Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `geno`

  1. de egards (tegenover iemand) in acht nemen (=met de nodige beleefdheid behandelen)
  2. door de bank genomen (=gemiddeld; meestal; gewoonlijk)
  3. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  4. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  5. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  6. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  7. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  8. lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  9. mans genoeg zijn (=het wel alleen afkunnen)
  10. met alle soorten van genoegen (=heel graag)
  11. niemand genoemd niemand geblameerd (=als er geen namen genoemd worden, wordt niemand gekwetst)
  12. ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
  13. schoon genoeg hebben van (=meer dan genoeg hebben van, een hekel hebben aan)
  14. Wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=Soort zoekt soort)

52 betekenissen bevatten `geno`

  1. niemand genoemd niemand geblameerd (=als er geen namen genoemd worden, wordt niemand gekwetst)
  2. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  3. de teerling is geworpen (=De beslissing is genomen)
  4. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  5. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  6. nomen nescio (=de niet genoemde persoon)
  7. zij hebben een te grote broek aangetrokken (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed heeft)
  8. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  9. een ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  10. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  11. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  12. het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
  13. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  14. zijn bekomst ergens van hebben (=ergens genoeg van hebben)
  15. ergens zijn buik van vol hebben (=ergens genoeg van hebben)
  16. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
  17. ergens part noch deel aan hebben (=ergens niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  18. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  19. zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  20. zijn koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  21. het zat zijn (=genoeg ergens van hebben en er geen zin meer in hebben)
  22. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  23. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  24. de bak indraaien (=gevangen genomen worden)
  25. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  26. de omgekeerde wereld (=het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  27. De omgekeerde wereld (=Het tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  28. hij lust er pap van (=hij kan er niet genoeg van krijgen)
  29. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn. )
  30. het zit me tot hier (=ik heb er genoeg van)
  31. en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
  32. de aanhouder wint (=je wint als je maar lang genoeg blijft proberen)
  33. lang genoeg in de kreupelstraat gewoond hebben (=lang genoeg in de problemen gezeten hebben)
  34. zwemmen in (=meer dan genoeg hebben)
  35. schoon genoeg hebben van (=meer dan genoeg hebben van, een hekel hebben aan)
  36. voor het opscheppen hebben (=meer dan genoeg hebben, zonder er iets voor te moeten doen)
  37. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  38. een veer (moeten) laten (=met minder genoegen moeten nemen)
  39. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  40. niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen)
  41. te kort komen (=niet genoeg (kunnen) doen)
  42. te kort doen (=niet goed verzorgen, niet genoeg geven)
  43. een beurt krijgen (=onderhanden genomen worden)
  44. lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  45. tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  46. er in stinken (=te grazen genomen worden, er in trappen)
  47. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  48. voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  49. geen been aan de grond krijgen (=voorstel werd niet aangenomen)
  50. Een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=Wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)

Het dialectenwoordenboek kent 146 spreekwoorden met `geno`

  1. Tilburgs: in die kèèrek is plòts genogt (=in die kerk is genoeg plaats)
  2. Westerkwartiers: dat was op 'e kop oaf genog (=dat was precies genoeg)
  3. Westerkwartiers: hij is maans genog (=hij heeft capaciteiten genoeg)
  4. Oudenbosch: daorekkur genog van (=die heb ik genoeg)
  5. Deinzes: Zot ziddn (=Een goede tijd beleven met behulp van genotsmiddelen.)
  6. Baasrode: 't Is niks genodderd (=Het zal niet helpen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: gods genojetig ! (=in 's hemels naam !)
  8. Westerkwartiers: d'r benn'n veul die te veul hemm'n, moar gienéén het genog (=genoeg is meer dan veel)
  9. Astens: 'n koew en 'n zog hebbe noit genog (=over iemand die nooit genoeg heeft)
  10. Oudenbosch: keb genog in de laoj gat de leste tijd (=ik heb genoeg meegemaakt de laatste tijd)
  11. Sint-Niklaas: 't is geen avangs, 't is nie genodderd (=het baat niet)
  12. Oudenbosch: diejeet de kuierlatte genome (=die is plotseling verdwenen)
  13. Westerkwartiers: die luu eet'n genoadebrood (=die mensen eten van de bedeling)
  14. Sint-Niklaas: 't is geen avangs, 't is niets genodderd (=het helpt (baat) niet)
  15. drents: vake bi'j te bange maangs nie bange genog (=vaak ben je te bang soms niet bang genoeg)
  16. Westerkwartiers: da's lang niet genog (=dat is veel te weinig)
  17. Westerkwartiers: doar is 'er maans genog veur (=daartoe is hij wel in staat)
  18. Westerkwartiers: deur 'n anner hen (=door de bank genomen)
  19. Oudenbosch: diejis daor un kirke goed onderaande genome (=die is ernstig tot de orde geroepen)
  20. Tilburgs: Goade méé zuipeh! (=Zullen wij onder het genot van een alcoholische versnapering deze bijeenkomst afsluiten)
  21. Gents: tien buiten tander (=alles in aanmerking genomen)
  22. Westerkwartiers: de kugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  23. Westerkwartiers: de kuugel is deur de kerk (=de beslissing is genomen)
  24. Horster: Wej zien dur schrammelijk aangepópt (=We zijn beet genomen)
  25. Antwerps: zemmenoeligge (=ze hebben u in de maling genomen)
  26. Oudenbosch: deur de baank genome komdur wel aon uit (=er iets (voordeel) aan overhouden)
  27. Zelzaats: Al mee al (=Alles bijeen genomen, alles wel beschouwd)
  28. Munsterbilzen - Minsters: daaj vielde zich èn hër K. gebieëte (=ze voelde zich genomen)
  29. Waregems: per slot van reekninge (=alles samen genomen (conclusie))
  30. Westerkwartiers: deur 'n anner hen (=doorelkaar genomen)
  31. Bilzers: on klaogers gene naud (=klagers genoeg)
  32. Veurns: ze bekomst' èn (=genoeg hebben)
  33. Oudenbosch: da jak aadde gij gere genog aangat gat (=die jurk had je best willen dragen)
  34. Nuths: He wouer graad dom genog um bie de pliese te goun. (=Hij was wel erg dom.)
  35. Munsterbilzen - Minsters: én Minster lik ook e graut gestich, e gekkehaus nieme ze dat nog per abuis, mér de echte gekken loope nog vraaj rond ént dürp (=Het St Jozefsinstituut herbergt heel wat mensen die geestelijke verzorging nodig hebben, vroeger gekken genoemd, maar die lopen er genoeg los in het dorp zelf)
  36. Oudenbosch: die jebbe ze mooi bij z ne veter gat (=die is te grazen genomen)
  37. Amsterdams: In de zeik genomen (=Voor de gek gehouden)
  38. Amsterdamse straattaal: oke (=Ik heb deze toets slecht gemaakt, ik heb alleen maar onzin genoteerd.)
  39. Prinsenbeek: Die krabbe ze nie bloot (=Die heeft geld genoeg)
  40. Munsterbilzen - Minsters: zwëmme ènnet geld (=geld genoeg hebben)
  41. Overpelts: dik zijn (=genoeg geeten hebben)
  42. Venloos: Dae haet 't diek (=Hij heeft geld genoeg)
  43. Sint-Niklaas: ier is plek (plots) zat (=hier is er plaats genoeg)
  44. Lichtervelds: kee mn dikte (=ik heb er genoeg van)
  45. Westerkwartiers: 'k ben zat ! (=ik heb genoeg gegeten !)
  46. Munsterbilzen - Minsters: stijf gedroenke (=genoeg (bier) gehad)
  47. Bilzers: bansjeiters hübbe nie tekot (=we hebben genoeg bangerikken)
  48. Weerts: dae 'nne steinen akker hieët en 'n bôtte ploog en daobeej e kaof van e wiêf, dae hieët verdreet genog (=als iemand alles tegen zit)
  49. Oudenbosch: ze bijte allemaol wel as ze brood zien en das tijd genog (=je hoeft niet bang te zijn om over te schieten)
  50. Weerts: Det beschutj d'r neet aan (=Dat is niet genoeg!)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen