191 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gaa`
- aan de haal Gaan (=ergens mee vandoor gaan)
- aan de slag Gaan (=beginnen te werken, starten)
- aan hetzelfde euvel mank Gaan (=dezelfde fouten maken als iemand anders)
- achter de rug om Gaan (=iets stiekem doen)
- achteruit Gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
- als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg Gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
- als de dagen lengen, Gaan de nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
- als de rechte Adam komt Gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
- als de stok stijf staat is de uil Gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
- als een furie tekeerGaan (=in razende woede tekeergaan)
- als een nachtkaars uitGaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
- als het niet Gaat zoals het moet, dan moet het zoals het Gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
- als het schip lek is, Gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
- als warme broodjes over de toonbank Gaan (=zeer goed verkopen)
- als zwijnen aan de bak Gaan (=zonder te bidden gaan eten.)
- arbeider in de wijnGaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
- beGaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
- bergafwaarts Gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- bij de duivel te biecht Gaan (=bij de vijand om raad gaan)
- bij iemand nog wel kunnen schoolGaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- boven de pet Gaan (=er niets van begrijpen)
- buiten de kerf Gaan (=als iets te ver gaat)
- buiten zijn boekje Gaan (=meer doen dan toegelaten)
- buiten zijn hoefslag Gaan (=hij heeft er geen invloed over)
- buiten zijn rekening Gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
- dat Gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
- dat Gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat Gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
- dat Gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat Gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
- dat Gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
- dat horen en zien je verGaat (=erg luid)
- de barricades opGaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
- de bietenbrug opGaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
- de boer op Gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- de brede weg opGaan (=zondigen)
- de Breeveertien opGaan (=verkeerde dingen doen)
- de Gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
- de grote kaars Gaat uit (=de zon gaat onder)
- de kogel door de kerk laten Gaan (=de beslissing nemen)
- de kost Gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
- de kruik Gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- de kruik Gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
- de kunst Gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n brood)
- de liefde van een man Gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
- de natuur Gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
- de pastoor Gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- de pijp uitGaan (=sterven)
- de rapen zijn Gaar (=er is een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
- de rijzende/opGaande zon aanbidden (=in de gunst trachten te komen van iemand die succesvol is)
292 betekenissen bevatten `Gaa`
- distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten verGaan`)
- distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten verGaan`)
- distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten verGaan`)
- benen maken (=(haastig) wegGaan)
- de handen uit de mouwen steken (=aan de slag Gaan en aanpakken)
- tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorGaan (met liegen))
- werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en Gaan)
- een zeperd halen (=afGaan)
- het loopt op rolletjes (=alles Gaat als vanzelf)
- botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles Gaat goed zonder problemen)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet Gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen Gaat, komt de oplossing vanzelf)
- als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te Gaan)
- morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is geGaan...)
- als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk Gaat)
- buiten de kerf gaan (=als iets te ver Gaat)
- eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd Gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te Gaan.)
- wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk Gaande is.)
- wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug Gaat plagen)
- een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit Gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
- opgestaan is plaats vergaan (=als je even wegloopt kan iemand anders op je stoel Gaan zitten)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorGaans zelf ook van)
- uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer Gaat doen)
- gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt Gaat de verkoop sneller)
- geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand Gaat, kun je ervan uitGaan dat het goed Gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
- gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, Gaat het meestal fout)
- kalmte zal je redden (=als je rustig blijft Gaan de dingen beter)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, Gaat het een keer mis)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, Gaat het zelden goed)
- draaien als een molen (=altijd meeGaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- armoede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te Gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
- de paal door de oven werken (=bankroet Gaan)
- de paal door de oven steken (=bankroet Gaan, zich te gronde richten)
- begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed Gaat, meeleven met)
- de toon aangeven (=bepalen welke richting het op Gaat)
- op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer Gaan/razen)
- bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad Gaan)
- met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe Gaan of boos bij iemand binnen komen)
- onder de mensen komen (=buitenGaan , mensen ontmoeten)
- tussen de mazen (van het net) vissen (=creatief te werk Gaan)
- dat gaat erin als klokspijs (=dat Gaat er gemakkelijk in)
- dat is van de baan (=dat Gaat niet door)
- dat staat op de agenda (=dat Gaat nog gebeuren; dat Gaat nog besproken worden)
- die molen maalt langzaam (=dat Gaat traag)
- dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet Gaan)
- dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven Gaan; daardoor houd ik het vol)
- de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opGaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
- driemaal is scheepsrecht (=de derde keer zal je wel Gaan lukken)
- het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet Gaan overdrijven)
- de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te Gaan eten.)
46 dialectgezegden bevatten `Gaa`
- Da's Gaa neet woo(r)! (=Da's helemaal niet waar!) (Aaltens)
- Daur edde Gaa gieën affeire mee (=Dat zijn uw zaken niet) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa doe hoar (=Jij speelt vals) (herenthouts)
- Gaa hét da veréneweerd (=jij hebt dat stuk gemaakt) (Nijlens)
- Gaa koejnt er nogal een painsj oan hange (=iemand die druk doet of overdreven in de weer is!) (tervurens)
- Gaa koejnt er nogal kak oonange (=overdreven in de weer zijn of iemand overdreven bemoederen) (tervurens)
- Gaa kunt nogal een zaug spanne Gaa (=Jij kan nogal zeuren) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa mè aa zatte botte (=Jij bent dronken) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa mè ei fantonte (=jij met je irritante zaken) (herenthouts)
- Gaa meugt draa kiêre roeie (=Jij mag drie keer raden) (Sint-Katelijne-Waver)
- Gaa se loempe / Gaa se kieke / Gaa se meutte (=Jij dommerik) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa se scheilen otter (=persoon die niet goed ziet) (Sint-Katelijne-Waver)
- Gaa trekt nogal nen toot (=Jij trekt nogal een gezicht) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa vangt zeker (=Jij bent gek) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zaa mee maa, nog nie oan de nief patatten. (=met mij ben je nog niet klaar) (Geels)
- Gaa zaait oek nogal ne paszja kroet (=jij bent er mij eentje) (tervurens)
- Gaa zè ne gelèttege Gaa (=Jij bent een gladjanus, een leperd) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zè ne schoeëne Gaa (=Van jou kan je niets geloven) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zegt zoê maa iêt (=Gij zegt zo maar wat) (Sint-Katelijne-Waver)
- Gaa zei just e wauterkieke Gaa (=Tegen iemand die graag zwemt) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zei zoeë mau iet (=Jij zegt zo maar iets) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zèt blaa meejen doeë mus (=Snel blij zijn) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zet nen bietekwiet (=Jij ben een beetje van lotje getikt) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zèt nogal een doke Gaa (=Gij laat u nogal eens doen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zèt oep aave kop gevalle en blaave botse zeker (=Ben je niet wijs) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zet oep aave kop gevalle Gaa (=Je bent niet goed wijs) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zèt raakelek laut (=Je bent ruim te laat) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaa zèt zeeker de plezantste toës (=Gezegd van flauwe grappenmaker) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gaude Gaa tbed aftrekke (=Ga je de lakens van het bed halen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Gô naa Gaa (=Gaat heen) (Tilburgs)
- In ne wip en ne Gaa (=Zeer snel) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- k-gao Gaa (=ik ga vlug) (Tilburgs)
- kdun gelak Gaa (=ik doe zoals jij) (herenthouts)
- loi zwiët is Gaa geriëd (=lui zweet is gauw gereed) (Antwerps)
- moar Gaa zaat main loetse (=maar jij bent mijn vriendin hoor) (Gents)
- Moine vello Gaa steeg (=Mijn fiets rijdt niet vlot) (Willebroeks)
- Mutte Gaa nog iet emme (=Wil jij nog iets hebben) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- naa Gaa (=dat is straf) (tervurens)
- Oep nen ik en ne Gaa (=Iets erg snel doen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- oep nen ik en ne Gaa (=snel) (Winksels)
- oewe zedde Gaa nei aongestokkeleerd? (=hoe ben jij nu aangekleed?) (Nijlens)
- Wa ne kleudde zédde Gaa (=Wat een eigenaardige man ben jij) (Sint-Katelijne-Waver)
- Waa zédde Gaa groêtgebroecht, eun bos vedder as Gaa (=Waar ben jij grootgebracht, een bos verder als jij) (Sint-Katelijne-Waver)
- Wau ljeupte Gaa enne (=Waar loop je naartoe) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Zei Gaa nen achel (=Wat ben jij dom) (Brussels)
- zijde gij ni goe? (of: Gaa zennichoeseker?) (=ben je niet goed wijs?) (Antwerps)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen