5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `fo`
- in de fout gaan (=een onaanvaardbaar of strafbaar feit begaan)
- je fortuin te grabbel gooien (=geld verspillen)
- op de bonnefooi/bof (=op goed geluk)
- pro forma (=voor de vorm) (Latijn)
- ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
63 betekenissen bevatten `fo`
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
- herenzonden boerenleed. (=de gewone mensen boeten voor de fouten van de mensen met macht)
- aan hetzelfde euvel mank gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
- zijn lesje wel geleerd hebben (=die fout niet opnieuw maken)
- een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
- de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
- over de schreef gaan (=een ernstige fout maken)
- een steek laten vallen (=een fout maken.)
- een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)
- op je bek gaan (=een grote fout maken; afgaan)
- een boom(pje) opzetten (=een informele discussie starten)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- door schade en schande wordt men wijs (=een mens leert het beste van z`n fouten)
- een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
- met de billen bloot (=eerlijk en open zijn over fouten of tekortkomingen.)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zich niet makkelijk foppen.)
- uit de muur eten (=fastfood eten)
- aan lager wal geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden)
- leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
- beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
- het is galgen of burgemeesteren. (=het is goed of fout, er is geen tussenweg)
- niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
- je schip is binnen (=hij heeft zijn fortuin gemaakt)
- paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maakt fouten)
- het beste paard struikelt ook wel eens. (=iedereen maakt wel eens een fout)
- aan elke goede visser ontsnapt wel eens een aal (=iedereen maakt wel eens een foutje)
- een gewaarschuwd mens telt voor twee (=iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden)
- iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
- iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
- iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
- iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
- troeven achter de hand houden (=iets voordeligs achterhouden, informatie achterhouden)
- over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
- je oor te luisteren leggen (=informeren)
- op de hoogte stellen (=informeren)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien)
- langzaam aan, dan breekt het lijntje niet (=je kunt beter rustig doorwerken, dan kan er het minste fout gaat)
- kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- wie staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
- iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
- iets rechtzetten (=na een fout deze goed maken)
- zelfs de beste breister laat wel eens een steekje vallen (=ook al kan iemand iets heel goed, hij of zij zal ook wel eens een fout maken; dat is vergeeflijk)
- iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze kenbaar maken wat iemand fout gedaan heeft)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen