36 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Deu`
- aan dovemans Deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- altijd hetzelfde Deuntje zingen (=steeds weer hetzelfde herhalen)
- dát doet de Deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
- de Deugd zit in het midden. (=gezegd als iemand tussenin zit)
- de Deur platlopen (=steeds weer bezoeken)
- de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de Deur staan (=men is bang voor concurrentie)
- door de achterDeur weer binnenkomen (=onverwacht terugkomen op een afgeronde situatie)
- dwazen en gekken schrijven hun namen op Deuren en hekken (=dwazen doen gekke dingen)
- een achterDeurtje (=een manier om iets te ontduiken)
- een achterDeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
- een nieuwe voorDeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
- een open Deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
- een stok achter de Deur (=een dreigement om iets gedaan te krijgen)
- geen twee Deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
- gekken en dwazen schrijven hun namen op Deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
- het ringetje van de Deur kussen (=onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
- het voor de Deuren van de hel weghalen. (=ergens veel moeite voor doen)
- ieder huisje heeft een Deurtje. (=er is altijd een manier om iets te bereiken)
- iemand de Deur wijzen (=iemand wegsturen)
- iemand het gat van de Deur wijzen (=iemand zeggen dat die het pand moet verlaten of iemand wegsturen)
- iets de Deur uit doen (=iets wegdoen)
- in een Deuk liggen (=onbedaarlijk lachen)
- je kan niet door een muur lopen, behalve als er een Deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
- met de Deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
- niet met iemand door één Deur kunnen (=niet met iemand kunnen samenwerken (door verschillen in persoonlijkheid.))
- ongenode gasten zet men achter de Deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
- quod Deus bene vertat (=laat God het ten goede keren) (Latijn)
- van de nood een Deugd maken (=zich naar de omstandigheden schikken)
- via de achterDeur (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
- voor de Deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
- voor de rode Deur moeten gaan (=voor het gerecht komen)
- voor een vissers Deur vissen (=vergeefse moeite doen)
- voor zijn eigen Deur vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
- voorbij de schout zijn Deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
- zo gek als een Deur (=stapelgek)
- zo zat als een Deur (=helemaal bezopen zijn)
8 betekenissen bevatten `Deu`
- mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet Deugen)
- in de kerk geboren zijn (=de Deur open laten staan)
- je een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een Deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
- iemand het vierkante gat wijzen (=iemand de Deur wijzen, wegsturen)
- snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te Deugen, worden vaak flinke mannen)
- van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor Deugen)
- niet kousjer zijn (=niet Deugen)
- als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open Deuren intrappen)
24 dialectgezegden bevatten `Deu`
- 'k goin moan seir teu Deu (=ik ga naar huis gaan) (Overijses)
- Aa eiget Deu (=Hij heeft het door) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- berrevits Deu de bemme schesse (=op je blote voeten door de beemden lopen) (Heist-op-den-Berg)
- Da gaot 'n êên bakte Deu (=dat gaat in één moeite door) (Zeeuws)
- Daddis ni baa de Deu (=Dat is niet dichtbij) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- De Deu oep e spletje zette (=De Deur op een kier zetten) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Deu de Deu Deu (=Door de Deur door) (Sint-Katelijne-Waver)
- Deu de Deu Deu (=door de Deur door) (Aarschots)
- die ka wè Deu un lampehlaas (=een dun iemand) (Zaamslags)
- Dieje lelt ferm Deu (=Hij houdt zich niet in) (Mols)
- dwas Deu de Deu Deu (=dwars door de Deur heen) (Wagenings)
- dweis Deu de veuDeu Deu (=dwars door de voorDeur) (Nijlens)
- hee Deu miej de haand (=hij gaf mij een hand) (Twents)
- hee Deu nich had (=hij liep niet hard) (Twents)
- Hi'j Deu een misse taas (=Hij gokte verkeerd) (Giethoorns)
- I'j Deu een misse taas (=Hij gokte verkeerd) (Giethoorns)
- ieveraans neffen Deu (=ergens langs door) (herenthouts)
- komisses Deu (=boodschappen doen) (Overijses)
- Kzen Deu (=Ik ben weg) (Puurs)
- langs bin'n Deu (=alternatieve route (via kleinere wegen) ) (Zeeuws)
- lossn Deu de Deu Deu (=er dwars doorheen) (Merchtems)
- Overreë Deu nen bolhoed (=In verwachting) (Kalforts)
- zèn devoere Deu (=zijn best doen) (Overijses)
- zen pataate gon afgeete / e piske Deu (=gaan wateren) (Overijses)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen