Spreekwoorden met `het aan`

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `het aan`

  1. het aan de stok hebben (=ruzie hebben)
  2. het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
  3. in het aanzijn roepen (=in het leven roepen)

7 betekenissen bevatten `het aan`

  1. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  2. de neuzen tellen (=het aantal aanwezigen tellen)
  3. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  4. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  5. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  6. nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  7. het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)

26 dialectgezegden bevatten `het aan`

  1. 't em geevn (=het aan hem geven) (Hansbeeks)
  2. 't zèen uir aegn luiz'n 'die uir bèet'n (=ze hebben het aan zichzelf te danken) (Wichels)
  3. As ge ne neuze hét, keude rieken (=Wie het schoentje past, trekt het aan) (Lokers)
  4. assët aoën dich ès, höbsët zitte (=als je het aan de hand hebt, heb je het zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. asset smok, èsset bedërve (=als iets smaakt, is het aan 't bederven) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. de hëbsët aoën zëne pjee (=ge hebt het aan je been(fr.pied)-je hebt het zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. de liegs daste zwat wiës (=ik zie het aan je ogen dat je liegt) (Bilzers)
  8. emet in zenen ijge vinger gesneeë; et zen eige de koord omgedoan; ij zit me de gebakke pijre (=hij heeft het aan zichzelf te danken) (Diesters)
  9. goj 't meeëster kunn (=kan je het aan) (Veurns)
  10. haaw ut gònde (=hou het aan de gang) (Tilburgs)
  11. hae luiptj t'r vanaaf wi-j 'ne hônd van ziêne strônt (=als iemand het aan anderen over laat) (Weerts)
  12. het aan zijne schreper hebben (=gezien zijn) (Lovendegems)
  13. het an zen gette hemme (=het aan zijn been hebben (getten = slobkousen)) (Tiens)
  14. het loewet hemme (=het aan zijn been hebben) (Tiens)
  15. hij eeget on zen lits (=hij heeft het aan zijn been) (Overijses)
  16. hij heget spek oan zen klwoate (=het aan zijn been hebben) (Brechts)
  17. ich viel aoën mën knieëk dattët geet raengërë (=ik voel het aan mijn knoken dat het gaat regenen) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. ij é 't spek oan zèn kluute (=het aan zijn been hebben, het zitten hebben, 'prijs' hebben) (Gents)
  19. Moei maor eem zien (=Ik laat het aan jou over) (Klazienaveens)
  20. nau konste ës goed snuffëlë (=nu kun je het aan de lijve ondervinden) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. nau zitstër mèt (=je hebt het aan je been) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. Om de dooie doad ni. (=Dat gaat niet door als het aan mij ligt.) (brabants)
  23. Ouwet goande! (=Houd het aan de gang!) (Baronies)
  24. Ver mij part (=Als het aan mij ligt) (Wuustwezel)
  25. voor mijn part (=Als het aan mij ligt) (Amsterdams)
  26. zn oanzichte sprak boekdièèln (=je kon het aan zijn gezicht zien) (Lichtervelds)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen