Spreekwoorden met `in je`

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `in je`

  1. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  2. een stuk in je kraag drinken (=dronken worden)
  3. een vreemdeling in jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  4. gooi het maar in je pet (=er komt niks van in)
  5. iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
  6. iets in je vaandel schrijven. (=een principe waar je je per se aan vast wilt houden)
  7. ik geloof er in als een jood in jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  8. je in je graf omkeren (=zelfs na zijn dood er nog door geschokt zijn)
  9. je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  10. kleur in je leven krijgen (=het leven wordt leuker)
  11. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
  12. ogen in je achterhoofd hebben (=zeer alert en waakzaam zijn.)
  13. peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
  14. stevig in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
  15. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  16. vast in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
  17. water in je kelder hebben (staan) (=een te korte broek aanhebben)

8 betekenissen bevatten `in je`

  1. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  2. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  3. iemand onder de duim houden (=iemand in je macht hebben, iemand de baas zijn)
  4. aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt)
  5. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  6. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  7. je in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  8. uit je doen zijn (=niet in je normale toestand zijn)

50 dialectgezegden bevatten `in je`

  1. 'n bloemeke geeft wa fleur in a kaumer (=een bloemetje brengt wat kleur in je kamer) (Meers)
  2. 'tIs mar dagget wit (=Je bent gewaarschuwd! / Knoop het goed in je oren!) (Ossendrechts)
  3. 'Tsà nog wès in jen oahen druupe (=Het zal nog wel eens in je ogen druipen) (Zeeuws)
  4. a patatte kommen oit (=je hebt een gat in je sok) (Opwijks)
  5. aet nog e bufke (=bijt nog eens in je boterham) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. aj gek word, komt joe in de kop an (=als je gek wordt, gebeurt het in je hoofd) (Klazienaveens)
  7. as je auwe luijen, as je voar in je moer et wisten (=als je vader en moeder...) (Urkers)
  8. as je boven ben stuur mij een brieffie/karetje (=in je neus peuteren) (Rotterdams)
  9. assët èn zëne kop zit, zittët nie èn zën k.... (=wat in je hoofd zit, gaat niet weg voordat het uitgevoerd is) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. assët smok dan èssët bedforve (=als je sterke smaak proeft in je eten, kan het wel eens bedorven zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. aste moes barste van de liëgës, loepste allang mètte dérm èn zën haan (=als je zou barsten van de leugens, liep je reeds lang rond met je darmen in je armen) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. baeter misgesjoëte dan nie gesjoëte (=beter een gat in je schoen dan een schoen in je gat) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. bezeek tich mèr nie (=doe maar niet in je broek !) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. blijf èn zën koej (=blijf in je kot) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. bringste men sloeffe mèt aste boëve bès (=stop toch eens met in je neus te peuteren) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. brinkste mën sloefe mèt aof aste boeëve bès (=zit niet in je neus te peuteren) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. cinemates (=Een gat in je broekzak) (Heist-op-den-Berg)
  18. da legd'in au grepe (=dat ligt in je bereik) (Wetters)
  19. dae ès ziëker bij de brandwaer (=als hij praat vliegt zijn speeksel in je gezicht) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. das tich ook mér geroje (=steek dat maar goed in je hoofd) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. dat kins't ien dien buus steek'n (=dat kun je in je zak steken) (Westerkwartiers)
  22. de baedelnap en de gêldjbuul hânge gein hôngerd jaor aan dezelfdje duuër (=eens zal het anders gaan in je leven) (Weerts)
  23. de bès nie goed, mëne man (=je bent niet goed in je hoofd, beste kerel) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. de boter zal gon opsloagen (=als het kietelt in je handpalm.... zegt men...) (Sint-Niklaas)
  25. de gebakken kiekens gon nie in je moend vliegen (=je moet werken voor de kost) (Veurns)
  26. de hëbs zën iërappële nog nie autgëaete (=je hebt gaten in je sokken (kousen)) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. de hëbs zën slip nog authange (=je hemd steekt nog niet in je broek) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. de hëbsët vandaog wir nie èn zën krolle (=vandaag ben je toch weer niet in je sas) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. de hël begint bau den hiemel ophült (=als je het mooie niet meer ziet in je leven, dan wordt het een hel) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. de höbs zen ieërappel nog nie aut (geaete) (=jij hebt een gat in je sokken) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. de moestech mür niks én zen taet staeke (=haal je maar niets in je hoofd) (Bilzers)
  32. de naach beheirt sjelme en lichte vrolaaj (='s nachts behoor je in je bed te zijn) (Bilzers)
  33. die kinst ien 'e buus steek'n (=die kun je in je zak steken) (Westerkwartiers)
  34. Doe bis krank in diene kop! (=je bent ziek in je hoofd!) (Limburgs)
  35. dout in je melis (=stop in je mond) (Rotterdams)
  36. dow bis zeek in de kop / of dow hes un rij panne los (=Jij bent ziek in je hoofd!) (Sevenums)
  37. Du has de eapel an 't bleune (=Je hebt gaten in je sokken) (Mechels (NL))
  38. E dok in je bakkes (=Een slag in je gezicht) (Ostêns)
  39. e vliege in je noge en (=dronken zijn) (Poperings)
  40. een bloesj in annen otto (=een bluts in je auto) (Meers)
  41. Een dorre op oe totte (=Een slag in je gezicht) (Maldegems)
  42. een heis voor je tote (=een klap in je gezicht) (Flakkees)
  43. Een mot/toek oep a bakkes (=Een slag in je gezicht) (Mechels (BE))
  44. Een nat zeikie. (=Water in je schoenen.) (Helders)
  45. een plak op a bakkes (=een slag in je gezicht) (Meers)
  46. een stuk in je reet hebben (=dronken) (Helders)
  47. èèrepel in oew sòkke (=gaten in je sokken) (Tilburgs)
  48. ei un puut in je kele (=schorre stem) (Zeeuws)
  49. ei zeker in je vinger e snee-en., wan kruuke bloed (=windje) (Zeeuws)
  50. èste gank mekan zievër (=blijf je nu in je neus peuteren !) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen