Spreekwoorden met `VOLLE`

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `VOLLE`

  1. de VOLLE laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  2. een VOLLE buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
  3. het is VOLLE bak (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen)
  4. iemand het VOLLE pond geven (=uitvoerig en duidelijk antwoorden)
  5. je VOLLE gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  6. liever vrij en geen eten dan een VOLLE buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
  7. op een VOLLE buik staat een vrolijk hoofd. (=een volle buik brengt een blij en tevreden humeur.)
  8. VOLLE krop, dolle kop. (=dronken mensen doen gekke dingen)

18 betekenissen bevatten `VOLLE`

  1. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in VOLLE omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  2. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er VOLLEdig voor in te zetten)
  3. goed uit de verf komen (=beter tot uiting komen of succesVOLLEr zijn dan verwacht.)
  4. op een volle buik staat een vrolijk hoofd. (=een VOLLE buik brengt een blij en tevreden humeur.)
  5. erbij staan voor Jan met de korte achternaam (=geen zinVOLLE activiteit hebben)
  6. het kaf van het koren scheiden (=het waardeVOLLE van het waardeloze scheiden)
  7. met wortel en tak uitroeien (=iets VOLLEdig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
  8. ten voeten uit (=letterlijk: de VOLLEdige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
  9. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn VOLLE verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))
  10. nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf VOLLEdig zelfstandig kunnen redden)
  11. in hart en nieren (=vanuit VOLLE overtuiging)
  12. van de hoed en de rand weten (=VOLLEdig geïnformeerd zijn)
  13. lijnrecht tegenover iets staan (=VOLLEdig het omgekeerde zijn of denken)
  14. in de soep lopen (=VOLLEdig mislukken (van een plan))
  15. in de pan hakken (=VOLLEdig verslaan)
  16. iets in de pan hakken (=VOLLEdig verslaan)
  17. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er VOLLEdig voor inzetten)
  18. op eigen wieken drijven (=zich VOLLEdig kunnen redden van het geld dat iemand verdient)

49 dialectgezegden bevatten `VOLLE`

  1. ' k VOLLE ier in ne strek / ' k ben stroatof (=ik ben nu doodop) (Waregems)
  2. a és tegen zè gedacht getraudj (=hij is niet met VOLLE toestemming getrouwd) (Meers)
  3. alles autte kas haole (=met VOLLE inzet) (Bilzers)
  4. autzinnëtig zien van kolaer (=buiten zijn zinnen geraken in VOLLE woede) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. bakkë en broje èn de vol zon (=bakken en braden in de VOLLE zon) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. das mei as twei haendsjes vol (=dat is een VOLLE statie!) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. das te heil woerd (=dat is de VOLLE waarheid) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. dat kump zau van wijd voert (=dat is niet met VOLLE overtuiging) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. dat kümp zau van wijd voert (='t is niet met VOLLE goesting) (Bilzers)
  10. De pastuur e zenne colman gemet (=Als de pastoor een VOLLE schaal in de kerk heeft opgehaald (bijvoorbeeld wanneer er veel begrafenissen zijn) ) (Hoeilaart)
  11. de vol speet (=in VOLLE vaart) (Bilzers)
  12. de VOLLE patrol (=in VOLLE vaart) (Riemsts)
  13. de VOLLE roefel betaole (=het VOLLE pond betalen) (Tilburgs)
  14. den heile werd lik on zen viet (=hij heeft het VOLLE leven nog voor zich) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. e wezen gullèk een VOLLE moan (=een groot vet, rond gezicht) (Sint-Niklaas)
  16. één de VOLLE loag geev'm (=iemand overdonderen met aanmerkingen) (Westerkwartiers)
  17. en vijs kweit sen (=niet bij zijn VOLLE verstand) (Nijlens)
  18. hij het 't VOLLE pond kreeg'n (=hij kreeg geen gram tekort) (Westerkwartiers)
  19. I VOLLE galloo (=Op VOLLE snelheid) (Bevers)
  20. ie moest het gemeug' n (=hij kreeg de VOLLE lading (scheldwoorden) ) (Waregems)
  21. Ik zit ni geire in de blakke zon (=Ik zit niet graag in VOLLE zon) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  22. in de blakke zon gô rongdlopen (=in de VOLLE stekende zon gaan rondlopen) (Sint-Niklaas)
  23. in de blakke zonne (=in de VOLLE zon) (Kaprijks)
  24. In VOLLE galloo (=In VOLLE vaart) (Bevers)
  25. je krièèg ze vulte (=hij kreeg de VOLLE lading) (Kortemarks)
  26. kloag'n bij de VOLLE bak (=ze hebben het goed en klagen toch) (Westerkwartiers)
  27. lochte moane (=VOLLE maan) (Nunspeets)
  28. meej gâânk (=in VOLLE vaart) (Bredaas)
  29. Mèt eine VOLLE móndj kalle is mer ein kwestiej van oefene! (=Met een VOLLE mond praten is maar een kwestie van oefenen!) (Kinroois)
  30. mèt ze VOLLE verstand (=met VOLLE aandacht) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. mutvol, aangelaaje, een bult aan de buuk gegè:en (=VOLLE buik) (Diems)
  32. ne vullen ieëmer (=een VOLLE emmer) (Overmeers)
  33. Nee, jèh trek VOLLE zale (=Jij bent niet veel beter) (Arnhems)
  34. neije gij trek VOLLE zaole! (=nee, wat jij zegt daar is iedereen het mee eens!!!) (`t-Heikes)
  35. plaosjee gaeve (=VOLLE gas geven) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. t ès kërmes èn de hël en de dievele daase en staeke met de rik (=het regent met VOLLE zon) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. tès glaajntëg heet èn de vol zon, tès vër te bakkë (=het is gloeiend heet in de VOLLE zon, je zou haast bakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  38. tèssen kweste van oefene vër mèt zëne mond vol te kalle (=praten met een VOLLE mond....daar kun je voor oefenen) (Munsterbilzen - Minsters)
  39. tstoeng as erren op un ond (=VOLLE bos) (Zeeuws)
  40. twieë geslegen uren (=twee VOLLE uren) (Meers)
  41. vierklaavers (=in VOLLE vaart) (Booms)
  42. VOLLE geluk in 't tuk, gluk in'n tuk (=Gelukkig nieuwjaar!) (Twents)
  43. VOLLE Panenki (=uit je dak gaan) (Lierops)
  44. VOLLE petrol geeve (=Voluit gaan) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  45. VOLLEn bak (=VOLLE snelheid) (Winksels)
  46. ze gaav'm 'em 't VOLLE pond (=ze gaven hem de VOLLE lading) (Westerkwartiers)
  47. zën linker maolë vôllë (=in 't zwart werken) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. zijn leen d'r an (d'r achter) le (g) ne (=zich inzetten met VOLLE overgave) (Waregems)
  49. zoe lank as ich gewassë bèn (=in VOLLE lengte (en breedte)) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen