Munsterbilzen - Minsters: dassem lengs zen naos dërgegon (=dat is hem niet te beurt gevallen)
  13. Maldegems: vanessentent (=over heel de lengte)
  14. Kortrijks: van ens 'n tens (=overlangs, in de lengte)
  15. Waregems: 't steekt zo nauwe nie (=een beetje zus, een beetje zo (lengte, gewicht))
  16. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeter glad lengs (=de keeper sloeg de bal mis)
  17. Leeds: van ensj tenenje (=over de ganse lengte (van vb een stuk land, een tuin)
  18. Oudenbosch: die motte nie de lengte geve (=die moet je niet de kans geven)
  19. Sint-Niklaas: vanaf 't veurjoar lengen de doagen (=vanaf de lente blijft het iedere dag iets langer licht)
  20. Munsterbilzen - Minsters: wo lengs zene mond aofhink, ès oo spijtig ! (=je hebt maar éénmaal de kans en het wil niet lukken)
  21. Bilzers: tés geen daudzin métten vroo te sloëpe, waol dërter wakker blijve lengs te ligge (=Laat nooit een kans onbenut waarvan je later spijt kan hebben)
  22. Westerkwartiers: dat gijt deur tot ien lengte van doag'n (=dat gaat zo nog een hele tijd door)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen