Spreekwoorden met `ezen`

Zoek

35 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ezen`

  1. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  2. aalmoezen geven verarmt niet (=van een aalmoes te geven wordt men zelf niet armer)
  3. achter de kiezen hebben (=opgegeten hebben)
  4. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  5. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  6. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  7. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  8. geef een ezel klaver hij loopt naar de distels/biezen. (=sommige mensen zijn nooit tevreden met wat ze hebben)
  9. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  10. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  11. het hazenpad (ver)kiezen (=er vandoor gaan of vluchten)
  12. het hoofd verliezen (=niet meer weten wat te doen)
  13. het kan vriezen en het kan dooien (=het kan alle kanten uit gaan)
  14. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  15. het ruime sop kiezen (=de haven uitvaren)
  16. het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
  17. het zal me worstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil)
  18. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)
  19. iemand de tekst/les lezen (=iemand scherp berispen)
  20. iets achter de kiezen steken (=iets eten)
  21. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  22. je gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
  23. je hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  24. je planeet lezen (=de toekomst voorspellen)
  25. je wezenloos schrikken (=erg schrikken)
  26. je wilde haren verliezen (=ouder en rustiger worden)
  27. kiezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
  28. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  29. moeten kiezen of delen (=een (vervelende) keus moeten maken)
  30. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  31. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  32. uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
  33. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
  34. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  35. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)

55 betekenissen bevatten `ezen`

  1. een korf krijgen (=afgewezen worden)
  2. een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
  3. een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
  4. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  5. het hart in de schoenen zinken (=alle moed en hoop verliezen om problemen op te lossen)
  6. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  7. have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen))
  8. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  9. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  10. het pleit beslechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  11. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  12. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  13. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  14. de bout op de kop krijgen. (=een geschil verliezen)
  15. van je paard gevallen zijn (=een positie verliezen)
  16. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  17. een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
  18. gewicht in de schaal leggen (=een wezenlijk deel bijdragen)
  19. over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
  20. de bietenbrug opgaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
  21. aan lager wal geraken (=fortuin verliezen; arm en berooid worden)
  22. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  23. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  24. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  25. het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
  26. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  27. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  28. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  29. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  30. iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door plagen)
  31. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  32. goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
  33. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  34. jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  35. beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
  36. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  37. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  38. mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.)
  39. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  40. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  41. een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
  42. je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  43. over het paard getild zijn (=te veel eigendunk hebben of een naar karakter hebben, doordat je zoveel geprezen of verwend bent)
  44. in het zand bijten (=tegenstand verduren / verliezen)
  45. tussen hamer en aanbeeld (=tussen twee slechte dingen moeten kiezen)
  46. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
  47. tussen twee vuren zitten (=uit twee slechte dingen moeten kiezen)
  48. ook van de mosterd eten (=veel geld aan iets verliezen)
  49. met de neus in de boeken zitten (=veel lezen)
  50. het onderspit delven (=verliezen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen