Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `voer`

  1. de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
  2. de boventoon voeren (=het hoogste woord hebben)
  3. de pen voeren (=schrijven)
  4. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  5. een speld in een voer hooi zoeken (=een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren)
  6. het woord voeren (=spreken (als afgevaardigde door anderen))
  7. hij gaat de visjes voeren (=hij is zeeziek en moet overgeven)
  8. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  9. rijd voort voerman maar zie om (=doe verder maar blijf wel opletten)
  10. zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven)
  11. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden)

43 betekenissen bevatten `voer`

  1. in de ijskast zetten (=(tijdelijk) niet uitvoeren)
  2. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  3. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  4. commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
  5. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  6. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
  7. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  8. in gebreke zijn (=de taak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
  9. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  10. dat varkentje zullen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  11. een speld in een voer hooi zoeken (=een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren)
  12. de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
  13. schrijven en wrijven (=een pennenstrijd voeren)
  14. de teugels strakker aanhalen (=een strengere discipline invoeren)
  15. ergens met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  16. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  17. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  18. iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
  19. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  20. iemand de pas afsnijden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren)
  21. iets op zijn sloffen/slofjes aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
  22. zijn eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  23. vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
  24. iets mannetje voor mannetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
  25. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  26. iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
  27. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  28. zijn naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
  29. op zijn krent zitten (=niets uitvoeren)
  30. Tussen twee stoelen in de as zitten (=Niks uitvoeren / besluiteloos zijn)
  31. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  32. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  33. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  34. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  35. oude koeien uit de sloot halen (=oude geschiedenissen terug ten tonele voeren)
  36. voor top en takel drijven (=scheepvaart : zonder een zeil te voeren)
  37. met de Franse slag (=slordig, met weinig aandacht uitgevoerd)
  38. in den brede (=uitvoerig)
  39. iets breed uitmeten (=uitvoerig (overdreven) over iets praten)
  40. iemand het volle pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  41. de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens (=veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
  42. zijn partij behoorlijk meeblazen (=zijn deel van de taak naar behoren uitvoeren)
  43. in gebreke blijven (=zijn taak (belofte) niet uitvoeren)

Het dialectenwoordenboek kent 51 spreekwoorden met `voer`

  1. Munsterbilzen - Minsters: voertgegoejd geld (=verloren moeite)
  2. Flakkees: hie geat dun hit voere (=hij gaat naar huis)
  3. Flakkees: ik ga dun hit voere (=ik ga naar huis)
  4. Ransts: door ist ok keeremis (=onderrok of voering die onder rok komt uitpiepen)
  5. Zeeuws: ei t'n noe hlad hin voeruhu (=hij gebruikt zijn verstand[niet])
  6. Waregems: iemand over de kouter voer'n (=een loopje nemen met iemand)
  7. Buggenhouts: e klapke doeën (=Een gesprek voeren, praten)
  8. Veurns: Olles klienkeband voer aamerstèèrt verstoan (=Alles verkeerd begrijpen)
  9. Wierings: blink een blink voer een stink (=opklaring)
  10. Veurns: Gin naagel èn voer an ze gat te schart'n (=Arm zijn)
  11. Lichtervelds: jee gièène noagle voer an ze gat te schartn (=hij is straatarm)
  12. Lichtervelds: je blet voer ê gès (=hij weent gemakkelijk)
  13. Buggenhouts: e klpake doeën (=Een gesprek voeren, praten)
  14. Munsterbilzen - Minsters: de moes geen aa sjoen voertdoen, vÛrdaste nauw hübs (=zorg altijd dat er op tijd vervanging is)
  15. kalkens: hee is de pijpe uit, hee zat uk nie meer voertvertellen, tes ook me em gepasseert, (=dood gaan)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ver zin nog heil goed voertgekoeëme (=we hebben heel wat geluk gehad)
  17. Aalsters: è radj èn voer mè aa (=hij maakt misbruik van jou)
  18. Lichtervelds: jis dul voer e gès (=hij maakt zich rap kwaad)
  19. Oudenbosch: alles uit de schuif betaole (=geen boekhouding voeren)
  20. Ninoofs: de greute joun ooëtjangen (=grote sier voeren)
  21. Hals: 't Zal em 'n gotje voere (=Hij weet nog niet waar hij aan begint)
  22. kortemarks: jee gièène noagle voer an ze gat te schartn (=hij is straatarm)
  23. Bilzers: maok dich voert (=lazer op)
  24. Munsterbilzen - Minsters: lengs zen naos voert (=terloops)
  25. Antwerps: voer oe oege oat te bleite (=dat is heel triest)
  26. Mezeikers: hae sjoort zich de kloeëte (=hij voert geen stik uit)
  27. Bilzers: dae stond aateraon én de raaj waaj ze hiëses voertgoefde (=hij stond zeker in de laatste rij toen ze verstand uitdeelden)
  28. Lichtervelds: jis te dom voer oîj teetn (=hij is niet bijster slim)
  29. lichtervelds: jee gièène noagle voer an ze gat te schartn (=hij kent veel armoede)
  30. Lichtervelds: jee gièènen noagle voer an ze gat te schartn (=hij leeft in armoede)
  31. Wommersoms: voer gin hesp (=voor niets - er niets voor over hebben)
  32. Bilzers: voert! (=Uit de weg!)
  33. Oudenbosch: ijee un panneke vet opstaon (=hij voert iets in zijn schild)
  34. Westfries: Trouwe is voer zoeke voor een aar z'n goit. (=Trouwen is je schoonouders spekken)
  35. Bilzers: dae éstemét voert ! (=die gelooft dat ook nog)
  36. Bilzers: maok dich voert haaj (=ga weg hier)
  37. Bilzers: maok dich voert (=scheer je weg)
  38. Westerkwartiers: hij wil niet op 't iezer biet'n (=hij voert geen steek uit)
  39. Budels: Beschuutjes voeren (=Iemand in de kin knijpen)
  40. Susters: he sjoert zich de kloate (=hij voert geen stik uit)
  41. Munsterbilzen - Minsters: dat hètter viël van voert (=dat lijkt er op)
  42. Munsterbilzen - Minsters: ën héndsje te van voert hëbbe (=de aparte neiging hebben)
  43. Munsterbilzen - Minsters: dae ester mèt voert ! (=hij gelooft dat ook nog !)
  44. Bilzers: voert mèt de nès! (=Weg met die rommel!)
  45. Venloos: Niks kump d'r euver de deur, as zoëpe en beej de wiever euver de proëme kroëpe. (=Hij voert niks uit.)
  46. Munsterbilzen - Minsters: da kup zau van wijd voert (=dat straalt geen entoesiasme uit)
  47. Munsterbilzen - Minsters: haaj hètter e graut bakkes, mèr te zeines likter onder de sloef (=hier voert hij het hogge woord en thuis heeft hij niets te zeggen)
  48. Bilzers: De moes haaj nie iëver zen eege zitte te kalle, dat doen vae seffes wol aste voert bés (=Praat nooit over jezelf, dat doen anderen wel)
  49. Bilzers: dat kümp zau van wijd voert (='t is niet met volle goesting)
  50. Bilzers: doë hétter e haendsje van voert (=dat is typisch voor hem)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen