Spreekwoorden met `de klok`

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `de klok`

  1. de klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
  2. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  3. de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
  4. een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
  5. iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
  6. waar de klok luidt, daar is een kapel. (=geruchten hebben vaak een kern van waarheid)
  7. weten wat de klok slaat (=weten hoe laat het is)

17 dialectgezegden bevatten `de klok`

  1. aal wat de klok slagt (=het is er totaal vol mee) (Westerkwartiers)
  2. aste gees vèsse moeste iës wiëte ofter wol vès zit (=je moet de klok niet willen luiden als je niet weet waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. At de klok van Raume slig, blifste zau! (=Trek geen grimassen!) (Bilzers)
  4. d' Endeklokke luit (=Er is iemand gstorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
  5. d' Endeklokke luit (=Er is iemand gestorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
  6. de klok al heire loje (=al weten hoe laat het is (een bestraffing verwachten)) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. de klok het gelooien (=de (toren-) klok heeft geluid (betekent: het is tijd) ) (Lekkerkerks)
  8. de kons de klok nie trègdraeë (=gedane zaken nemen geen keer) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. de kons nie de klok loje en tegelijk èn de persessë mètgoën (=je kan geen 2 dingen tegelijk doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. de kons nie teglijk èn de persessë mètgoën en de klok lojë (=je kan geen twee zaken tegelijk doen) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. De leze stou (=de klok staat stil) (Heist-op-den-Berg)
  12. de milk huëre kloetsje, mèh nit weete woe 't deame hink (=de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt) (Heerlens)
  13. Hi-j hef de melk heuren klotsen, maor wet neet woor ' t titje hunk. (=Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet niet waar de klepel hangt.) (Achterhoeks)
  14. Hij/zij/ze heb/bbu de Dom hore luie maar weyut niet woar of de klepel hank . (=de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.) (Utrechts)
  15. ich hüb ter get van geheird, mèr ich wiët nie zjus bau et iëver geet (=de klok horen slaan maar niet weten waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. Met de klok van half acht naar huis (=Om half acht s, avonds luid altijd de kerk klok) (Lekkerkerks)
  17. Woeë gaojje haer Nao Bommelskoonte de klok lowwe (=Nors reageren op een domme vraag) (Weerts)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen