Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geze`

  1. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  2. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  3. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  4. gezegende omstandigheden (=in verwachting)
  5. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  6. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  7. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  8. met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
  9. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)

47 betekenissen bevatten `geze`

  1. Het varken is door de buik gestoken (=1: Door krachtig optreden zijn de moeilijkheden uit de weg geruimd. 2: Alles is doorgestoken kaart, opgezet spel, de zaak is vooraf bedisseld)
  2. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  3. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  4. het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
  5. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  6. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  7. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  8. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  9. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  10. over de koppen kunnen lopen (=gezegd als er veel volk is)
  11. achterom is kermis (=gezegd bij biljart als 'n bal rakelings achter een andere door loopt)
  12. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  13. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  14. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
  15. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  16. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  17. iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
  18. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
  19. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  20. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  21. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  22. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  23. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  24. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  25. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  26. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  27. het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
  28. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  29. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  30. jantje secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  31. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  32. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  33. die olie meet wordt er vet van (=in slecht gezelschap wordt men slecht)
  34. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  35. de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  36. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  37. zijn mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
  38. sit venia verbo (=met toelating gezegd)
  39. quod bonum felix faustumque sit (=moge dat goed en gezegend zijn)
  40. ergens op inhaken (=reageren op iets dat gezegd is en daar verder op doorgaan)
  41. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  42. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  43. door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
  44. wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over)
  45. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  46. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  47. recht voor zijn raap (=zonder omwegen gezegd)

Het dialectenwoordenboek kent 24887 spreekwoorden met `geze`

  1. Riemsts: reit oot gezeit (=eerlijk gezegd)
  2. Lovendegems: 't es verloren gezeid (=vergeefs gezegd)
  3. brabants: hedde gij da gezeet gehad (=heb jij dat gezegd)
  4. Tilburgs: et schouw mar enen hòrpèèl of de penantie ha gezeete. (=het scheelde maar een haartje of de strafschop had erin gezeten.)
  5. Tilburgs: zóó gezeejt zóó gedaon (=zo gezegd zo gedaan)
  6. Maldegems: koant gezejd! (=ik had het gezegd!)
  7. West-Vlaams: wuk ej gezeit (=wat heb je gezegd)
  8. Tilburgs: ik hèb et em nòg zôo gezeej gehad! (=ik heb het hem nog zó gezegd.!)
  9. Rotterdams: geen haarlemmer dijkie's (=geen gezeur)
  10. Steenbergs: ij eet 't gezeed g'ad (=hij heeft het gezegd)
  11. herenthouts: khemmet'em gezei (=ik heb het hem gezegd)
  12. Harelbeeks: keet u gezei (=ik heb het u gezegd)
  13. werviks: wukèk gezei (=wat heb ik gezegd?)
  14. Leopoldsburgs: Da hemmik toch nie gezee (=Dat heb ik toch niet gezegd)
  15. Izegems: ie smeirt zelve zin stutn (=het is een nogal gezette man)
  16. Dinthers: wie hi da gezeet (=Wie heeft dat gezegd)
  17. Tilburgs: heettie dè ècht gezeej gehad (=heeft hij dat werkelijk gezegd)
  18. Koersels: alle honds gezeik (=dikwijls)
  19. Mestreechs: toen pisse plasse woord is 't gezeik begonne (=toen pissen plassen werd is het gezeik begonnen)
  20. Olens: K'hemt nog zoewe gezeid (=Ik heb het nog zo gezegd)
  21. Klemskerks: droenke gezeid is nuchter gepeisd: onder invloed van drank zegt men wat men werkelijk denkt (=dronken gezeid is nuchter gepeinsd)
  22. Heusdens: doa hitter wier iet gezeet (=daar heeft hij weer iets gezegd)
  23. Venloos: Had ik dich maar in de heg gezeik (=Moeder teen vervelend kind)
  24. Leefdaals: hangt er nie teveul kakkemoikes oan (=gezever geleuter)
  25. Genneps: wat vör ennen semsemmelemsem (=wat een gezever)
  26. Eindhovens: dè hak gezeed gehaj (=dat heb ik gezegd ja)
  27. Tilburgs: Das kai leuk (=dat is heel gezellig)
  28. Texels: Fon jow horses kè je ollien maar hóófdkéés of lampioene make (=gezegd van iemand die heel dom is)
  29. Sint-Niklaas: wa(d) en ze gezeet? (=wat hebben ze gezegd?)
  30. Oudenbosch: gettum nie aon un touke (=hij laat zich niet gezeggen)
  31. Betsers: betserse zeik en ziever (=allemaal gezever)
  32. Gronings: moakieker zeit dan doan (=makkelijker gezegt dan gedaan)
  33. Bergs: Ek et oe nie gezeed (=heb ik het je niet gezegd)
  34. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  35. Merenaars: nen toer te lank op de meulen gezeten (=zot zijn)
  36. Oudenbosch: dadaar ik oe toch gezeed (=zie je nou wel)
  37. Liessents: da heb ik tog gezeed (=Dat heb ik toch gezegd)
  38. Valkenswaards: Da mag best us gezeed worre (=Het mag eens gezegd worden)
  39. Betuws: wa hâk ou gezeed (=wat heb ik je gezegd)
  40. Budels: \ (=een klein gezet iemand)
  41. Brugs: in untwien zen rapen schieten (=iemand een hak gezet)
  42. Gronings: bist nielst (=voor schut gezet zijn)
  43. Oudenbosch: ijee altijd vol streke gezete (=hij was nooit te vertrouwen)
  44. Rotterdams: hebbie in ju nest gezeke (=vroeg op gestaan)
  45. Budels: Ich zo het ni gezeen hemme, mar ich zag het. (=Toevallig zag ik het.)
  46. Zeeuws: ou noe us op mie je he zie-ever (=stop met je gezeur)
  47. Lebbeeks: désmele: Z'èi mé eel aur in d'n désmele gezeet'n (=Haar haar is in de war)
  48. Tilburgs: ziede wèl , dè hèk aatij al gezeej gehad (=zie je wel, dat heb ik altijd al gezegd.)
  49. Aalsters: a eit zenne kerf gezetsj (=hij is dood)
  50. Lebbeeks: liëreker: 'k Em al op liëreker gezeet'n (=Bewonderende uitspraak over een vrouw)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen