Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `afbijten`

  1. de spits afbijten (=als eerste beginnen met iets (moeilijks))
  2. het spits afbijten (=ermee beginnen)
  3. van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)

Eén betekenis bevat `afbijten`

  1. zijn tanden laten zien. (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn.)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `afbijten`

  1. Gents: hoar op eu tanden hén, kbein nen Genteneere (=afbijten of doorstaan)
  2. Munsterbilzen - Minsters: zen gal autspaaje (=van zich afbijten)
  3. Sint-Niklaas: de neus afbijten (=afsnauwen)
  4. Erps: a sjik afbijten (=u tegen je zin zwijgen)
  5. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand onbeleefd afsnauwen)
  6. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand afsnauwen)
  7. Sint-Niklaas: een scheef antwort krijgen; de neus afbijten (=een bits antwoord krijgen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen