890 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op`
- in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
- in de oren knopen (=goed onthouden)
- in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
- in de soep lopen (=volledig mislukken (van een plan))
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
- in de val lopen (=betrapt worden)
- in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
- in het gareel lopen (ook: in de pas lopen) (=precies zo doen als de anderen)
- in het gareel lopen. (=precies doen wat er gevraagd wordt)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
- in het oog lopen (=opvallen)
- in het veen kijkt/ziet men niet op een turfje (=wie rijk is let niet op een euro meer of minder)
- in het wild lopen (=ongeregeld verlopen)
- in iemands gareel lopen (=zonder enige tegenwerping doen wat iemand je opdraagt)
- in rook opgaan (=in het niets verdwijnen)
- in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
- in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
- in zijn sop gaar laten koken (=zijn kritiek en protesten negeren)
- je aardappelen op hebben (=niet verder meer kunnen)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- je bivak opslaan (=ter plaatse blijven)
- je blind staren op (=te veel naar één eigenschap kijken)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je buik op de leest slaan (=te veel eten)
- je hemel op aarde verdienen (=een goed en eerlijk leven leiden)
- je huid duur verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
- je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
- je kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
- je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
- je kan het dak op (=jouw wens wordt niet gehonoreerd)
- je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
- je kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)
- je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
- je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
- je kop houden (=stil zijn, niet praten)
- je kop in het zand steken (=doen alsof iets (een probleem) er niet is)
- je kruit op de mussen verschieten (=zijn woorden verspillen)
- je kunt van mij de pot op (=je doet maar waar je zin in hebt)
- je licht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
- je lol wel opkunnen (=er niet mee kunnen lachen)
- je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
- je met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
- je neus voor iets ophalen (=iets minderwaardig achten)
- je op de lippen bijten (=je inhouden (niet lachen of kwaad worden))
- je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
- je op een afstand houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien)
- je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die weinig van af weet)
- je op je pik getrapt voelen (=je zwaar vernederd voelen)
- je pen in alsem dopen (=erg negatief of kwetsend schrijven)
812 betekenissen bevatten `op`
- via de achterdeur (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
- het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
- van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
- je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
- beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
- die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
- je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
- iets op de hals halen (=je met een probleem laten opzadelen)
- je moet een gegeven paard niet in de mond kijken (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
- het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
- wie slaapt vangt niks (=je moet wel opletten)
- een mens moet werken voor de brok en voor de rok. (=je moet werken om te kunnen eten en kleding te kunnen kopen.)
- wie nood heeft moet pompen. (=je moet zelf initiatief nemen om je problemen op te lossen)
- zo gesloten zijn als een oester (=je mond niet opendoen en een geheim bewaren)
- twist verkwist. (=je schiet niets op met ruzie maken)
- het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien)
- de balans opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
- jong bier moet gisten (=kinderen hebben recht op plezier)
- de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
- de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders)
- je schrap zetten (=klaarmaken om de klap op te vangen)
- van koper blijf je proper en van ijzer word je niks wijzer (=koper is veel waard, ijzer niet)
- met de hakken in het zand (=koppig blijven)
- een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)
- een vuist maken (=krachtig opstellen)
- iets of iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
- je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
- er nachtwerk van maken (=laat opblijven)
- er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
- liefde is waar de geldbuidel hangt (=liefde is te koop)
- ga patatten planten (=loop naar de maan)
- op een apostelpaard rijden. (=lopen)
- platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dicht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
- iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
- precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
- het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
- meer dan een pijl op zijn boog hebben (=meerdere oplossingen weten)
- je in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
- wie staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
- dieven met dieven vangen (=mensen die niet eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelfde manier ook behandelen)
- de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
- soort zoekt soort (=mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op)
- geef een ezel haver en hij loopt naar de distels. (=mensen zijn soms koppig en willen geen hulp of advies)
- iemands hete adem in je nek voelen (=merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden)
- nattigheid voelen (=merken dat er iets niet klopt of iets niet goed gevonden wordt)
- met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
- gapen als een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
- gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
- het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
- de sterke arm der wet (=met gepast geweld optredende overheidsorganisatie, bijvoorbeeld politie of justitie)
50 dialectgezegden bevatten `op`
- as ich taus op mën kas zau e sjaun postuurke hoch ston, dan doeg ich ter ielke daog de stöp vanaof (=wat een knap meisje!) (Munsterbilzen - Minsters)
- as ich tich en mën twei haan nie hoch, dan zoech ich gene stiek (=gelukkig kan ik terugvallen op mezelf) (Munsterbilzen - Minsters)
- as ich tich wor, kroeëmde ich mèr ès stillekes op (=wil je misschien opkrassen) (Munsterbilzen - Minsters)
- As ie oe ies wat vraogt, mu'j niet overal op antwoorden (=Als hij je iets vraagt moet je niet overal op antwoorden) (hoogeveens)
- as je 't over de duvel hemm'm, trap je 'm op zien steert (=men praat over iemand en juist dan komt die er aan) (Westerkwartiers)
- as je ' t over de duvel hemm' n, trap je ' m op ' e steert (=als je 't over iemand hebt komt hij net binnen) (Westerkwartiers)
- as je de kat op 't spek bien'd wil 'er 't niet vreet'n (=wanneer iemand een aanbod weigert) (Westerkwartiers)
- As je nu niet ophoudt , maak ik van je bril een racefietsch (=Hou op aub. (tegen iemand die vervelend doet en een bril draagt)) (Utrechts)
- As je réjkene moet je weer réjkene (=Let op de addertjes onder het gras) (Volendams)
- as je rekene op roze, draait 't in de regel uit op peerdebloeme (=Hou rekening met eventuele tegenvallers..) (Westfries)
- ás je t over de duvel heb trep ie m op z'n steert (=hé daar komt die / zij / hij aan . (vanuit het niets, terwijl er over gesproken werd. )) (Utrechts)
- As je ut over de duivel heb trap ie m op zijn steert. (=we hebben het net over je (als je het over iemand hebt en plotsklaps staat hij / zij voor je) (Utrechts)
- as je verzûpe, vermoor ik je! (=pas op dat je niet verdrinkt) (Volendams)
- as kloine sproit zattek opt schoel (=klein gastje zat ik op 'tschool) (Aalsters)
- As lig achter Bure en as Bure afbraan ist allemoal as (=Een reactie op de opmerking als ik dat had geweten dan had ik.....) (betuws)
- as nun bok op de haoverkeest (=gretig / alert) (Heezers)
- as oewe kop op un vaarke ston zouwe ze ze-gge datt beesje ziek waar (=jij ziet er niet uit) (Oudenbosch)
- As ów kó.nt nie vast zat, zowde ze nog kwietraake (=Kritiek op slordig persoon) (Genneps)
- as Paose en Pinkstere op ene dag valt (=nooit) (Waalwijks)
- as Poeëse op ne vrijdëg vilt (=dat zal niet vlug gebeuren !) (Munsterbilzen - Minsters)
- as Poeësen en Pinkstëre op dezelfden daog valle (=dat kan helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- as Poeësen op Pinkstëre vult (=nooit, vergeet het maar !) (Munsterbilzen - Minsters)
- As t op schopscheren aankomt (=Als puntje bij paaltje komt) (Koersels)
- As unne preens op un errepulkoel (=Prinsheerlijk) (Zurriks)
- As ze de schaopies op het dreuge hebt, holt ze zomaor opiens op met warken (=Als ze de schaapjes op het droge hebben, houden ze zomaar opeens op met werken) (Hoogeveens)
- as zëne kop op e verke stond, oet niemed nog heekeis (=gij zijt mij een lelijke!) (Munsterbilzen - Minsters)
- as zieëne kop op e vêrke stông, lözje neemes gein spek mieër (=geen hoge dunk van iemand hebben) (Weerts)
- as ziêne kop op 'n kelder deur stóng, kwoom gein kat inne kélder (=iemand met een afzichtelijk gezicht) (Weerts)
- as ziene kop op e vêrreke stông, lösje neeme geine huidkieës (=als iemand heel lelijk is) (Weerts)
- As' leit op nen berg. (=Dat is onzeker.) (ternats)
- asj op Sint Jan raengeltj, vergieëriêptj 't koeëre (is dan te vroeg rijp) (=weerspreuk) (Weerts)
- Aske da geluuft en a bedde afstojd, dein slopt op de planchei (=ik geloof het niet) (Hals)
- asof ze laeve ter van aof hink (=op leven en dood) (Munsterbilzen - Minsters)
- asse de naam hes te laat te kômen, kumse noeit miêr op tiêd (=als je bekend staat om een bepaalde eigenschap hou je dat) (Sevenums)
- assët op sjoeëpsjaere aonkump (=als het echt op aankomt) (Munsterbilzen - Minsters)
- assët op sjoêpsjaere aon kump (=als het er op steekt, bij tijds zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- assët op sjoëpsjaere aonkump (=als puntje bij paaltje komt) (Munsterbilzen - Minsters)
- asset raengert, raengert et op alle daoke (=ieder krijgt wel eens tegenslag) (Munsterbilzen - Minsters)
- asset toerës nie kons keire, moessët nie op een aandër gon leire (=als jet het thuis niet kan uithouden moet je anderen niet gaan vervelen) (Munsterbilzen - Minsters)
- asset trûm geet (=als het er op aankomt) (Bilzers)
- assët wattër tot aon zën kin (mond) steet (=als het er op aan komt) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ast met kanneke ni go muttet lierreke mor pakke (=Antwoord op dat kan ik niet) (Antwerps)
- ast op schopscheiren ankûmt (=Als het er op aan komt) (Lommels)
- aste 'naen' zèks tieëge een vroo, dan hëbste de vroeëg nie goed begrieëpe (=pas op als je niet luister naar een vrouw) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste braaf bès, mèetske, mauste op mën stang zitte (=kom maar op het kader van mijn fiets zitten) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste dae op ze daok kraajgs- (=dat is een moeilijke vent) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste goesting vër te wërke bij mich opkump, dan waach ich wol tottët vanzelf iëvërgeet (=je moet nooit te snel handelen, afwachten lost soms de problemen op) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste kons triëver kalle, èssët ook al get ! (=oude mensen doen niet meer aan seks, maar er over kunnen praten lucht ook al op) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste mét den (h) ond slûps kraajste ook zen vlaaj (=pas op met wie je verkeert) (Bilzers)
- aste nau en dan ès trëg kieks op ze laeve, laefste twei kër (=wie van herinneringen kan genieten, leef meerdere keren) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen