Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `jan`

  1. beter blo(de) jan dan do(de) jan. (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn.)
  2. boven jan zijn (=uit de problemen zijn)
  3. een huishouden van jan Steen. (=een rommelig huishouden hebben)
  4. het huishouden van jan Steen (=een slordige boel)
  5. hij stond erbij voor jan met de korte achternaam. (=hij had geen zinvolle activiteit.)
  6. jan boezeroen (=de arbeiders)
  7. jan en alleman (=iedereen)
  8. jan gat (=onhandige sukkel)
  9. jan kontant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
  10. jan pet en piet boezeroen (=de arbeiders)
  11. jantje contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
  12. jantje lacht en jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
  13. jantje secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  14. jongens van jan de Witt (=dappere jongens zijn)
  15. leven als vrienden en rekenen als vijanden. (=vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)
  16. met een jantje van leiden aflopen (=wel meevallen)
  17. redenering van jan kalebas (=dwaze onlogische redenering)
  18. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn. (=hoed je voor onoprechte vrienden.)
  19. van jan Pet (=onverzorgd, waardeloos)
  20. zich er met jantje van Leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)

11 betekenissen bevatten `jan`

  1. bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
  2. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  3. het paard van Troje binnenhalen. (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  4. zich in het hol van de leeuw wagen (=een groot risico nemen , rechtstreeks bij de vijand te rade gaan)
  5. een renegaat is nog erger dan een Turk (=een vroegere vriend is een veel gevaarlijker vijand dan iemand die altijd een vijand is geweest.)
  6. er een potje van maken (=er een janboel van maken)
  7. iemand in het harnas jagen (=iemand uitdagen, tot vijand maken)
  8. vurige kool op iemands hoofd stapelen (=iets goeds doen voor een vijandig persoon)
  9. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders : schulden maken vijanden)
  10. als Ieren en Britten op één land (=twee aartsvijanden in één ruimte.)
  11. de horens laten zien (=zich vijandig tonen)

Het dialectenwoordenboek kent 61 spreekwoorden met `jan`

  1. Horster: heej schrieft zich janssen (=hij heet janssen)
  2. Opglabbeeks: sjuun sjoenk jang (=mooie hespen jan)
  3. Utrechts: die Jôh van jansen (=die jongen van jansen)
  4. Klings: janméngat (=stoeffer)
  5. Westerkwartiers: 't is doar 'n huusholling van jan steen (=het is daar een janboel)
  6. Zeeuws: ie jankte as un sluusond (=huilen)
  7. Kaatsheuvels: oons taante Jaans ies zwoar zieèk (=ons tante jana is ernstig ziek)
  8. Oudenbosch: de duvels ouwe kermis in del (=ze maken er een janboel van)
  9. Zeeuws: t s ternet tuusaauwen van janstie-en (=asociaal gezin)
  10. Amsterdams: Op zijn janboerenfluitjes doen (=Met gemak doen)
  11. Nijmeegs: janken (=huilen)
  12. kortemarks: oed jant ges (=doe je best)
  13. Waalwijks: jullije jan (=Aanduiding familie lid (jan))
  14. Westerkwartiers: jan hoagel en zien grootmoeke (=jan en alleman)
  15. Fries: jan is grutter as Pyt (=jan is groter dan Piet.)
  16. Munsterbilzen - Minsters: troeëne mèt teete janke (=hevig huilen)
  17. Sint-Lenaarts: Ni janke, mer tanke. (=Niet klagen, maar drinken.)
  18. Sint-Niklaas: janneke Moan (=mensenbeeld dat men in de maan meent te ontdekken)
  19. Munsterbilzen - Minsters: tiëge zen klitse (=dag jan !)
  20. Veurns: de grooët'n ofgeev'n (=de grote jan uithangen)
  21. Westerkwartiers: jan hoagel en zien grootmoeke (=jan rap en zijn moer)
  22. Volendams: Eh je jan Tuf Nag zien? (=Heb je jan Tuf nog gezien)
  23. Sint-Laureins: Tchien-Tjan (=enige Chinese gemeente in België( Sint-jan in Eremo))
  24. Munsterbilzen - Minsters: de graute jan authange (=bluffen)
  25. Berlicums: Waotter dègge jankt, hoefde nie te pisse! (=Huil maar gerust, dat lucht op!)
  26. Bilzers: de graute jan authange (=bluffen)
  27. Munsterbilzen - Minsters: graute jan authange (=bluffen)
  28. Gronings: jan pankouk jan poffert jan eeroppeldaif,,doe mos noar mie luustern aans krigst doe wat mit slaif! (=deugniet,stout kind)
  29. Oudenbosch: dan gaode naar jantje Worst dieee un hondje en dat piest oe in oew mondje (=dorstige kinderen die om drinken vragen)
  30. Veurns: de grooët'n jan uutang'n (=grote sier maken)
  31. Hals: ja dag jan (=het is niet waar)
  32. Westerkwartiers: jan rap en zien moat (=het gewone volk)
  33. Nijkerkerveens: Bie ons thuus hete ze allemoal jan, Behalleve Frits, Die hete Henderik (=Bij ons thuis heetten ze allemaal jan, Behalve Frits, Die heette Henderik)
  34. Zeeuws: opassen oor anders kom jan iik je illen (=bang makerij)
  35. Opglabbeeks: jan mutte klak (=het gewone volk)
  36. Westerkwartiers: jan hoagel en zien grootmoeke (=werkelijk iedereen)
  37. Bilzers: ze hübben hër gekreet (gefarazjied) totze begos te janke (=ze haalden haar het bloed vanonder de nagels tot ze begon te wenen)
  38. Munsterbilzen - Minsters: das ne jan men kloete (='t is een nietsnut)
  39. Antwerps: nen jan men kloeten (=een pocher)
  40. Lovendegems: de grute jan uithangen (=de mijheer spelen*)
  41. Westerkwartiers: hij is boov'm jan (=hij is (financieel) binnen)
  42. Drents: het rit van jan Hup (=lichtzinnig(e) meisje(s))
  43. Westerkwartiers: jan strovvel over de geut (=onhandige lomperd)
  44. drents: Aolle jan Toezel (=Niet goed nadenkend persoon)
  45. Westerkwartiers: jan hoagel en zien grootmoeke (=van allerlei dingen wat)
  46. Liedekerks: de maan oiëthangen/de groeëte jan oiëthangen (=zich tonen)
  47. Drents: As met Sunt jan de lindebomen bluit, hej de rogge riep met Sunt Job (=Boerenwijsheid)
  48. Ossies: kumt altijd és jan mi z'n eksters , (=komt altijd te laat)
  49. Kastels: Me Sint-jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  50. Sint-Niklaas: ne strongtkloût, ne jan min kloûten, ne zjaarman (=een pretentieus iemand)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen