300 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gee`
- aal is Geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
- aan een klein vogeltje past Geen grote bek. (=kinderen moeten gehoorzamen)
- aan mijn lijf Geen polonaise (=van mij moet je afblijven)
- aardewerk is Geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
- alle dagen Geen vetpot zijn (=er is armoede)
- alle havens schutten Geen wind (=niet alles levert een voordeel op)
- alle hout is Geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
- alle molenaars zijn Geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
- alle scheuten zijn Geen rozen. (=uiterlijk bedriegt; niet alles is van hoge kwaliteit.)
- alle vis is Geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
- allemans neus is Geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
- als het Geen broertje is dan is het een zusje. (=het is één of het ander)
- als je hem een vinger Geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
- ambt Geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
- bederf Geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- bederf Geen struif om een ei (=je moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
- beter onbegonnen dan onGeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- bij eigen zin is Geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
- bijna is nog niet half en een koe is nog Geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
- borgen is Geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
- bouw Geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- daar Geeft de lommerd Geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
- daar helpt Geen lievemoederen/moedertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
- daar is Geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
- daar is Geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
- daar is wel wachten maar Geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
- daar lusten de honden Geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
- dat Geeft de burger moed (=dat doet goed)
- dat is Geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
- dat is Geen punt. / Daar maken we Geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- dat is nog Geen haaienvin waard (=waardeloos)
- dat is ook Geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
- dat snijdt Geen hout (=dat heeft er niets mee te maken; het bewijst niets)
- dat zal hem Geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
- dat zet Geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- de dood kent Geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
- de Geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
- de Geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
- de tijd kent Geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
- een blind paard zou er Geen schade doen (=een armoedig interieur)
- een bonte kraai maakt nog Geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
- een doodshemd heeft Geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
- een ei is Geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
- een ezel stoot zich Geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- een Geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
- een goed paard maakt nog Geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
- een gouden zadel maakt Geen ezel tot paard. (=een mens verandert niet door uiterlijkheden)
- een mens is Geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
- een natte mei Geeft boter in de wei (=weerspreuk)
- een rollende steen vergaart Geen mos. (=voortdurende verandering werpen vaak geen vruchten af)
235 betekenissen bevatten `Gee`
- een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog Geen ervaring mee hebben)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meeGeeft)
- het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en drinken vult Geen leven.)
- mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toeGeeft zal het kind niet deugen)
- als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er Geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er Geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, verGeet men de helpers)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit neGeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
- laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld Geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
- gedeeld geheim, verloren geheim. (=als je een geheim doorvertelt is het Geen geheim meer)
- wie niet wil, die niet zal (=als je Geen interesse hebt, moet je er ook Geen deel van uitmaken)
- ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor Geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je Geen slecht bericht ontvangt)
- wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel Geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
- iemand in de buik straffen. (=als straf Geen eten geven.)
- april doet wat hij wil (=april Geeft onvoorspelbaar weer)
- elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer Geen anderen als je zelf niet perfect bent)
- de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , Geen oplossing meer zien)
- kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden geneGeerd)
- dan zijn we nergens (=dan is er Geen oplossing)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is Geen bijdrage van serieuze betekenis)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is Geen probleem. / Dat is helemaal Geen argument)
- lach als je begraven wordt (=dat is Geen reden om te lachen)
- dat raakt kant noch wal (=dat is Geen zinnig argument)
- dat komt als mosterd na de maaltijd (=dat komt op een moment dat het Geen nut meer heeft)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt Geen garantie voor onaangename zaken)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is Geen werkdag maar de dag des Heeren)
- voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er Geen schade)
- de kop in het zand steken (=doen alsof er Geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
- je handen in onschuld wassen (=doen alsof men Geen schuld heeft)
- alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets Geen enkele hoop meer (laten) hebben)
- boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht Geen reden toe)
- advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je Geeft om reacties uit te lokken)
- de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook Geestelijke behoeftes.)
- een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog Geen eindconclusie toe)
- nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst Geeft vleugels`))
- op dood spoor zitten (=een situatie waarin er Geen vooruitgang of hoop is)
- donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft Geen mislukking te zijn)
- uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten Geen kwaad)
- niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - Geen risico`s nemen)
- iets laten zwemmen (=er Geen aandacht meer aan besteden)
- er niet van terug hebben (=er Geen antwoord op weten)
- er geen kind aan hebben (=er Geen last mee hebben)
- een hard hoofd in iets hebben (=er Geen oplossing in zien)
- er geen gat in zien (=er Geen oplossing meer voor zien)
- er geen kaas van hebben gegeten (=er Geen verstand van hebben)
- er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er Geen verstand van hebben)
- er geen heil in zien (=er Geen voordeel in zien)
- het niet begrepen hebben op (=er Geen zin in hebben - liever niet hebben)
- hartzeer van iets hebben (=er Geestelijk onder lijden)
50 dialectgezegden bevatten `Gee`
- 't es allemoeël geë hoeërsnaaje (='t is niet gemakkelijk) (Bilzers)
- 't ka géé koat (=het is niet erg) (Sint-Niklaas)
- a gebreike èn iehre haage ès Gee teeke van aermoei. (=oude gebruiken in ere houden is Geen teken van armoede) (Genker)
- As n aa sjier én brand slig, ester Gee blësse mei on (=Hoe ouder hoe gekker!) (Bilzers)
- baeter een vlieg èn de sop, dan heilegans Gee vlees (=excuseer voor die vlieg in de soep!) (Munsterbilzen - Minsters)
- da frit Gee braud (=tijd genoeg) (Bilzers)
- da frit Gee braud (=er is Geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
- da koejnde gèè oech ni parremetijre (=dat kan jij je niet veroorloven) (Wommersoms)
- das Gee ketsje vêr zonder haase aon te pakke (=een kat in 't nauw maakt soms rare bokkesprongen) (Munsterbilzen - Minsters)
- das Gee klee bier (=dat is Geen kleinigheid) (Munsterbilzen - Minsters)
- das Gee werk (=dat is gen manier van doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- das nog Gee been gebroeëke (='t kon veel erger) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat (fr-) it Gee braud (=er is Geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat frit Gee braud (=dat is niet dringend) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat frit Gee braut (=dat is niet zo dringend) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat it Gee braud (=er is Geen haast bij) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat it géë braut, zinne!
pak zenen tijd mèr (=dat moet niet onmiddellijk, hoor!) (Bilzers)
- de bèd baeter daud aste Gee laeve mei hëbs (=er is leven na de dood) (Munsterbilzen - Minsters)
- de bès Gee graut lich (=jij bent Geen stichtend voorbeeld) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kraai (g) ster Gee gebenedijd woëd aut (=er klomt niets (goed) uit zijn mond) (Bilzers)
- der ès Gee baeter laeve as e goed laeve (=ik heb het goed getroffen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë doog Gee spier op zëne kop (=hij is door en door slecht) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë ès Gee kraud tiëge gewasse (=daar kun je niets tegen beginnen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë ès Gee lievemoederen aon (=aan die heb je niets te zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë ès Gee moederke lieve aon (=daar helpt niets tegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë ès Gee vrooke zoe erm of ze mok mèt lichmës hër pennëke werm (=op 2 februari, olv-lichtmis, is het traditie om pannenkoeken te bakken) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë gaef ich Gee knepke viër (=dat is waardeloos) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë gaef ich nog Gee knépke aoên (=(dat) die is Geen cent waard) (Munsterbilzen - Minsters)
- Doë kan Gee kêtsje geGeeseld wiëne of hae moet ze peitsje vashaage. (=Hij moeit zich met alles.) (Bilzers)
- doë moeste Gee graos lette iëver wasse (=die kans mag je niet laten varen) (Bilzers)
- doeë ès ook Gee vèt aon te krijge (=die wordt Geen centimeter dikker!) (Munsterbilzen - Minsters)
- e bitsje zot doen kan nog altijd Gee kaud (=op tijd en stond moet je je kunnen ontspannen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ge Gee vele (=je Geeft veel) (Gents)
- Gee beater vrundje es ' t eege mundje (=Geen beter vriendje dan het eigen mondje) (Heerlens)
- Gee geja-mér (=Geen excuses) (Bilzers)
- Gee gliek, Gee gliek en een ende toe (=je hebt gelijk) (kortemarks)
- Gee grieëzelke hieësene (=zelfs niet een beetje verstand!) (Munsterbilzen - Minsters)
- gèe knepke wjad zie (=Geen duit waard zijn) (Vlijtingens)
- Gee loëd bouzjiëre (=helemaal niet bewegen) (Munsterbilzen - Minsters)
- gée moar gazze (poer) . (=laat u maar eens gaan) (Waregems)
- Gee nouts ès goed nouts (=Geen nieuws is goed nieuws) (Genker)
- Gee ów toe doeë. (WT) (=De slaap niet vatten) (Mechels (NL))
- Gee tied genoeg voe te rustn oaj doîd zyt (=werk maar verder) (Lichtervelds)
- Gee vroo zoe erm of ze mok hër pennëke werm (=een pannenkoekje kan er altijd af) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gee waer vür nen hond dër te jaoge (=slecht weer) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gee waer vürnen hond dür te jaoge (=barslecht weer) (Bilzers)
- Gee woëd mei on vaul maoke (=niet meer over praten) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gee woëd on vaul maoke (=niets over zeggen) (Bilzers)
- Gèè zet nowgal ne kiejeverejer (=jij eet te traag, je bent een slechte eter) (Wommersoms)
- Gee zittend gat ein (=niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen