Spreekwoorden met `ate`

Zoek


189 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ate`

  1. `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  3. als het water zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
  4. bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
  5. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
  6. boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
  7. boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
  8. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  9. boven zijn theewater (=dronken)
  10. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  11. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  12. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  13. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  14. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  15. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  16. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
  17. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  18. de boel de boel laten. (=tijdelijk afstand nemen van een lastige situatie of probleem)
  19. de bui over laten drijven. (=niet reageren op een moeilijke situatie)
  20. de hakken laten zien (=zich uit de voeten maken)
  21. de horens laten zien (=zich vijandig tonen)
  22. de kaas niet van het brood laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  23. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  24. de kerk midden in het dorp laten. (=het laten zoals het is)
  25. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  26. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
  27. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  28. de lip laten hangen (=de moed opgeven, pruilen)
  29. de paternosters aandoen (=boeien aandoen)
  30. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  31. de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  32. de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
  33. de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
  34. de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
  35. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  36. de vogel over het touw laten gaan. (=een kans niet benutten)
  37. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  38. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  39. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  40. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  41. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  42. denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
  43. een ander liedje laten zingen (=mores leren, van gedacht doen veranderen)
  44. een ei in het nest laten (=iets op voorraad hebben)
  45. een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
  46. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  47. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  48. een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  49. een pater goedleven (=iemand die van het leven geniet)
  50. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)

201 betekenissen bevatten `ate`

  1. distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  2. distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  3. distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  4. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  5. ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
  6. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  7. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  8. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  9. ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
  10. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
  11. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  12. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  13. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  14. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  15. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  16. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  17. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  18. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  19. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  20. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  21. dat is vers twee. (=dat is voor later)
  22. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  23. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  24. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  25. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  26. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  27. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  28. de kaas niet van het brood laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  29. de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
  30. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  31. scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  32. het rijk alleen hebben (=doen en laten wat je wil)
  33. de bezem uitsteken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  34. de lever doen schudden (=doen schaterlachen)
  35. je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  36. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  37. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  38. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  39. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  40. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  41. iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
  42. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  43. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  44. van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) krijgen)
  45. goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
  46. een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
  47. er een laten vliegen (=een wind laten)
  48. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
  49. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  50. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen