Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `staat`

  1. (iets) staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
  2. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  3. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  4. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  5. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  6. die staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  7. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)
  8. het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
  9. Hij geeft er niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=Hij doet overal voordeel mee, ongeacht de gevolgen voor anderen)
  10. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  11. liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)
  12. mijn hoofd staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
  13. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  14. ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  15. verkopen terwijl hij erbij staat (=te slim af zijn)
  16. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  17. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  18. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid zijn eten en slapen van belang.)
  19. Ze staat in haar eigen licht (=Ze is trots op zichzelf)
  20. zijn hoed staat op halfzeven (=hij is dronken)
  21. zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumeurd)

25 betekenissen bevatten `staat`

  1. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  2. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  3. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  4. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  5. de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
  6. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
  7. De rook kan het hangerijzer niet deren (=Het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  8. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  9. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  10. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  11. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  12. iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals het is)
  13. iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoals het is)
  14. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
  15. de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
  16. een visje uitgooien (=proberen of ergens belangstelling voor bestaat)
  17. uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
  18. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
  19. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  20. met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
  21. weten hoe laat het is (=weten hoever het staat)
  22. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)
  23. adel verplicht (=wie in aanzien bij het volk staat, moet ook aan de verwachtingen van het volk voldoen)
  24. iemand mores leren (=wraak op iemand nemen en/of flink zeggen hoe het er voor staat)
  25. de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)

Het dialectenwoordenboek kent 156 spreekwoorden met `staat`

  1. Sint-Niklaas: kaduuk (=in slechte staat)
  2. Walshoutems: Het jug hei fel (=Er staat veel wind)
  3. Turnhouts: laaiachtig zen (=geen staat op kunnen maken)
  4. Westerkwartiers: doar is 'er maans genog veur (=daartoe is hij wel in staat)
  5. west-vlaams: 't kolsietje van templeuf (=een straat in slechte staat)
  6. Wetters: uit mijne schietlap!! (=je staat in de weg)
  7. Munsterbilzen - Minsters: t trèk haaj ! (=je gulp staat open !)
  8. Westerkwartiers: zien hand'n jeuk'n 'em (=hij staat te popelen)
  9. Gents: euw veugelmuite stoat oope (=uw broek staat open)
  10. Fries: Tiid hâld gjin skoft (=Tijd staat niet stil)
  11. Kaatsheuvels: ze stoat op de gut (=zij staat in de keuken)
  12. Evergems: Ses van ’t gemeentenhuis gedonderd. (=Ze staat op trouwen)
  13. Wijchens: De deur stoat los (=De deur staat open)
  14. Westerkwartiers: hij stijt ien zien hemd (=hij staat voor joker)
  15. Bilzers: ze boeltsje bijéénpakke (=opgeruimd staat netjes)
  16. Roosendaals: Schòòn waark. (=Opgeruimd staat netjes.)
  17. Helenaveens: Stùt 'r stroom op? (=staat er spanning op?)
  18. Waregems: verneeglizjeerd (=in slechte staat)
  19. Izegems: 't is ier gelik vandiesie (=het staat hier allemaal vol)
  20. Westerkwartiers: dat bloeske stijt dij jinteg (=dat bloesje staat je vlot)
  21. Munsterbilzen - Minsters: dat gojt mich nie (=dat staat me niet aan)
  22. Hulshouts: dieje bol stoa zoewe plat lak een vijg (=de bal staat plat)
  23. Westerkwartiers: die stij ien 'n kwoad daglicht (=die staat slecht te boek)
  24. Westerkwartiers: één de wacht aanzegg'n (=iemand zeggen waar het op staat)
  25. Munsterbilzen - Minsters: seffes geet ze viëgelke vliege (=je gulp staat nog open)
  26. Gronings: dien snel stait oop'n (=Je gulp staat open)
  27. Westerkwartiers: hij stijt doar as 'n zoltzak (=hij staat daar als een meelbaal)
  28. Westerkwartiers: hij stijt ien 'n goeie reuk (=hij staat gunstig bekend)
  29. Oudenbosch: ij lao zuneige nie ondersneeuwe (=hij staat zijn mannetje wel)
  30. Zeeuws: mien er stè op stuukn (=mijn haar staat alle kanten op)
  31. Westerkwartiers: wat hangt ons boov'm de kop ? (=wat staat ons te wachten ?)
  32. Munsterbilzen - Minsters: moet zën hoj nog dreige (=je gulp staat nog open)
  33. Munsterbilzen - Minsters: raech vër zen roeëp (=zeggen waar het op staat)
  34. Dordts: de onderste benne van mijn (=je staat op mijn teen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: das spek noë mene bek (=dat staat me aan !)
  36. Herentals: das van m'n botte (=dat staat me hoegenaamd niet aan)
  37. Munsterbilzen - Minsters: da kump mich men stroët aut (=dat staat me lelijk tegen)
  38. Bosch: dat staot gin boer in zunne venster (=dat staat niemand in de weg)
  39. Westerkwartiers: tied hold gien schoft (=de tijd staat niet stil)
  40. Fries: De tiid hâldt gjin skoft (=De tijd staat niet stil)
  41. Ossendrechts: de slaj staot in de spien (=de jam staat in de kelder)
  42. Munsterbilzen - Minsters: zever én pekskes verkoope (=een impotente die staat te lullen)
  43. Waregems: 't n es no nie ezeid (=het staat nog niet absoluut vast)
  44. Munsterbilzen - Minsters: iemed iëverlaeze (=iemand zeggen waar het op staat)
  45. Westerkwartiers: hij het niet veul ien zien mars (=hij is niet tot veel in staat)
  46. Diesters: dië slopt worrem staet (=hij slaapt waar hij staat)
  47. Tilburgs: in de keukekaast stao et gelaajgoed. (=in de keukenkast staat het servies)
  48. Munsterbilzen - Minsters: moet zen hoj nog dreige ? (=je broek staat open)
  49. Sint-Niklaas: ô spriet sto 'd open (=uw gulp staat open)
  50. Antwerps: z'n kapelleke stoat ope, aa verwacht nog bezuuk (=zijn gulp staat open)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen