Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `koop`

  1. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  2. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  3. een koopje leveren (=iets onaangenaams doen)
  4. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  5. op de koop toe (=bovendien)
  6. op de koop toe nemen (=een onbedoeld gevolg accepteren)
  7. te koop lopen/staan (=er bespottelijk uitzien)

16 betekenissen bevatten `koop`

  1. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vlugger betaald)
  2. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  3. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  4. ergens aan bekocht zijn (=een slechte koop doen)
  5. op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
  6. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  7. je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  8. Liefde is waar de geldbuidel hangt (=Liefde is te koop)
  9. beidt Uw tijd, duur Uw uur (=op de toren van de Amsterdamse koopmansbeurs)
  10. de markt afschuimen (=overal zoeken wat er `te koop` is)
  11. jan contant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
  12. alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  13. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)
  14. de heler is net zo goed als de steler (=wie gestolen goed koopt is even slecht als de dief)
  15. tijd is geld (=zaken zo snel mogelijk voor elkaar krijgen is het goedkoopste)
  16. geen geld, geen Zwitsers (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)

Het dialectenwoordenboek kent 33 spreekwoorden met `koop`

  1. Twents: A'j nen döl noar t maark steurt, hebt de koopleu wil (=Als je een sufferd naar de markt stuurt, hebben de kooplui plezier)
  2. Tilburgs: Agge gin geld het om te kope, dan kunde oewe kooptaand wel uittrekke (=Geen geld hebben om te kopen, je kooptand uittrekken)
  3. Waregems: 't es 'n zoake (=voordelig koopje aanprijzen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: n kat énne zak koope (=blindelings geloven)
  5. West-Vlaams: z'is koopziende (=een mooie vrouw)
  6. Sint-Niklaas: vur nen appel en een ei (=bijna voor niets (koopje))
  7. Bilzers: kooptech doë mér get kliskes vër (=dat is niets waard)
  8. Brugs: 'n kiend koopn mè nen plastroeng an (=moeilijke bevalling)
  9. Maldegems: nen oasoart doen (=een buitengewoon goede koop doen)
  10. Bilzers: sjaos dat nie iedreen zau triëver dink (=goesting is koop)
  11. Rotterdams: Ik gaat effe naar de koopgoot (=Ik ga even winkelen in de beurstraverse)
  12. Mestreechs: heer köp ziech 'n ieske (=hij koopt een ijsje)
  13. Westerkwartiers: 'n kat ien 'e zak koop'n (=een foute aankoop doen)
  14. Westerkwartiers: ze koop'n 't op 'e pof (=ze kopen het op afbetaling)
  15. Lichtervelds: zang et ool an eur gat (=ze koopt onnodig kledij)
  16. Westerkwartiers: die geld het ken stuut koop'n (=rijken kunnen zich veel permitteren)
  17. Sallands: hi-j/zi-j köch (=hij/zij koopt)
  18. Westfries: weer hejje dàt opdein? (=waar heb je dat op de koop getikt?)
  19. Mechels (NL): Botter bie der visj (=Betalen bij de koop)
  20. Mechels (BE): bouter ba de vis (=betalen bij de koop)
  21. Aalsters: koeipet 'em (=koop het em)
  22. Bilzers: op taubaot (=op de koop toe)
  23. Bilzers: goesteng és koop (=ieder zijn smaak)
  24. Mestreechs: koupe, heer kuip ziech e nuij pekske (=kopen, hij koopt een nieuw kostuum)
  25. Oudenbosch: zis op durre koop gewiest (=zij heeft ruim inkopen gedaan)
  26. Westerkwartiers: hij kocht veur 't voaderlaand vot (=hij koopt alles wat hij leuk vindt)
  27. Munsterbilzen - Minsters: koop tich doë mèr noegabolle vür (=daar kun je niets mee beginnen)
  28. Gronings: hai is om Leermens toukomen (=hij weet wat er in de wereld te koop is)
  29. Westerkwartiers: beter duur as niet te koop (=gelukkig is het nog verkrijgbaar)
  30. Westerkwartiers: zij het niet veul te koop (=zij is wat stilletjes)
  31. Munsterbilzen - Minsters: wa kosset dich vër zoe goeje koop aut te zien (=je loopt er maar slordig bij)
  32. Munsterbilzen - Minsters: wilste mesjin zen waor te koop aonbieje (=waarom heb je je bloesje zo ver openhangen)
  33. Munsterbilzen - Minsters: goesting ès koop (=wie iets wil doen, vindt een middel; wioe niets wil doen vindt altijd en excuus)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen