890 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op`
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
- iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
- iemand op straat zetten (=iemand ontslaan)
- iemand op z`n hand hebben (=iemand hebben die hem steunt)
- iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
- iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
- iemand op zijn voorman zetten (=iemand nadrukkelijk op zijn plicht wijzen)
- iemand op zijn wenken bedienen (=iemand altijd en onmiddellijk geven waar hij om vraagt)
- iemand op zijn zeer trappen (=ergens over praten wat door iemand als erg onplezierig ervaren wordt)
- iemand tegen het lijf lopen. (=onverwacht iemand tegenkomen)
- iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
- iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
- iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
- iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
- iets achter de knopen hebben (=iets is volbracht of voltooid)
- iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals het is)
- iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoals het is)
- iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
- iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal niet meer over praten, verzwijgen)
- iets in het oor knopen (=iets goed onthouden)
- iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
- iets niet op je laten zitten (=iets niet aanvaarden zonder tegenstand)
- iets of iemand op de korrel nemen (=kritiek op iets of iemand hebben)
- iets op de hals halen (=je met een probleem laten opzadelen)
- iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
- iets op de lange baan schuiven (=iets uitstellen)
- iets op de spits drijven (=iets verergeren of escaleren.)
- iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
- iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
- iets op het oog hebben (=voor zichzelf al iets hebben uitgekozen)
- iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
- iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kunnen vergeten, dat wat je wilde gaat niet door)
- iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
- iets op je vingers kunnen natellen (=iets erg gemakkelijk kunnen nagaan/checken)
- iets op losse schroeven zetten (=iets wankel en onzeker maken)
- iets op touw zetten (=iets organiseren)
- iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
- iets op zijn kerfstok hebben (=verkeerde dingen gedaan hebben)
- iets op zijn sloffen aankunnen (=iets heel gemakkelijk kunnen uitvoeren)
- iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
- iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
- iets voor een appel en een ei verkopen (=voor een erg lage prijs verkopen)
- iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
- ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=iets zoeken waar je heel dichtbij bent)
- in andermans weide lopen de vetste koeien. (=bij een ander lijkt het altijd beter)
- in de fuik lopen (=door eigen stommiteiten in een valstrik lopen)
- in de kijker lopen (=opvallen)
- in de knoop zitten (=er niet meer wijs uitraken - van slag zijn)
812 betekenissen bevatten `op`
- er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
- tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn)
- de bijl naar de steel werpen (=iets geheel opgeven)
- goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
- veel stof doen opwaaien (=iets heeft grote invloed op wat er leeft bij mensen)
- er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
- naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
- iets bij de roes kopen (=iets kopen in de staat zoals het is)
- op de pof komen (=iets kopen zonder direct te betalen)
- een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
- er de balen van hebben (=iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt)
- iets uit zijn mond sparen (=iets niet opeten)
- de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
- een ei in het nest laten (=iets op voorraad hebben)
- iets voor zijn verantwoording nemen (=iets op zich nemen)
- je eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
- in een glazen huis wonen (=iets op zijn kerfstok hebben / geen privéleven hebben)
- iets soldaat maken (=iets openmaken en helemaal opeten)
- iets een vernisje geven (=iets opkalefateren)
- de haring braden om de hom of kuit (=iets opofferen om een kleinigheid)
- iets aan de man brengen (=iets verkopen)
- iets bij de roes verkopen (=iets verkopen in de staat zoals het is)
- de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
- een heilige koe (=iets waar je niet aan mag komen en zuinig op bent, voor sommige mensen is dat bijv. een auto)
- het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
- een kluwtje dat vanzelf afloopt. (=iets wat zich vanzelf oplost)
- iets van de hand doen (=iets weggeven of verkopen)
- met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
- op eigen houtje doen (=iets zelfstandig (eventueel op eigen initiatief) ondernemen)
- de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
- kom ik er vandaag niet dan kom ik er morgen (=ik doe het wel op mijn gemak)
- ik help je dat wensen (=ik hoop het wel voor je!)
- mijn hoofd staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
- nood zoekt list. (=in benarde situaties worden ongebruikelijke oplossingen gevonden)
- op hoop van zegen (=in de hoop dat het lukt)
- voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
- op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
- tussen de vier muren (=in een kamer opgesloten)
- geen strobreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
- in rep en roer (=in grote opschudding)
- voor aap staan (=in het openbaar belachelijk zijn)
- als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
- in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
- je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
- onder de blauwe/blote hemel (=in open lucht)
- te hoop lopen (=in opstand komen)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- het heertje zijn (=in zijn nopjes zijn)
- in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
50 dialectgezegden bevatten `op`
- Angdui moar ljee' (=Hou je maar op je gemak.) (Deinzes)
- ank zoon muis op zolder oai, dan sloak de kat dood. (=een mooie vrouw tegenkomen) (Graauws)
- ao puntje bie paoltje komt (=als het er op aan komt) (Kortemarks)
- Aoke en Keule zin ook nie gemok op ene daog (=alles heeft zijn tijd nodig) (Munsterbilzen - Minsters)
- aordeg op zen naos zien (=beteuterd kijken) (Bilzers)
- Appelweek ofhouw'n (=Iemand op de bek slaan) (Twents)
- as 'n hóngd óp 'n zieke koo (=als een bok op een haverkist) (Huizers)
- as 'n kalf niet zoepen wilt mut ie 'm in luttenbarge op de voetbal doe (=als iemand niet drinken wilt) (Sallands)
- As 'n wief op n orgel spoalt kump d`r gen geluid oet (=als een vrouw orgel speelt komt er geen muziek uit.) (Twents)
- As 't em knep (=Als het er op aan komt) (Giethoorns)
- As 't em knip (=Als het er op aan komt) (Giethoorns)
- as 't reeg'nt, reeg'nt op alle doak'n (=iedereen krijgt wel tegenslag te verwerken) (Westerkwartiers)
- As 't regent op pisgriet, dan hej zes week de dreugte niet (=weerspreuk) (Drents)
- as 't vur niet is loûpe ze de benen van onder older gat (=als het gratis is komt iedereen er op af) (Sint-Niklaas)
- as ‘t waer neet good is op vaars hui, is ‘t toch good op moors kuuel (=het weer is altijd voor iemand goed (of niet); regen is niet fijn als er -door vader- gehooid moet worden, maar wel fijn voor -moeders- moestuin) (Heitsers)
- as ’t raengentj en de zon sjientj, den is ’t kèrmes inne hèl (=je hebt gelijktijdig een goede en slechte situatie en dat levert meestal niet veel goeds op) (Heitsers)
- As ' n îngelke det mich op mien tóng pisj (=Een heerlijk drankje) (Weerts)
- As ' n kraai op ' n kreng (=Als een bok op een haverkist) (Westfries)
- As aoj scheure börre, esj slecht blusse (=Erg verliefd worden op zijn oude dag) (Weerts)
- As d'r nen Mona Lisa op de baank (e) zit kriegie nen kearl 't hoes nich oet.* (=Als er een Mona Lisa op de bank zit krijg je de man de deur niet uit) (Twents)
- As dae ziene kop op ei vêrreke stông, lösdje neemes gein spek mieër (=Geen hoge pet van iemand hebben) (Weerts)
- as de as brékt vilt de kaar (=het een volgt op het ander) (Budels)
- As de botter op is is 't smeren 'edaon (=Als het op is is 't eten gedaan) (Barnevelds)
- as de eene kou skit tilt de angere zen start op (=elkaar naapen) (Urkers)
- as de ene haand de aaner wast word'n beid'nt schoon (=iets samen aanpakken levert beiden winst op) (Westerkwartiers)
- As de kassoin' pieten onjn' ze ging op eel bloeit gat nui Skerpeneevel. (=Het is een lichtekooi.) (Teralfens)
- As de kinderen kleinen zijn terten z' op ou tienen, as ze gruêt zijn op ou erte (=Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen) (Lokers)
- As de knieper an boord komp (=Als het gaat knijpen, als het er op aan komt) (Giethoorns)
- As de knieper. An boord ,komt (=Als het er op aan komt) (Giethoorns)
- As de maid een maid heb, het mevrouw 'r twee. (=Een opgedragen klusje afschuiven op iemand anders.) (Zaans)
- as de wichter groeët zeen, doon ze de aojers nao béd (=als ouders geen vat meer op de kinderen hebben) (Weerts)
- As de zunne zit in 't westen bin de luien op zien besten (=Je kunt beter overdag werken, de avond is kort) (Giethoorns)
- As de zunne zit in 't westen, bin de luien op zien besten (=Je kunt beter overdag werken, de avond is kort) (Giethoorns)
- as de zunne zit int westn, warken de luijn op zun bestn (=als er laat wordt doorgewerkt) (Doornspijks)
- As een bok op een haeverkiste (=Ergens tuk op zijn) (Giethoorns)
- as een bok op een haverkiste (=ergens erg happig op zijn) (drents)
- As een hond op een zieke koe (=Ergens tuk op zijn. Als een bok op een haverkist) (Giethoorns)
- as een luus op een teertonne (=Niet opschieten) (Giethoorns)
- as ein koe zeiktj, stiktj de anger de stert op (=kuddegedrag: als iemand iets doet, volgt al snel de rest) (Heitsers)
- As ek ni kom moet ek nie keeren (=Niet op een verzoek ingaan) (Bevers)
- as eure kop op 'n vêrreke stong, lözje neemus geine huidkieës mieër (=iemand met een lelijk uiterlijk) (Weerts)
- as eure kop op 'n vêrreke stông, lözje neemus geinen huidkieës mieër (=wordt gezegd tegen iemand die erg lelijk is) (Weerts)
- As ge 't dees op et zèede mor vier uur'n van Gent nie mieër (=Aan deze maaltijd zul je wel genoeg hebben) (Wichels)
- As ge nen 'ond mee een 'oëken op ziet goa'der mee mee (=Je vertrouwt anderen te snel) (Wichels)
- As ge van 'n duvel sprikt zie-de / tert-e op zèen'n stèert (=Als je over de duivel spreekt zie je / trap je op zijn staart) (Wichels)
- as genoeg nog te weineg ès, ès niks nog goed genoeg (=wees tevreden met wat je hebt en jaag niet op dingen die je niet hebt) (Munsterbilzen - Minsters)
- as haer óp een hóngd (=druk of erg veel) (Huizers)
- as heer op 'n hond (puur zo veul de witjes in Hougkarspel, as heer op 'n hond!) (=een grote hoeveelheid (bv. er wonen veel de Witten in Hoogkarspel) ) (Westfries)
- as ich mëne mond rier, zitste al op mich (=ik heb hier helemaal niets te zeggen !) (Munsterbilzen - Minsters)
- as ich mich moet sjangëniëre, bèste nog nie goed aof (=pas maar op dat ik niet in een franse colère schiet) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen