Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hete`

  1. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  2. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  3. De hete aardappel doorspelen (=Iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  4. er zijn meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc. met dezelfde naam)
  5. hete bliksem (=gestoofde aardappels met appel)
  6. Hij praat met een hete aardappel in de keel (=Hij praat op een bekakte manier)
  7. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
  8. iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
  9. Op hete kolen zitten (=Ongeduldig zijn)
  10. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  11. op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de misdaad)
  12. voor heter vuren gestaan hebben (=al groter problemen gekend hebben)

2 betekenissen bevatten `hete`

  1. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  2. er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 24 spreekwoorden met `hete`

  1. Drents: Ien over 't mat kommen (=Iemand op heterdaad betrappen)
  2. Overijses: in tets komme (=op heterdaad betrapt)
  3. Munsterbilzen - Minsters: opt nès gevange (=op heterdaad betrapt)
  4. Veurns: op ze nest epakt zien (=op heterdaad betrapt zijn)
  5. Budels: iemud op de nèst vangen (=iemand op heterdaad betrappen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: attrapieëre (=op heterdaad betrappen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: oppet nès vange (=op heterdaad betrappen)
  8. Sint-Niklaas: 't is ont vurreten (=het is heter aan het worden)
  9. Geels: hij heter zijne keis bij in geschoten (=iemand die gestorven is)
  10. Oudenbosch: gij verbraant daore op oew ziel (=je branden aan heter dan gloeiendheet)
  11. Waregems: gesleeën deur d'hitte/ overdoan van 't woarm were (=aangeslagen door het hete weer)
  12. Bilzers: ich hüb se laeve vër heter viere geston (=het kon nog erger zijn)
  13. Munsterbilzen - Minsters: ich hüb al vër heter viere geston (=ik heb al erger meegemaakt)
  14. Ossies: hij zit te kijke es 'n hiete gelt die in 't stroi zêkt (=hij zit te kijken als een hete gelt die in het stro plast)
  15. Kastels: Me Sint-Jan zoe hiët ast kan , en me Sinte-Peter ist nôg hiêter . (=Met Sint-Jan zo heet als het kan , en met Sint-Peter is het nog heter.)
  16. Munsterbilzen - Minsters: op hete koeële zitte (=gehaast zijn)
  17. Munsterbilzen - Minsters: hete koeële zitte (=ongeduldig zijn)
  18. Riemsts: hete sjup! (=Wat een begeerlijke Vrouw)
  19. Sint-Niklaas: op hete kolen zitten (=zeer ongeduldig zijn)
  20. Nijkerkerveens: Bie ons thuus hete ze allemoal Jan, Behalleve Frits, Die hete Henderik (=Bij ons thuis heetten ze allemaal Jan, Behalve Frits, Die heette Henderik)
  21. Munsterbilzen - Minsters: hae kos zen haan wol ès verbranne (=de mijnwerker haalde de hete kolen uit het vuur)
  22. Lembeeks: Mè mieter ei geziet dat den iete liepel in de kietel liet. (=Mijn meter heeft gezegd dat de hete lepel in de ketel ligt.)
  23. Munsterbilzen - Minsters: ich höchem op ze nès gevange en doëmèt kraajgter zelfs menen hond nimei te zien (=ik heb hem op heterdaad betrapt en nu is hij niet meer mijn beste vriend)
  24. Munsterbilzen - Minsters: dae sprik engels mètnen heten iërappel ènzene mond (=dat is geen correct engels, maar wel wat smoeltrekkerij)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen