Spreekwoorden met `rij`

Zoek

31 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` rij`

  1. aan de degen rijgen (=tot (zwaar) verliezer maken)
  2. aan zijn snoer rijgen (=tot volgeling maken)
  3. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  4. dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  5. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  6. de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
  7. de koning te rijk zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
  8. de peer is nog niet rijp (=de zaak is nog niet in orde)
  9. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  10. de rijzende/opgaande zon aanbidden (=in de gunst trachten te komen van iemand die succesvol is)
  11. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  12. die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
  13. een rare schaats rijden (=zich raar aanstellen, lichtzinnig leven)
  14. een rijke stinkerd (=een rijk iemand)
  15. een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  16. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)
  17. een vreemde schaats rijden (=zich raar aanstellen)
  18. het rijk alleen hebben (=doen en laten wat je wil)
  19. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  20. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  21. klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
  22. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
  23. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  24. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
  25. op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)
  26. op een apostelpaard rijden. (=lopen)
  27. op het apostelpaard rijden (=te voet gaan)
  28. op twee paarden blijven rijden. (=men kan geen keus maken)
  29. slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
  30. wijd van huis is altijd rijk. (=iemand die van ver komt, kan makkelijk liegen.)
  31. ze niet allemaal (alle vijf) op een rijtje hebben (=niet bij zijn volle verstand zijn. (alle vijf = de zintuigen))

17 betekenissen bevatten ` rij`

  1. als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
  2. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
  3. beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
  4. daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=daar is men rijk / Daar heeft men overvloed)
  5. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  6. een rijke stinkerd (=een rijk iemand)
  7. een vette gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
  8. geld maakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
  9. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  10. je hebt luxe paarden en werkpaarden. (=je hebt rijke en arme mensen)
  11. grote pracht, weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
  12. grote pronker, kale jonker. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
  13. waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
  14. je eieren goed naar de markt brengen (=met een rijke vrouw getrouwd zijn)
  15. niet ruim kunnen soppen (=niet erg rijk zijn)
  16. in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
  17. het gouden kalf aanbidden (=zeer veel hechten aan rijkdom.)

Eén dialectgezegde bevat ` rij`

  1. Allei, cirkulei, d'eraf of 'k zet oe deroep! (=Vooruit, rij door, ga van dat (voetpad), of ik zet je op de bon!) (Antwerps)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen