Spreekwoorden met `god`

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `god`

  1. dat is de goden verzoeken (=te grote risico`s nemen)
  2. de mens wikt, maar god beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  3. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  4. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  5. ieder voor zich en god voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  6. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  7. mindere goden (=de wat minder sterke of slimme)
  8. van god en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  9. van god los zijn (=gek zijn, boven de wet staan)
  10. van god noch zijn gebod weten (=slechte dingen durven doen)
  11. van je buik een afgod maken (=belang hechten aan lekker eten en drinken)
  12. voor god een baard van vlas maken (=schijnheilig zijn)

9 betekenissen bevatten `god`

  1. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  2. niet door mensenhanden gebouwd (=door god of natuur tot stand gebracht)
  3. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, god houdt van je)
  4. in nomine dei (=in de naam van god)
  5. quod deus bene vertat (=laat god het ten goede keren)
  6. in geen kerk of kluis komen (=niet godsdienstig zijn)
  7. ad majorem dei gloriam (=tot meerdere eer van god)
  8. in een geur van heiligheid (=uiterst godvruchtig)
  9. volente deo (=zo god het wil)

50 dialectgezegden bevatten `god`

  1. 'd zeegn tje (e bewoare je) (=god zegene je (en bewaart je) ) (West-Vlaams)
  2. 'k zeg maar niks / antwoord: / Maor god hoort ju bromme . (=ik zeg maar niets.. en dan antwoordt de ander: (maar je denkt het er het jouw van)) (Utrechts)
  3. a god op in zè zoeëd (=vrijgezel, geen kinderen) (Meers)
  4. aan d'n êrreme gegaeve, es god gelieëndj (=wie iets geeft, wordt beloond) (Weerts)
  5. adieë: god lieven adieë! (=Hemeltjelief!) (Lebbeeks)
  6. alle goeie goav'm komm'm van boov'm (=alle zegeningen krijgen we van god) (Westerkwartiers)
  7. Als god het wil (=Alstublieft god) (limburgs)
  8. Antoon: god lieven Antoon! (=Hemeltjelief!) (Lebbeeks)
  9. as god bleeftj (=als god het goed vindt dat we dat nog mee mogen maken) (Heitsers)
  10. aster ook mér één goej vroo bestond, hoch god ter ziëker één gehaage (=goede vrouwen bestaan er niet) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. Begod (nogoantoe) (=Bij god (nog aan toe)) (Wichels)
  12. Biej god en biej begiène is alles meugelik. (=Alles is mogelijk) (Roermonds)
  13. dae is neet van god (=hij deugt niet) (Heitsers)
  14. dae is neet van god de Vader (=geen gemakkelijk heerschap) (Susters)
  15. dae kint god noch gebod (=hij stoort zich aan niets of niemand) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. Dae laef wie god in Frankriek (=Die heeft alles goed geregeld, en neemt het er van.) (Steins)
  17. das tstomste da god in ze ryk geschoapn éét (=iets dommer ken ik niet) (Lichtervelds)
  18. dast domste da god in zn ryk geschaopn et (=dat is heel dom) (Kortemarks)
  19. de zies haaj god noch goeje mins (=er is hier niemand te zien) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. die het ´n leev´m as god ien Frankriek (=die heeft een prachtig mooi leven) (Westerkwartiers)
  21. die het 'n leev'm as god ien Frankriek (=die heeft een schitterend leven) (Westerkwartiers)
  22. die is van god los! (=die is buiten zinnen!) (Hulsters (NL))
  23. diejis van god verlaote (=die is helemaal gek) (Oudenbosch)
  24. doe wuk da god in j'n erte stikt (=Doe wat je te binnen valt) (Veurns)
  25. doë zieste god noch goeje mins (=daar is nooit iemand te zien) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. dor kom god è klein Peerke nie ; dor kunde mè ô gat bloot lopen (=heel afgelegen wonen) (Sint-Niklaas)
  27. elk veur zich, god veur ons all' n (=ik voel me niet verantwoordelijk voor jou) (Westerkwartiers)
  28. elk zörgt veur zich, god veur ons aalmoal (=van een a-sociaal iemand :) (Westerkwartiers)
  29. elk zörgt veur zich, god veur ons allemoal (=elk zorgt voor zichzelf, god voor ons allen) (Westerkwartiers)
  30. es god bleef (=als god het wil) (Kanners)
  31. es god bleef (=als het god belieft) (Geuls)
  32. es god bleef! (=als het god belieft!) (Steins)
  33. és god bleef. (WT) (=Als god het wil) (Mechels (NL))
  34. Ga met god hebbie un goeie Leidsman (=Doei, en succes hè (sarcastisch)) (Utrechts)
  35. geziegeterbegoton (=bij god je ziet het er aan!) (Antwerps)
  36. gly (=god Loves You) (Chattaal)
  37. god Bewaor me ! (=O nee he..... (wat erg / a.u.b niet etc)) (Utrechts)
  38. god en alle luuj beduuvele. (=Iedereen bedriegen, misleiden) (Roermonds)
  39. god en klaain pierke (=iedereen) (Antwerps)
  40. god geft de vogels eet' n, mor ze moet' n d' r wel veur vlieg' n (=god geeft de vogels voedsel, maar ze moeten er wel wat voor doen) (Westerkwartiers)
  41. god heet de werreldj geschaope in zes daag, mer ze is t'r nao (=veel gaat mis op de wereld) (Weerts)
  42. god hèt ook de vrolaaj gemok, mer hae hètter zelf geen gehate (=je hebt geen vleugels nodig om een engel te zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. god hieët de werreldj geschaope in zes daag, mer ze és t'r auch nao (=Er is veel ellende op de wereld) (Weerts)
  44. god is genoadeg, hij niet (=een vreselijke stijfkop) (Westerkwartiers)
  45. god jumenas! (=hemelse deugd!) (Veusseleirs)
  46. god lieve dieëg ! (=hermeltje lief !) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. god macht weten (=Er is niemand die het ooit gaat weten) (West-Vlaams)
  48. god noch gebod kinne (=met geen enkele wet rekening houden) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. god vërgaef ët mich ! (=daar moet ik voor vloeken !) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. god wit wiens ' oofd doet er toen zjeer (=wie weet wat de toekomst brengt) (West-Vlaams)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen