Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `inkom`

  1. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  2. ergens kunnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)

8 betekenissen bevatten `inkom`

  1. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z'n inkomen))
  2. Men moet de schapen scheren maar niet villen (=Als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  3. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. Daar moeten we van bestaan)
  4. Niet het zout op zijn patatten verdienen (=Een klein inkomen hebben)
  5. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
  6. Die werkt als een paard zal haver eten. (=Hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen.)
  7. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  8. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `inkom`

  1. Liemers: Geeh de liefde d'r achteruut............... (=Als de armoe er voor inkomt.......)
  2. Bilzers: van den hiemelse doo konste nie aete (=zonder inkomen wordt het moeilijk)
  3. Aalsters: eir inkommen leit oeig (=ze heeft lange benen)
  4. Westfries: al skait ie op de rand vamme bord, ast 'r maar niet inkomt (=wat hij doet dat skilt main gien iene zak pis)
  5. Brakels: dor zook mij e gedaagt keune van moaken (=daar kan ik inkomen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen