Spreekwoorden met `ig`

Zoek


202 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ig`

  1. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  3. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  4. als een pilaarheilige (=onbeweeglijk, stijf)
  5. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  6. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  7. bang zijn voor zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  8. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  9. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
  10. bij eigen zin is geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
  11. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  12. broodnodig (=onmisbaar)
  13. buig de boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  14. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  15. de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
  16. de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
  17. de bijl ligt al aan de wortel (=de straf zal spoedig volgen)
  18. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  19. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  20. de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
  21. de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
  22. de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
  23. de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  24. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  25. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  26. de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
  27. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
  28. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  29. de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
  30. de tafel de nodige eer bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
  31. de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
  32. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  33. een aardige stuiver/duit (=een mooi kapitaal)
  34. een Augiasstal reinigen (=het opruimen van een vreselijk vuile boel)
  35. een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
  36. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  37. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
  38. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  39. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  40. een haastig woord is gauw gezegd. (=zeg geen dingen zonder eerst na te denken)
  41. een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
  42. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  43. een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
  44. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrokkene) onaantastbare waarheid)
  45. een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
  46. een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
  47. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  48. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  49. een ridder van de droevige figuur (=een sufferd)
  50. een schurftig paard vreest de roskam (=iemand die aan iets schuldig is, heeft liever niet dat datgeen onderzocht wordt)

821 betekenissen bevatten `ig`

  1. benen maken (=(haastig) weggaan)
  2. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  3. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  4. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
  5. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  6. bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  7. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  8. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  9. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  10. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  11. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  12. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  13. je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
  14. je snor drukken (=afwezig blijven / zijn werk niet doen)
  15. onder water zijn (=afwezig zijn)
  16. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  17. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  18. al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
  19. een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
  20. op je hoede zijn (=alert en voorzichtig zijn.)
  21. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
  22. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  23. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  24. als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
  25. als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
  26. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  27. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  28. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  29. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  30. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  31. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  32. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  33. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  34. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  35. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  36. in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  37. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  38. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  39. kalmte zal je redden (=als je rustig blijft gaan de dingen beter)
  40. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  41. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  42. zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
  43. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  44. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  45. wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
  46. een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
  47. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
  48. hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
  49. je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  50. salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)

13 dialectgezegden bevatten `ig`

  1. ig ben de kloewte op (=ik ben weg) (Neerpelts)
  2. ig goan menne nest en (=Ik ga slapen) (Herks)
  3. ig gojn naas (=ik ga naar huis) (Wommersoms)
  4. ig gon het gras afrije. (=Ik ga het gras maaien.) (Beverloos )
  5. ig gon men hoar loate snije. (=Ik ga naar de kapper.) (Beverloos )
  6. ig hem ginnen ezel dieje geld schet zenne (=Ik heb niet zoveel geld hoor!) (Beverloos )
  7. ig hem tenacht gin oewg toe gedoan (=Ik heb vannacht amper geslapen) (Beverloos)
  8. ig krijg doa zenewe van. (=Ik word er nerveus van.) (Beverloos )
  9. ig zal dig ins moris liere. (WT) (=Ik zal je eens de les leren) (Mechels (NL))
  10. ig zen aat mennen owwesem (=ik ben buiten adem) (Wommersoms)
  11. ig zen gin chic we-jat (=ik ben ziek - ik ben niets waard) (Wommersoms)
  12. ig zen voetch (=ik vertrek) (Wommersoms)
  13. ig zen zoewe ziek as nen hond (=ik ben ziek) (Wommersoms)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen