66 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ges`
- al voor heter vuren Gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
- als je Geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- de admiraal heeft Geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
- de boog kan niet altijd Gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
- de boter en de kaas te dik Gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
- de breedste riemen worden uit andermans leer Gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
- de degen/harnas aanGespen (=zich op de strijd voorbereiden)
- de Gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
- de Gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij Geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
- de mijn is verkeerd Gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
- de rijpste pruimen zijn Geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
- de ring van gyGes hebben (=zich onzichtbaar kunnen maken)
- de varkens Geschoren hebben (=weinig opbrengst hebben)
- doorGestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
- een Gesloten boek (=iets wat niet te doorgronden is)
- een onderGeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
- een oortje Gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je spaart.)
- een paard dat eens op hol is Geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
- eruit zien of men een paal inGeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
- Gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
- Gestolen kunnen worden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)
- goed van de tongriem Gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
- het beste paard van stal wordt overGeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
- het eerste gewin is kattenGespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
- het is boter aan de galg Gesmeerd (=het is zinloos, het kan niet helpen)
- het is hem (hoog) in de bol Geslagen. (=hij voelt zich ver boven anderen verheven)
- het staat Geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
- het varken is door de buik Gestoken (=de zaak is vooraf bedisseld)
- iemand onGesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
- in zijn wiek Geschoten zijn (=zich beledigd voelen)
- je bedje is Gespreid (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
- je schaapjes Geschoren hebben (=van zijn rente kunnen leven)
- je woord Gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
- kijken als een hard Geschilde aardappel (=bleek zien)
- kinderen die vragen worden overGeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
- men vindt geen molenaar of hij at Gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
- met blindheid Geslagen zijn (=verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht)
- met de vossenstaart Geselen (=zacht straffen)
- met een opGestoken zeil (=driftig, boos)
- met Gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
- met opGestoken/opGestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
- met stomheid Geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen)
- niet Geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
- niet in de wieg Gesmoord (=niet van bij de opkomst vernietigd - al oud)
- onder een gelukkig Gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
- onGesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
- op dezelfde leest Geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
- op Gespannen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie)
- opGestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
103 betekenissen bevatten `Ges`
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overGeslagen.`)
- het lood al in de bil hebben (=al Gestraft zijn voor iets. (Geschoten zijn met een loden kogel))
- geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toeGestaan)
- als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de onderGeschikten hun deel)
- de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld Gesprek))
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of onderGeschikten uit de band)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de onderGeschikten hun zin)
- als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt Geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
- wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurGesteld, kun je gemakkelijk boos worden)
- een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een Geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om Gestreden wordt)
- tegen de lamp lopen (=betrapt/Gesnapt worden)
- ons kent ons (=betrekkelijk afGesloten clubje mensen dat onderling de zaken regelt)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur Gestuurd worden)
- daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje Gesproken worden)
- die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet Gesproken worden)
- de wind eronder hebben (=de onderGeschikten hebben angst)
- de grote vissen eten de kleine (=de onderGeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij onderGeschikten)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken Gestemd zijn)
- de draad oppakken (=doorgaan van de plaats waar je was Gestopt)
- de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een Gesprek dan twee)
- dun van leer en dik van smeer (=dunne boterham die dik Gesmeerd is)
- dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afGesproken zaak)
- de bout op de kop krijgen. (=een Geschil verliezen)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegenGestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- tweede viool spelen (=een onderGeschikte rol spelen.)
- een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van Gespreksonderwerp veranderen)
- een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een Gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
- het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk Gesprek op gang brengen na een kil begin)
- een man in bonis (=een welGesteld man)
- op het veld van eer gevallen (=eervol Gesneuveld)
- er voor geknipt zijn (=er zeer Geschikt voor zijn)
- er voor in de wieg gelegd zijn (=er zeer Geschikt voor zijn)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurGesteld zijn)
- iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op Gesteld zijn)
- aan zijn broek krijgen (=ermee opGescheept worden)
- korte rekeningen maken lange vriendschappen. (=financiële Geschillen moet je direct oplossen)
- zo glad als een aal (=Geslepen, uitgekookt, iemand die zich overal uitpraat)
- van de kant zijn (=Gestart zijn)
- gestolen goed gedijt niet (=Gestolen zaken brengen nooit voordeel)
- hete bliksem (=Gestoofde aardappels met appel)
- ter ziele zijn / ter ziele gaan (=Gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer bestaat of actief is)
- het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overGeslagen wordt)
- op de letter (=heel nauwkeurig uitGesproken)
- averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. TegenGesteld uitpakken)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegenGestelde standpunten bekijken (BE).)
- het moet uit de lengte of uit de breedte komen (=het moet hoe dan ook uitGespaard worden)
- over de tong gaan (=het onderwerp van Gesprek zijn)
- de omgekeerde wereld (=het tegenoverGestelde van wat normaal en logisch is)
25 dialectgezegden bevatten `Ges`
- 't gès is grien (=het gras is groen) (Booms)
- a kon zoane nees oant Ges afveige (=hij had niets meer) (Booms)
- der gièèn gès ovre laotn groejn (=er ogenblikkelijk aan beginnen) (kortemarks)
- en assemen duëd zèn groetj er gès op oezen buik, gès op oezen buik (=volkslied: als we dood zijn, etc) (Meers)
- ge moej ant gès oedn (=je moet volhouden) (Kortemarks)
- ge moet er gièèn gès laotn oovre groejn (=begin er maar aan) (Kortemarks)
- ge moet er gièèn gès loatn oovre groejn (=begin er maar aan) (Lichtervelds)
- Ges te nie ne toos (=Ga je niet naar huis) (Grote Spouwers)
- hij loapt doarmee n' slekkentrekre in 't Ges (=hij prikt het papier van 't gras) (Evergems)
- Ik at hem vaste aan 't Ges (=Hij houdt stand) (Gavers)
- je blet voer ê gès (=hij weent gemakkelijk) (Lichtervelds)
- je blèt voer e gès (=hij weent vlug) (Kortemarks)
- je blèt voîr e gès (=hij weent gemakkelijk) (kortemarks)
- je lat er gièèn gès oovre groeîjn (=hij begint er onmiddelijk aan) (Kortemarks)
- je lat gès van voî ze voetn maojn (=hij laat zich gemakkelijk doen) (Kortemarks)
- je slapt dat gès in ze gerre groeit (=hij slaapt heel lang) (Lichtervelds)
- je slapt dat gès in ze gerre groejt (=hij slaapt lang) (Kortemarks)
- Je zoe gin Ges verleg’n (Ges = hier: grassprietje) (=Hij is heel lui) (Wevelgems)
- je zoe slaopn dat gès in ze gerre groejt (=het is een langslaper) (kortemarks)
- jis bizig toedn met e gès (=hij laat zich gemakkelijk aan het lijntje houden) (kortemarks)
- jis bizzig toeddn met e gès (=hij laat zich bezighouden) (Lichtervelds)
- jis bizzig toedn met e gès (=hi laat zich gemakkelijk aan het lijntje houden) (Kortemarks)
- jis dul voer e gès (=hij maakt zich rap kwaad) (Lichtervelds)
- jis dul voer e gès (=hij maakt zich rap kwaad) (Kortemarks)
- oed jant Ges (=doe je best) (kortemarks)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen