Spreekwoorden met `Eder`

Zoek

44 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Eder`

  1. allemans vriend is iEdermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  2. bEderf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
  3. bEderf geen struif om een ei (=je moet het geheel niet afkeuren voor één gebrek)
  4. bij moEders pappot (=thuis)
  5. bij moEders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
  6. daar helpt geen lievemoEderen/moEdertje lief aan (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  7. de koe van de pastoor eet iEdere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  8. de wereld is een pijp kaneel iEder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  9. goEderen in de dode hand (=goederen die niet vererven)
  10. het is niet iEdereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  11. iEder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  12. iEder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  13. iEder huisje heeft een deurtje. (=er is altijd een manier om iets te bereiken)
  14. iEder huisje heeft zijn kruisje (=er mankeert overal wel iets)
  15. iEder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  16. iEder kwartier heeft zijn manier. (=elke streek heeft haar eigen gebruiken)
  17. iEder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeilijkheden in vergelijking met die van anderen)
  18. iEder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  19. iEder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  20. iEder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  21. iEder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  22. iEder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  23. iEder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  24. iEdere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  25. iEdere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  26. iEdereen moet zijn last dragen (=ieder heeft zijn problemen)
  27. iEdereen wat van de stokvis (=eerlijk delen)
  28. iets met de moEdermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  29. kaart, keurs en kan, bEderven menig man. (=ten onder gaan aan gokken, vrouwen en drank)
  30. kleine vossen bEderven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  31. kwade gezelschappen bEderven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
  32. met de maat waarmee gij meet, zal u wEder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  33. met de moEdermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
  34. moEderziel alleen (zijn) (=helemaal alleen (zijn))
  35. ook de cEders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan)
  36. op iEder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  37. te goEder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
  38. te goEder trouw (=naar beste weten en eerlijk handelend)
  39. veel koks bEderven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  40. voor iEder gat een spijker hebben (=voor elk probleem een oplossing weten)
  41. voorzichtigheid is de moEder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  42. voorzichtigheid is de moEder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
  43. wie naar zijn moEder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  44. zo vader, zo zoon (of: Zo moEder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)

108 betekenissen bevatten `Eder`

  1. van de daken schreeuwen (=aan iEdereen luid kenbaar maken)
  2. werelds goed is eb en vloed (=aardse goEderen komen en gaan)
  3. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iEdereen betalen)
  4. alles over een kam scheren (=alles en iEdereen gelijk stellen)
  5. mal moertje mal kindje (=als de moEder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  6. waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iEdereen vooraan)
  7. allemans werk is niemands werk. (=als iEdereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  8. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iEdereen dat zien)
  9. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goEderen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  10. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iEdere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  11. allemans vriend is allemans gek. (=als je iEdereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  12. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal iEder moeten bijdragen)
  13. met alle winden draaien (=altijd iEdereen gelijk geven)
  14. met alle winden meedraaien (=altijd iEdereen gelijk geven)
  15. met alle winden waaien (=altijd iEdereen gelijk geven / door alles en iEdereen laten beïnvloeden)
  16. wijd en zijd zijn (=bij iEdereen bekend zijn)
  17. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht NEderlands)
  18. olie op de golven gieten/gooien (=de gemoEderen kalmeren)
  19. roet in het eten gooien (=de pret bEderven of een plan laten mislukken)
  20. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wEderzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  21. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iEdereen wel iets aan te merken)
  22. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goEderen (of personen) tussen de betere)
  23. voor elk wat wils (=er zit voor iEdereen wel wat bij)
  24. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nEderig tegen iemand doen)
  25. goederen in de dode hand (=goEderen die niet vererven)
  26. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iEdereen heeft wel eens tegenvallers)
  27. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iEdereen heeft wel eens tegenvallers)
  28. je eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bEderven)
  29. je eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bEderven)
  30. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iEdereen ziet)
  31. elke ketter heeft zijn letter (=iEder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  32. elk meent zijn uil een valk te zijn (=iEder denkt het beste over de eigen prestaties)
  33. hutje bij mutje leggen (=iEder draagt bij voor het deel dat die kan)
  34. elk huisje heeft z`n kruisje (=iEder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  35. iedereen moet zijn last dragen (=iEder heeft zijn problemen)
  36. een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=iEder kent zijn tegenslagen)
  37. ieder trekt aan zijn streng (=iEder kiest voor zichzelf)
  38. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=iEder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  39. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=iEder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  40. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=iEder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  41. de dood kent geen lieve kinderen (=iEder moet sterven)
  42. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=iEder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  43. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=iEder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  44. voor de deur staan (=iEder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  45. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=iEder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  46. het muist al wat van katten komt (=iEder volgt zijn karakter)
  47. `s Lands wijs, `s lands eer (=iEder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  48. een haas is graag waar hij geworpen is. (=iEder wil graag zijn waar hij geboren is)
  49. elk ziet door zijn eigen bril (=iEder ziet het op zijn eigen manier)
  50. elk is een dief in zijn nering (=iEder zoekt zijn voordeel)

11 dialectgezegden bevatten `Eder`

  1. Eder ‘t zien (=geef iEdereen wat hem toekomt of wat hij wil) (Heitsers)
  2. Eder ’t zien en de kwaoje niks (=krijgen wat je verdient) (Heitsers)
  3. Eder heiligske mót toch zien leecht höbbe (=iEdereen heeft recht op iets) (Heitsers)
  4. Eder huuske haet zien kruuske (=Bij iEder huishouden is wel wat aan de hand.) (Steins)
  5. Eder mót zien pekske zelf drage (=iEder moet zijn kruis dragen) (Heitsers)
  6. Eder puënt zie vrouw op zien meneer! (=IEdereen doet de dingen op zijn manier) (Steins)
  7. Eder veultj ‘t zien (=wat je zelf hebt, wordt toch vaak het ergste gevonden) (Heitsers)
  8. Eder vief voot (=gedurig aan) (Neerharens)
  9. Eder zien meug, zag ‘t maedje, en ze pisdje oppe heibaesem (=iEder doet het op z’n eigen manier; iEder doet maar wat hij wil) (Heitsers)
  10. Edere gek zien gebrek; Eder moel ziene zin; Eder worst ziene pin (=het past allemaal bij elkaar) (Heitsers)
  11. väör Eder sjäöpke ein dröpke (=schaapjeswolken geven regen) (Heitsers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen