Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `heen`

  1. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  2. als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=een derde profiteert van de ruzie van twee anderen)
  3. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  4. een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
  5. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  6. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  7. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  8. loop heen (=ga weg!)
  9. moet je heen hooien? (=heb je geen tijd?)
  10. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)

16 betekenissen bevatten `heen`

  1. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  2. de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  3. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  4. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  5. van hot naar haar (=heen en weer)
  6. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  7. zoals de wind waait, waait zijn jasje (=hij gaat met de heersende mening mee of telkens van mening veranderen afhankelijk van de mensen om iemand heen)
  8. iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  9. op poten staan (=in een brief nergens omheen praten)
  10. het roer in handen hebben (=leiding geven en door moeilijke tijden heen komen)
  11. je zus (=mij niet gezien! Loop heen!)
  12. schots en scheef zijn/staan (=ongeordend door elkaar heen)
  13. lopen als een kip die haar ei niet kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
  14. lopen als een muis in een meelton (=onrustig heen en weer lopen)
  15. op de koffie komen (=zonder afspraak ergens heen gaan)
  16. geen spier vertrekken (=zonder enige emotie over zich heen laten gaan)

Het dialectenwoordenboek kent 58 spreekwoorden met `heen`

  1. Lovendegems: zijne stirt intrekken (=beschaamd heengaan*)
  2. Bachten de kupes: jis upden dril (=hij is ergens heengegaan)
  3. Bocholtz: heengenerum (=achterom)
  4. Gents: euw schuppe afkuischen (=weggaan , heengaan)
  5. Westerkwartiers: alles deur 'n anner hen (=alles door elkaar heen)
  6. Mestreechs: drum dreije (=er om heen draaien)
  7. Mays: hèrrus en geus (=heen en weer)
  8. Gavers: over en tweere (=heen en weer)
  9. Sinttruins: moe gootje heine (=waar gaat u heen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: bau vilt de rees (=waar ga je heen)
  11. Liedekerks: Das ie een begankenis (=heen en weer geloop)
  12. Hams: om en vedrom (=heen en terug)
  13. Mestreechs: iew, door de iewwe heer (=eeuw, door de eeuwen heen)
  14. Flakkees: zuupe, roake en over de boamen heen kaoke (=Drinken, roken en over de bomen heen braken)
  15. Twents: Dom wean heendert nich ' t wördt pas slim a-j ' t zölf nich deur hebt (=Het is niet erg om dom te zijn, het wordt pas erg als je het zelf niet in de gaten hebt)
  16. Oudenbosch: ij zit op zwart zaod (=hij is door zijn geld heen)
  17. Sint-Niklaas: wiebelen (=met het lichaam heen en weer bewegen)
  18. Genneps: Zich óp de kop laote schiete (=Over zich heen laten lopen)
  19. Vechtdals: wi'j gaot op n keet an (=wij gaan naar huis heen)
  20. Tilburgs: èlleken dag hèrs èn geens nòr Gôol (=iedere dag heen en weer naar Goirle)
  21. Sint-Niklaas: neuze neuzen (=met de neuzen heen en weer tegen elkaar wrijven)
  22. Vechtdals: achgoatoghen (=ach, ga toch heen)
  23. Huizers: vróm en tóm (=heen en terug)
  24. Oudenaards: goan en keern (=heen en weer)
  25. Veessers: woar goa'j hen (=waar ga je heen)
  26. Munsterbilzen - Minsters: bau trèkste opaon (=waar ga je heen)
  27. Zichers: Bo gèèste jenne? (=Waar ga je heen?)
  28. Liwwadders: ut Fliet is oek niet meer wat ut weest is ... (=de tijd vliedt onherroepelijk heen ...)
  29. Westerkwartiers: hij was over zien theewoater (=hij was door het dolle heen)
  30. Westerkwartiers: loat dij niet overdonner'n (=laat niet over je heen walsen)
  31. Zeeuws: Over Baths ni Borsele gaen (=Met een omweg ergens heen gaan.)
  32. Zaans: Op een hebbel en een drebbel (=Gehaast (ergens heen gaan))
  33. Zelzaats: Dèsteren (=Ijsberen, nerveus heen en weer lopen, doelloos rondslenteren)
  34. Westerkwartiers: hij was ien alle stoat'n (=hij was door het dolle heen)
  35. Fries: Myn pleats dat is in stee wêr't in brede reed hinne rint (=Mijn plaats dat is een stee waar een brede reed heen rent)
  36. Lokers: Z'is op heuren drevel (=Van een vrouw die voortdurend heen en weer loopt)
  37. Terneuzens: 't zà tog heen wâ zien zekr (=het zal toch niet waar zijn)
  38. Lokers: Gerots en gerij (=heen-en-weerrijden)
  39. Kaatsheuvels: uup en truug (=heen en weer)
  40. Oudenbosch: deur de kurdons ene (=over de moeilijkheden heen)
  41. Vechtdals: waor gaor iej hen (=waar ga je heen)
  42. Antwerps: no wor eddet (=waar ge je heen)
  43. Oudenbosch: waor motte gij naor toe ? (=waar moet jij heen ?)
  44. Kampers: niet ier in drumene en ut tek in (=Bordje bij de voordeur van een boer: `niet hier in, erom heen en het hek in`)
  45. Putters: hie kletst mar een end heen (=hij zegt zomaar wat)
  46. Westerkwartiers: dat gijt deur maarg en been (=dat gaat door alles heen)
  47. Bosch: kredde gij nou gauw de vellen (=krijg het heen en weer)
  48. Lichtervelds: jis ter noatoeë met e lank gat (=hij gaat er heen met tegenzin)
  49. Tilburgs: hè liep toepertoe hèrs èn geens (=hij liep alsmaar heen en weer)
  50. Mestreechs: touw (boe gaot geer nao touw?)\r\ntow (=toe (waar gaan jullie heen/naar toe?))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen