52 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Dat is`
- Dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
- Dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
- Dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
- Dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
- Dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
- Dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
- Dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- Dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonnen werk.)
- Dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- Dat is de goden verzoeken (=te grote risico`s nemen)
- Dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
- Dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
- Dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
- Dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
- Dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
- Dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
- Dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
- Dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
- Dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- Dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
- Dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- Dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
- Dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
- Dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
- Dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- Dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
- Dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
- Dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
- Dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- Dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
- Dat is het geheim van de mis (=zo zit de zaak in elkaar.)
- Dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
- Dat is het hele eieren eten (=zo zit de zaak in elkaar.)
- Dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
- Dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
- Dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
- Dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
- Dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
- Dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
- Dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
- Dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
- Dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
- Dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
- Dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
- Dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
- Dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
- Dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
- Dat is van de baan (=dat gaat niet door)
- Dat is van de Chinese kerk. (=dat is een gerucht.)
- Dat is vers twee. (=dat is voor later)
57 betekenissen bevatten `Dat is`
- hoc est (=Dat is)
- dat is nog van voor de zondvloed (=Dat is al heel oud)
- dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=Dat is al te gek)
- dat is een stuk! (=Dat is een aantrekkelijk persoon)
- dat staat als een paal boven water (=Dat is een absolute zekerheid)
- dat is van de Chinese kerk. (=Dat is een gerucht.)
- dat is een alikruik van een vent. (=Dat is een kleine dikke man.)
- dat mag met een krijtje aan de balk (=Dat is een ongewone gebeurtenis)
- dat is een bal voor open doel (=Dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
- na mij de zondvloed (=Dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat is een haspel in een fles (=Dat is een raadsel)
- dat is een paard van een daalder. (=Dat is een trots mens)
- dat is er een uit de arke noachs (=Dat is er een uit een groot gezin)
- dat ruikt naar peper (=Dat is erg duur)
- dat is geen geld (=Dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
- dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=Dat is ernstiger dan het lijkt)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=Dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=Dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
- lach als je begraven wordt (=Dat is geen reden om te lachen)
- dat raakt kant noch wal (=Dat is geen zinnig argument)
- die perzik smaakt naar meer (=Dat is gunstig - nog van dat!)
- dat is andere koek (=Dat is heel iets anders)
- dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=Dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
- dat zijn de Alfa en de Omega. (=Dat is het begin en het einde.)
- dat is het begin van het einde (=Dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
- dat gaapt zo wijd als een oven (=Dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=Dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
- dat is een ver-van-mijn-bedshow (=Dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; Dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=Dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- dat was op het nippertje (=Dat is maar net gelukt)
- dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=Dat is niet te verkopen)
- daar is geen oogje vet meer op (=Dat is niet veel meer waard)
- dat is de aap gevlooid (=Dat is onbegonnen werk.)
- dat is kaviaar voor hen (=Dat is onbereikbaar voor hen)
- dat gaapt als een oven (=Dat is onwaarschijnlijk)
- dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=Dat is overduidelijk)
- dat is een waarheid als een koe (=Dat is overduidelijk waar)
- dat spreekt boekdelen (=Dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
- dat kan hij in zijn zak steken (=Dat is raak - die zit!)
- die zit (=Dat is raak!)
- dat is Beulemans Frans (=Dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- dat is een brug te ver (=Dat is te hoog gegrepen)
- dat is mij tegen de boeg. (=Dat is tegen mijn zin)
- dat is een aalshuid (=Dat is van weinig waarde)
- als een vlag op een modderschuit (=Dat is veel te mooi voor die situatie)
- dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=Dat is voor jou te hoog gegrepen)
- dat is vers twee. (=Dat is voor later)
- dat is naatje/pet (=Dat is waardeloos)
- dat is andere peper (=Dat is wat anders, Dat is moeilijker)
- dat is andere tabak (=Dat is wat anders, Dat is moeilijker)
50 dialectgezegden bevatten `Dat is`
- `t is ene gie 'edoe'ed. (=Dat is een gluipert.) (Nuths)
- `zonde, geld` of ` Jochie/messie dat's toch zonduh van je geld liefie (=Dat is geldverkwisting) (Utrechts)
- 'd As nog nie gezieevert he (=Dat is niet niks.) (Bevers)
- 't e gjèn keure (=ach zo, Dat is de reden of oorzaak) (Wevelgems)
- 't è nie moollek (=Dat heb je meteen in de gaten / Dat is makkelijk) (Gents)
- 't es alom (=Dat is een omweg) (Meers)
- 't ès jinne voer ip de kriekelaere te zetn (=Dat is een zeer lelijke vrouw) (Lauws)
- 't es t'r ondre (=Dat is beneden alle peil) (Waregems)
- 't es van d'nond zèn kluëten (=Dat is niet in orde) (Meers)
- 't is 'n tang van 'n wief (=Dat is een boosaardige vrouw) (Westerkwartiers)
- 't is an Sisen nie bestid (=Dat is niets voor Fransis) (Veurns)
- 't is daar nogal teen en tander eh. (=Dat is daar nogal wat he.) (Stekens)
- 't is den oart / 't is zijnn oart (=Dat is zo / hij is zo) (Kaprijks)
- 't Is nog etwuk! / etwot (=Dat is toch niet erg!) (Poperings)
- 't is of de duvel d'r met speult (=Dat is nou wel heel toevallig!) (Westerkwartiers)
- 't is ol gjin patat'n skell'n (=Dat is zeker niet gemakkelijk) (Avelgems)
- 't is vandoar da't komt (=Dat is de reden) (Kaprijks)
- 't ka nie missen dant hier.... (=daarom, Dat is de reden dat het hier....) (Sint-Niklaas)
- 't msop is de kool niet weerd (=Dat is van ondergeschikt belang) (Westerkwartiers)
- 't volt van nie oge (=Dat is niet duur) (Veurns)
- 't zal nog gô verschoûnen!; kust noa min oûr! (=Dat is het toppunt! (=afkeurend) ) (Sint-Niklaas)
- 't Zit in 't soort (=Dat is zijn aard) (Zwartebroeks)
- 'tis nie suuste (=Dat is niet juist) (Sint-Laureins)
- ‘t is vo jen ogen ut te blèt’n (=Dat is heel triest) (Iepers)
- ’t Is amal da niet, ’t es da kind zonder huefd da langs zijn poepken pap moe eedn. (=Dat is niet erg, er zijn veel moeilijker op te lossen problemen.) (Evergems)
- ' k' n zie der mij gieën doen an (=Dat is een onbegonnen werk (1° pers. enkv.) ) (Waregems)
- ' t es ' n misse (=Dat is fout gehandeld) (Waregems)
- a bajoat gij (=Dat is zeker) (Moes)
- a da's nog tschiuënste vanow (=Dat is nog het toppunt) (Kaprijks)
- a vaneigest da (=Dat is heel zeker) (Moes)
- A' j' an een peene trekt, heel den ' ut ruttelt. (=Vaststelling: Dat is allemaal familie van elkaar.) (West-Vlaams)
- aan mien lief gien polonaise (=Dat is nou niks voor mij) (Westerkwartiers)
- ach dè ies zôn zuut programma op de tillevisie. (=ach, Dat is zo'n zoet programma op de televisie) (Kaatsheuvels)
- Alle volgels benne sijsen, behalve eende die benne drijfsijsen (=Dat is een eend) (Amsterdams)
- allee dich, gank aoën ! (=Dat is toch niet waar, zeker !) (Munsterbilzen - Minsters)
- allee, goen' aavnd, zulle! (=Dat is mij te veel, ik haak af (protesthouding) ) (Waregems)
- alles geit behalve puine begrave, en sneuk verzoepe (=Dat is onmogelijk werk) (Heitsers)
- allij, azjuë verbleevn (=Dat is dan akkoord) (Kaprijks)
- amaai menne frak (=Dat is erg.) (Rillaars)
- amaaj mën kl....(viet) (=Dat is sterk, zeg !) (Munsterbilzen - Minsters)
- Amai das hie een echt kiekeskot (=Dat is hier veel lawaai, luid praten onder elkaar) (Herentals)
- Amai m'n oër (=Dat is wel héél sterk) (Mols)
- amai men woar (=amai, Dat is straf) (Brechts)
- amaj mijn voeten (=wel, wel, Dat is straf) (Sinnekloases en niekaarks)
- amaj mne frak (=Dat is niet te geloven) (Kortemarks)
- aoën daaj hëbste goej pakkës aoën (=Dat is een 'gezonde' vrouw) (Munsterbilzen - Minsters)
- aoën daaj zin vieël koste (=Dat is een lelijke vrouw) (Munsterbilzen - Minsters)
- aongenaom ès aanëstër (=Dat is onaangenaam) (Munsterbilzen - Minsters)
- apenzak (=Dat is klote) (Volendams)
- as tërdievel tër mèt spieëlt (=Dat is grote toeval) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen